Opinie genderstudies

Kritiek op genderstudies schiet tekort

Genderstudies stelt de relatie tussen gender en sekse ter discussie en verdient serieuze aandacht,  betoogt politiek filosoof Tivadar Vervoort.

Genderneutrale toiletten in een restaurant in de Amerikaanse stad Durham. Beeld AFP

Het opiniestuk van Hengstmengel en Van Fenema is het zoveelste dat genderstudies wegzet als ideologie. Ook buiten de opiniekaternen verdiept de kwaliteitskrant zelden waar genderstudies werkelijk om draait. Kritiek op genderstudies is meestal retorisch van aard en vaak feitelijk onjuist. Welke werken uit de genderstudiesbibliotheek zouden Hengstmengel en Van Fenema gelezen hebben?

Helder en doorwrocht is hun argumentatie allesbehalve. Iedere geesteswetenschapper weet hoe belangrijk het is begrippen helder en welonderscheiden te gebruiken. Hengstmengel en Van Fenema doen dat niet. De manier waarop zij begrippen als ‘gender’, ‘postmodernisme’, ‘ideologie’, ‘deconstructie’ en ‘wetenschap’ in een alinea proppen is tendentieus en weinig informatief. Een goed gebruik voorziet begrippen van een definitie onder verwijzing naar een theoretisch raamwerk van waaruit zij begrepen worden. Dat talige spel moet veel voorzichtiger gespeeld worden.

Veranderlijke gendernormen

Hengstmengel en Van Fenema classificeren genderstudies als ideologisch om vervolgens toe te geven dat mensen met hun sekse worstelen. Dit onderscheid, tussen sekse en gender, willen zij echter niet maken: zij beschouwen gender als ‘een biologisch verankerde eigenschap’ en ontkennen dus het sekse-genderonderscheid. Zij lichten dat onderscheid niet toe, maar gebruiken wél begrippen die uitgaan van dat onderscheid. Een rommeltje, dus.

Genderstudies wil de verhouding tussen gender en sekse ter discussie stellen en laat empirisch, historisch en cultuurbeschouwend zien hoe categorieën als ‘man/mannelijk’ en ‘vrouw/vrouwelijk’ ontstaan en in sociale rollen en identiteiten voortleven. Sommige genderwetenschappers wijzen ook op de constructie van sekse als wetenschappelijk object: kijken we daarbij naar chromosomen, uiterlijke kenmerken, allebei, of nog iets anders? Een eenduidige uitleg bestaat hier niet, zo zal ook iedere bioloog erkennen. Daarom onderzoekt genderstudies ook de sociale en culturele constructie van het begrip sekse. Dat onderzoek is bovendien van belang om categorieën als mannelijkheid en vrouwelijkheid te ontdoen van hun heteronormatieve connotaties.

Dit betekent niet dat ‘de werkelijkheid’ noodzakelijk als sociaal construct beschouwd wordt, zoals Hengstmengel en Van Fenema suggereren, maar wel dat de manier waarop wij de werkelijkheid benaderen taal- en cultuurafhankelijk is. Verdiep je bijvoorbeeld eens in de 17de-eeuwse hofcultuur om te zien hoe veranderlijk gendernormen zijn! In plaats daarvan wekken Hengstmengel en Van Fenema de volkomen absurde suggestie dat de toename van depressie en zelfdoding onder jongeren voortkomt uit minder rigide genderidentiteiten. Hun remedie, jongeren ‘stabiel te laten opgroeien’, klinkt des te traumatischer: de hedendaagse literatuur staat bol van de voorbeelden.

Tendentieuze kritiek 

Hengstmengel en Van Fenema beweren dat de discussie over gender ‘steeds ideologischer van aard’ is. Paradoxaal genoeg zetten zij een wetenschap die de sociale, culturele – ideologische – facetten van normen en biologische ‘feiten’ onderzoekt weg als ‘ideologisch’. Merkwaardig voor een jurist-filosoof en een psychiater-publicist: misschien kunnen zij voortaan het woord aan een bioloog laten? Dat zelfreflectie begin- en eindpunt is van ideologiekritiek weten zij blijkbaar ook niet. Zij moeten weten hoeveel sociale en geesteswetenschappers hebben laten zien hoe ons denken en handelen mede bepaald wordt door onze sociale omgeving, opvoeding, de boeken en kranten die we lezen, de films die we kijken, onze Facebook-tijdlijn... Hun suggestie dat het ‘ideologisch’ zou zijn de herkomst van normen ter discussie te stellen laat zien hoe belangrijk dergelijk onderzoek blijft.

Voor cultuurwetenschappers is ‘de werkelijkheid’ zoals die buiten ons om bestaat helemaal niet zo interessant. Wij kunnen de werkelijkheid immers enkel kennen aan de hand van factoren als onze taal, ons denken en ons handelen, die steeds weer veranderlijk en cultuurbepaald blijken te zijn. Daarbinnen blijft ons fysieke lichaam heel belangrijk (probeer maar eens helder te denken als je snotverkouden bent) en onderzoek naar de relatie tussen ons denken en ons lichaam des te meer. In die ervaring ligt de poreuze relatie tussen gender en sekse, en onderzoek daarnaar verdient meer aandacht dan de tendentieuze kritiek die zij nu krijgt.

Tivadar Vervoort is politiek filosoof en redacteur bij De Nederlandse Boekengids.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden