Column Arie Elshout

Krijgen we een heuse breuk met zeventig jaar Amerikaans interventionisme?

Arie Elshout

Als het om Donald Trump gaat, hebben we al snel de neiging hem te beschouwen als een anomalie. Toch staat hij niet helemaal op zichzelf. Sterker nog, in één opzicht is hij een voortzetting van Obama met andere middelen. Ook Trump vindt dat Amerika niet langer de schietgrage wijkagent van de wereld moet willen zijn. Te veel achterstallig werk thuis.

Deze terugtrekkende beweging is al tien jaar aan de gang. Dat twee zo verschillende presidenten op dit punt hetzelfde zijn, suggereert dat er iets structureels gaande is. Waar leidt dit toe? Een ander Amerika?

Altijd huisden in de Amerikaanse borst twee zielen: een internationalistische en een isolationistische. Het gemoed fluctueerde tussen die twee stemmingen. Maar na de glansrijke overwinning in de Tweede Wereldoorlog kregen de internationalisten de overhand. Overal waar ze meenden dictators à la Hitler en Stalin te ontwaren, gingen de Amerikanen de democratie verdedigen. Ze geloofden in het Amerikaanse exceptionalisme. Ze waren de door God uitverkoren strijders tegen het Kwaad, die de wereld wilden laten delen in de zegeningen van de unieke Amerikaanse manier van leven. Die zendingsdrang leverde successen op, maar ook nederlagen die zo mens- en geldverslindend waren, dat Amerika zich thans bezint op zijn rol in de wereld.

Misschien niet toevallig is er nu The Vietnam War, de veelgeprezen Netflix-serie. In tien afleveringen van twee uur zien we hoe Amerika zich in de jaren zestig in Vietnam vastliep en ontspoorde, met het oerwoud als de volmaakte metafoor voor hoe een natie verstrikt kan raken in haar eigen zelfbeeld. De Sovjet-Unie had Oost-Europa bezet, Mao greep de macht in China. De Amerikanen keken op de wereldkaart en vonden dat in Vietnam een dam moest worden opgeworpen. Maar gevangen als ze zaten in hun angst voor het oprukkende Rode Gevaar, zagen ze niet dat het de Vietnamezen niet primair te doen was om het communisme, maar om onafhankelijkheid. ‘Ik vocht niet voor Marx, ik vocht omdat ik niet wilde dat mijn dorp werd gebombardeerd’, zegt een Noord-Vietnamees.

Vietnamoorlog Hué, 6 februari 1968. Een Amerikaanse soldaat wordt behandeld aan zijn verwondingen. Beeld EPA / National Archives

De oorlog werd voor de VS een catastrofe. Hun overweldigende vuurkracht zaaide dood en verderf maar brak niet het Vietnamese verzet. De Amerikaanse militairen voelden zich verloren in de dorpen, rijstvelden en jungle, niet in staat vriend van vijand te onderscheiden. Ze raakten gedemoraliseerd, sommigen slachtten doorgedraaid baby’s af. De goodguys van Normandië werden de badguys van My Lai. We zien het allemaal, gelardeerd met de popmuziek die in de beleving zo met Vietnam verbonden is geraakt: Paint It Black, A Whiter Shade of Pale, Eve of Destruction. Het Amerika van de jaren zestig werd een surrealistische potpourri van rock-’n-roll, bevrijde jongeren, tegencultuur, straatgeweld, politieke moorden en oorlog.

Wat resteerde, was het Vietnamsyndroom: zo’n oorlog nooit meer.  Later deden de Amerikanen toch weer goed werk in Koeweit en op de Balkan, maar kort daarop ging het opnieuw mis in Irak. Obama trok vervolgens de troepen daar terug, Trump wil nu weg uit Syrië en Afghanistan. Is het een klepelbeweging: tijdelijk terug naar het isolationistisch sentiment? Of krijgen we een heuse breuk met zeventig jaar Amerikaans interventionisme? Wellicht zal Venezuela het leren.

Op het Vietnammonument in Washington staan in het spiegelende steen de namen gebeiteld van alle gesneuvelden. Een van hen was Mogie Crocker, een idealistische jongen. In de Netflix-serie is te zien hoe hij geloofde in Amerika’s missie in de wereld. Maar in Vietnam vraagt hij zich al snel af: waarom zijn we hier, 13 duizend kilometer van huis? Hij wordt gedood. Zo gevaarlijk is ideologie, je moet zelf nadenken, zegt zus Carol, terwijl ze zelfs na zo veel jaren hete tranen plengt. Erin besloten ligt de tragiek van goede bedoelingen die verkeren in het tegendeel. Even later weerklinkt While My Guitar Gently Weeps.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden