Opinie Duurzame landbouw

Kringlooplandbouw alleen is niet genoeg om duurzaam te worden

Een drastische omslag van de intensieve landbouw is hoognodig, maar de maatregelen moeten concreter om echt tot duurzame landbouw te komen, betogen hoogleraren Henk Folmer en Jeltsje van der Meer-Kooistra.

Demonstratie van landbouwmachines in Biddinghuizen. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Minister Schouten van Landbouw, ­Natuur en Voedsel­kwaliteit wil een drastische omslag van de intensieve landbouw. Volgens haar heeft de jarenlange intensivering geleid tot uitputting van de bodem, sterke afname van de biodiversiteit en hoge uitstoot van broeikasgassen. Om dat een halt toe te roepen stelt zij kringlooplandbouw voor als opstap naar een duurzame landbouw. De kern ervan is dat economische efficiëntie wordt gekoppeld aan ecologische efficiëntie. Dat betekent simpel gezegd dat een bedrijf bij de productie van bijvoorbeeld melk niet alleen de kosten van arbeid, land en kapitaal zo laag mogelijk houdt, maar ook het milieu ontziet.

Een belangrijk kenmerk van kringlooplandbouw is dat de akkerbouw, veehouderij en tuinbouw elkaars grondstoffen gebruiken en reststromen uit de voedselketen benutten of verwerken tot nieuwe producten. Dit heeft als belangrijk voordeel dat de invoer van grondstoffen over grote ­afstanden, zoals van sojabonen of tapioca uit Zuid-Amerika of Zuidoost-Azië, wordt beperkt en dat verspilling wordt tegengegaan. Dat is goed voor klimaat, biodiversiteit en natuur.

De beoogde veranderingen zijn hoognodig en passen naadloos in het streven om het groenste kabinet aller tijden te worden. Echter, in het rijtje van de minister ontbreekt het probleem van de verschraling van het landschap door intensivering. De groene woestijnen met raaigras, uitgestrekte maïspercelen, gedempte sloten en greppels en verwijdering van houtwallen doen niet alleen pijn aan het oog dat geen variatie en kleuren meer ziet, maar ook aan het oor dat geen vogelgeluiden en zoemende bijen meer hoort. De verschraling heeft negatieve gevolgen voor het woonklimaat en voor toerisme en recreatie die steeds belangrijker worden voor de plattelandseconomie.

Dierenwelzijn

Kringlooplandbouw is een belangrijke bouwsteen in de ontwikkeling van een duurzame landbouw, maar moet via een scala van elkaar versterkende maatregelen nader worden geconcretiseerd en gerealiseerd volgens een gedetailleerd tijdschema. Voor de beperking van de uitstoot van broeikasgassen is naast de reductie van de invoer van grondstoffen uit tropische regenwouden over grote afstanden, inkrimping van de veestapel en verhoging van de grondwaterstanden, vooral in veengebieden, nodig. Dit komt ook het dierenwelzijn ten goede dat eveneens hoog op het prioriteitenlijstje van de minister prijkt. Ook de biodiversiteit op het boerenland, maar tevens die in de natuur­terreinen, heeft baat bij de reductie van de veestapel waarbij de Europese stikstofnormen als uitgangspunt moeten dienen. Meer maatregelen zijn nodig, zoals bevordering van het gebruik van ruige mest, latere maaidata, mozaïekmaaien, de aanleg van plas-draszones en van brede, onbewerkte slootkanten. Tevens is herstel van de bodemkwaliteit noodzakelijk, vooral door beperking van gierinjectie en van het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen en door paal en perk te stellen aan zware landbouwmachines die de structuur van de grond ernstig aantasten.

Kringlooplandbouw op zich zal het landschap nauwelijks verbeteren. Hiervoor moet bloem- en kruidenrijk grasland het raaigrasland vervangen en moeten de randen van akkergronden worden voorzien van bloemstroken om vogels, vlinders en insecten aan te trekken. Daarnaast moeten specifieke maatregelen de kenmerkende schakeringen in het boerenland terugbrengen, zoals herstel van sloten, greppels, hekken en boomwallen. Verder is regelgeving vereist ter bescherming van kenmerkende landschappen en landschapselementen.

Drastische breuk

Kringlooplandbouw is een drastische breuk met het bestaande verdienmodel met vergaande economische consequenties. Kapitaalinvesteringen, zoals in machines en gebouwen, worden mogelijk niet terugverdiend, terwijl tegelijkertijd investeringen ten behoeve van het kringloopmodel noodzakelijk zijn. Ook zijn veranderingen in het landgebruik noodzakelijk, bijvoorbeeld voor het herstel van kenmerkende landschappen.

Om de boeren tot de invoering van kringlooplandbouw te bewegen, moeten zij worden gecompenseerd voor het verlies aan opbrengsten en kosten van nieuwe investeringen. Wanneer dit niet gebeurt en de invoering gepaard gaat met dwang, zouden zij zelfs kunnen doorgaan met intensiveren. Compensatie kan mogelijk door aanpassing van het huidige EU-subsidiesysteem, waarbij de omvangrijke landbouwsubsidies grotendeels terechtkomen bij grootschalige, intensieve landbouwbedrijven die deze volgens de Algemene Rekenkamer niet nodig hebben. Ook de middelen voor de energietransitie en voor de beperking van klimaatverandering komen in aanmerking. Verder moeten de levensmiddelenindustrie, de tussenhandel en de consument bijdragen via hogere prijzen, al dreigt hier een weglekeffect via de invoer van goedkope alternatieven uit andere EU-landen en daarbuiten.

Kringlooplandbouw is een veelbelovend concept, maar vergt nog tal van aanvullingen en concrete beleidsmaatregelen, waaronder financiële compensatie en een tijdschema, voordat er sprake kan zijn van een duurzame landbouw.

Henk Folmer en Jeltsje van der Meer-Kooistra zijn hoogleraar ruimtelijke economie en financieel management.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden