Kritische ambtenaren moet je koesteren

Het komt zelden voor dat ambtenaren hun politieke bazen in het openbaar bekritiseren. Doen ze het toch, dan moeten ze vrezen voor hun carrière.

de Haagse redactie

Zo niet bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Althans, als die ambtenaren werken voor de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB). Die kan namelijk ‘in volledige onafhankelijkheid’ oordelen over het beleid, zoals directeur Bram van Ojik schrijft in een kritisch rapport over het Afrikabeleid van de regering waarover de Tweede Kamer woensdag spreekt.

Van Ojik (voormalig Kamerlid voor GroenLinks) en zijn club maken gretig gebruik van hun vrijheid. Hetgeen hen lang niet altijd in dank wordt afgenomen door de betrokken bewindslieden. Zo maakten minister Maxime Verhagen en staatsssecretaris Frans Timmermans afgelopen zomer gehakt van een negatief IOB-rapport over het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie, in de tweede helft van 2004. De bewindslieden gebruikten grote woorden als kwalitatief onder de maat en oppervlakkig.

Dat laatste kan in elk geval niet gezegd worden van het kritische Afrikarapport. Het telt honderden pagina’s, er is twee jaar aan gewerkt, maar liefst vijfhonderd mensen werden ervoor geraadpleegd.

Maar bijster gelukkig zijn minister Verhagen en zijn collega Bert Koenders voor Ontwikkelingssamenwerking er niet mee. Want er staan nogal wat passages in ‘die er niet om liegen’, in de woorden van Van Ojik. Grof samengevat: de overheid heeft nogal wat steken laten vallen bij de besteding van ongeveer tien miljard aan belastinggeld in Afrika.

Nu komt het goed uit dat het onderzoek werd uitgevoerd toen de huidige bewindslieden nog eenvoudige Kamerleden waren. Eenmaal aan het roer op Buitenlandse Zaken hebben ze, naar eigen zeggen, tal maatregelen genomen die tegemoet komen aan de kritiek. En bovendien valt op die kritiek van de IOB naar hun mening ook wel wat aan te merken. Soms te kort door de bocht, lang niet altijd genuanceerd.

Hoe paradoxaal het ook klinkt: de IOB mag blij zijn met de stekeligheden van de politieke leiding. Als die het rapport juichend in ontvangst had genomen, was er iets mis geweest. Want zou de IOB alom het verwijt krijgen de ‘eigen’ ministers naar de mond te praten. En daarmee zou de bijzondere, want onafhankelijke status, van de club een gevoelige knauw hebben gekregen.

De IOB moet gekoesterd worden. Waren er maar meer ministeries die hun vuile, althans niet brandschone was, buiten durven hangen.

Theo Koelé

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden