Opinie Emissiehandel

Krabbel niet terug met minimumprijs voor CO2

De Nederlandse regering moet nu doorpakken met een CO2-minimumprijs om de EU onder druk te zetten, bepleiten milieu- en energie-econoom Arthur van Benthem en Robert Ritz, Assistant Director van de Energy Policy Research Group.

Verkeersdrukte in de Javastraat in Den Haag, een van de meest vervuilde straten van Nederland. Beeld Julius Schrank

Na jaren de malaise van lage prijzen in de Europese CO2-emissiehandel te hebben aangezien, kondigde Nederland in zijn regeerakkoord van 2017 dapper aan een eigen CO2-minimumprijs te gaan invoeren, oplopend tot wel 43 euro per ton CO2 in 2030. Zulke prijzen zijn hard nodig om de markt echt wakker te schudden voor duurzame innovatie en grote vervuilers te raken in de portemonnee.

De Franse president Macron zegt terecht dat zo’n minimumprijs door alle EU-landen samen zou moeten worden ingevoerd binnen het Emissions Trading Scheme (ETS). Een Europese minimumprijs komt er niet door te wachten totdat alle lidstaten het eens zijn. Europese besluitvorming is traag en ingewikkeld. En in Duitsland en andere invloedrijke landen is er beduidend minder animo.

Vandaar dat het regeerakkoord stelde: dan doen we het maar zelf. Het voorstel is een nationale bodemprijs voor de elektriciteitssector van 18 euro per ton CO2 in 2020, oplopend tot 43 euro in 2030. Nederland volgt hiermee in de voetstappen van het Verenigd Koninkrijk, dat in 2013 al een minimumprijs instelde die de ETS-prijs ophoogt met 18 pond. In de jaren daarna is het aandeel van kolen dramatisch gedaald, van 41 procent tot 8 procent in 2017, ten gunste van gas, zon en wind.

Nationaal voorstel op losse schroeven

Nu het er echt op aankomt tijdens de onderhandelingen over het Klimaatakkoord, begint de elektriciteitssector te klagen. Er is opeens een variant opgedoken: ‘er komt geen nationale minimum CO2-prijs voor elektriciteitsproductie.’ Hiermee staat het Nederlandse voorstel op losse schroeven.

Hier is de kern van de kritiek. De bodemprijs zal de Nederlandse uitstoot ongetwijfeld met succes verminderen en dus bijdragen aan het Nederlandse doel van 49 procent minder CO2 in 2030. Maar gezien het vastgelegde Europese emissieplafond, kan de extra inspanning in Nederland ook leiden tot het ‘lekken’ van emissies naar elektriciteitscentrales in onze buurlanden – oftewel een verplaatsing van de uitstoot.

Uiteraard zou een Europese minimumprijs veel effectiever zijn dan een eenzijdige actie van Groot-Brittannië en Nederland. Maar omdat zo’n Europese oplossing er momenteel gewoon niet inzit, zou het instellen van een Nederlandse bodemprijs – ondanks de vele imperfecties – weleens tot de broodnodige impulsen kunnen leiden voor een Europese minimumprijs rond het jaar 2020.

Om dat te bereiken, moet Nederland per direct druk zetten op buurlanden en andere Europese klimaatpioniers om ook wetten aan te nemen – met vergelijkbare minimumprijzen en kleine lettertjes – die eenvoudig kunnen worden vertaald in gezamenlijk beleid van een regionale groep van first movers.

Nederland, neem het voortouw

Recente ETS-hervormingen versterken het argument voor regionale actie. Het zogenaamde Market Stability Reserve zal vanaf 2023 beginnen om het huidige overschot aan emissierechten van de markt te verwijderen. Regionale samenwerking vermindert het risico op ‘weglekken’ van emissies, waardoor het overschot groeit en daarmee dus ook het aantal emissierechten dat definitief wordt verwijderd. Het merendeel van de emissiereducties van een regionale coalitie zal zich dus vertalen in een lagere Europese uitstoot – het uiteindelijke doel van klimaatwetgeving.

Er is ook de kritiek dat de ETS-prijs in de toekomst boven de minimumprijs kan uitstijgen. In dat geval heeft het beleid geen effect. Dat is geen argument om de bodemprijs niet in te voeren. We hebben een bodemprijs nodig om voorbereid te zijn op het – ook waarschijnlijke – scenario dat de CO2-prijs laag zal blijven. Mocht dit niet het geval zijn, des te beter.

Per slot van rekening, wat zijn de opties voor een klein land als Nederland om een betekenisvolle impact te hebben op het wereldwijde klimaatprobleem? We kunnen geduldig wachten op Europa. Of we kunnen een inspirerend voorbeeld geven en het voortouw nemen bij het aansturen op een regionale minimumprijs.

De regering moet nu doorpakken met de minimumprijs voor CO2 maar ook snel partners vinden om het Brits-Nederlandse voorbeeld te volgen. Dit is onze beste kans om het momentum te creëren dat nodig is om Duitsland en Frankrijk, en uiteindelijke de hele EU, onder druk te zetten om een CO2-prijs te garanderen van ten minste 30 euro vanaf het jaar 2020.

Arthur van Benthem is milieu- en energie-econoom aan de Wharton School, University of Pennsylvania. Robert Ritz is Assistant Director van de Energy Policy Research Group, University of Cambridge.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.