Opinie Koopkrachtramingen

Koopkrachtramingen zijn niet veel meer dan nepcijfers

Het kabinet moet zich niet langer verschuilen achter het gammele harnas van de koopkrachtraming.

Minister Wiebes van Economische Zaken (links) en premier Rutte. Beeld Freek van de Bergh

‘Koopkrachtraming goed, al goed’. Het is een welhaast religieus dogma van de Nederlandse politiek. Ook de afgelopen weken, te midden van de ophef omtrent de stijging van de energielasten, maande het kabinet tot kalmte met een beroep op de koopkrachtraming. ‘Laten we eerst de nieuwe koopkrachtraming afwachten’, stelden zowel minister Wiebes als premier Rutte. Als de koopkracht onder de streep stijgt, is alles in orde!

Vorige week dinsdag werd de langverwachte koopkrachtraming dan eindelijk door het CPB gepresenteerd. Het koopkrachtorakel was positief: ondanks de diverse prijsstijgingen gaat men er nog evenveel op vooruit. ‘Koopkrachtraming goed, al goed’, reageerde het kabinet in koor.

Premier Rutte heeft wellicht meer dan wie dan ook de koopkrachtraming op een voetstuk geplaatst. Nederland is ‘gezegend’, liet hij zich in 2012 in niet mis te verstane bewoordingen uit, dat het – volgens de premier toen als enige land ter wereld – beschikt over de koopkrachtraming. In dit standpunt staat hij niet alleen. Zowel binnen als buiten verkiezingstijd zijn er weinig afvalligen.

Dit alles is een soort collectieve waanzin. Nederland is niet gezegend met koopkrachtramingen, zoals de premier beweert. Koopkrachtramingen zijn niet veel meer dan nepcijfers. Zij zijn in het huidige politieke klimaat veeleer een vloek, een last.

Is een dergelijk cynische houding gerechtvaardigd? Oordeelt u zelf. De raming – een chique woord voor ‘ruwe schatting’ – blijkt allereerst vanwege de volatiliteit van de betrokken variabelen praktisch nooit te kloppen. U leest het goed. Koopkrachtramingen – die veelal een stijging of daling tussen de 0,0 en 1,5 procent aangeven – zitten er de afgelopen tien jaar gemiddeld 0,8 procent naast.

Dat leidt soms tot gênante taferelen. Over het grote jubeljaar 2017 bijvoorbeeld, waarin zelfvoldane politici het goede koopkrachtnieuws van de daken schreeuwden, bleek achteraf sprake te zijn geweest van een koopkrachtdaling voor bijna de helft van de bevolking.

Daarbij komt dat koopkracht een macro-economisch meetinstrument is dat niets zegt over individuele gevallen. Persoonlijke levensgebeurtenissen, zo stelde ook Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS, zoals een promotie of ontslag, een huwelijk of scheiding, en ook ziekte, hebben meer invloed op iemands koopkracht dan beleidsveranderingen, maar komen in de koopkrachtcijfers niet tot uitdrukking. Iemand die de komende jaren bijvoorbeeld te maken krijgt met een negatieve levensgebeurtenis en een daardoor – ondanks de rooskleurige koopkrachtplaatjes – sterk dalende koopkracht, krijgt daarbovenop ook nog eens de bittere pil van de prijsstijgingen te verwerken. Zeker aan diegenen is het kabinet het verschuldigd om de prijsstijgingen geheel onafhankelijk van de koopkrachtplaatjes onder de loep te nemen.

Het lijkt vanzelfsprekend: aan onbetrouwbare percentages de vooruitgang van een land afmeten en daarvan belangrijke politieke beslissingen laten afhangen, is buitengewoon onverstandig. Waarom blijven onze politici de koopkrachtraming dan toch als zaligmakend presenteren? Als er geen onkunde in het spel is, dan zeker toch politiek opportunisme. Ook de afgelopen weken. ‘Dames en heren, uw energielasten stijgen weliswaar aanzienlijk, maar nu de koopkrachtraming positief is, is dat allemaal in orde.’ Dat die koopkrachtraming net zo problematisch is als de energieberekening waar het hele gedoe mee is begonnen, wordt voor het gemak vergeten.

Wij willen het kabinet oproepen zich niet langer achter het gammele harnas van de koopkrachtraming te verschuilen. Zekere en concrete prijsstijgingen mogen niet gerechtvaardigd worden met een beroep op een macro-economische onzekerheid. Dergelijk gebrekkige en opportunistische argumentatiestructuren, doen verder afbreuk aan het vertrouwen in de politiek. Er kunnen andere argumenten zijn op grond waarvan besloten kan worden niet over te gaan tot compensatie voor de prijsstijgingen. Maar ons politiek debat verdient op zijn minst dat men de moed heeft om daarvoor eerlijk uit te komen.

De gehele saga rondom koopkracht en energielasten is een voorbeeld van een breder probleem: politici die cijfers van welwillende organisaties misbruiken voor politieke doeleinden. Het fenomeen speelt zich af over de gehele politieke linie: van klimaatdebat tot immigratie.

Wellicht verdient het dan ook aanbeveling om de koopkrachtontwikkeling voortaan uitsluitend achteraf te meten, althans achteraf te publiceren, en geheel te stoppen met de koopkrachtraming in deze vorm. Als Nederland inderdaad een teer vaasje is, zoals Rutte zo poëtisch stelt, dan kunnen we het ons niet veroorloven het land op een wankele raming te laten rusten.

Pieter van der Velden is student bestuurs-en organisatiewetenschap en muzikant. Mike Soyer is rechtsfilosoof en advocaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.