Column Sheila Sitalsing

Koopkracht, iets waar de doeners van de VVD al bijna tien jaar verantwoordelijk voor zijn

Vroeger was de VVD schutspatroon van de hardwerkende Nederlander. In naam althans, in speeches en interviews werd hij continu aangeroepen: hardwerkend blabla, hardwerkend zus, hardwerkend zo, hardwerkende mensen eerst. Dat was slim bedacht van de VVD, en enorm inclusief, want er zijn maar weinig mensen die van zichzelf zeggen dat ze níet hard werken, ik ken mensen die hele dagen bewegingloos naar hun nagelriemen staren en op vrijdagmiddag toch hartgrondig ‘hè hè, eindelijk weekend!’ uitroepen.

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Toch bleken lang niet alle mensen die zich als hardwerkend beschouwen ontvankelijk te zijn voor de vleierij, en voor dat herhaalde ‘hardwerkende Nederlanders eerst’. Ze bleven gewoon als vanouds lekker klagen over alles en iedereen, en als ze Mark Rutte zagen krijsten sommigen ‘Ik krijg nog duizend euro van je’.

Want de mensen hadden best door dat er licht zat tussen woord en daad. Ze kwamen vaak genoeg helemaal niet eerst, zo bleek keer op keer. Dan weer ging Paul Polman van Unilever voor, dan weer ‘het vestigingsklimaat’ in zijn algemeenheid, dan had Mark Rutte weer iets in zijn vezels gevoeld.

Tegenwoordig heet de hardwerkende Nederlander bij de VVD een doener, of een harde werker, of goed volk, en wordt hij andermaal gepaaid. Een tijdje geleden al in een werkstuk van Klaas Dijkhoff, waarin hij noteerde dat de VVD er veel meer ‘voor de middenklasse’ moet zijn (‘de middenklasse’ is een voortzetting van de hardwerkende Nederlander, cq doener, cq goed volk, cq harde werker; eigenlijk valt iedereen eronder die geen uitkering heeft, want aan mensen met een uitkering worden doorgaans weinig barmhartige woorden gewijd). En afgelopen weekend ging het paaien door, op het VVD-congres, dat tegenwoordig VVD-festival heet.

Daar sprak Mark Rutte, als partijleider van de VVD. Hij had de mouwen opgerold en een festivalbandje om de pols geknoopt, als een echte doener, en hij waarschuwde ‘het bedrijfsleven’, de nieuwe schietschijf van politici op zoek naar kiezers. Dat grote boze bedrijfsleven moet de cao-lonen voor werknemers verhogen. Want ‘de winsten klotsen tegen de plinten’ en ‘het enige dat stijgt, is het loon van de ceo’. Dat klonk goed, net zo goed als ‘hardwerkende mensen eerst’, maar het boemerangde vrijwel meteen.

Want de cao-lonen in het bedrijfsleven stijgen wel degelijk, in die zin was Rutte niet volledig ingelicht. Nog niet zo lang geleden heeft dat al tot verheugde berichten in de kranten geleid, over cao-lonen in het grote bedrijfsleven die ‘geleidelijk sneller stijgen’, eerder dit jaar was de gemiddelde stijging al meer dan 3 procent. (Al moeten we altijd de Hema erbij noemen, die in de nieuwe cao wonderlijke afspraken heeft gemaakt over juist lagere lonen).

Voor de werkgeversvereniging was het een uitgelezen kans om terug te slaan: Rutte weet weer eens niet waar hij over praat, en als er maar geen schot wil komen in de welvaartsontwikkeling voor de middenklasse dan ligt dat niet aan de brutolonen bij ‘het grote bedrijfsleven’, maar aan de overheid. Die belast namelijk alles wat erbij komt gewoon weer weg. Die laatste bewering kan gestaafd worden, met grafiekjes waarin tamelijk nauwkeurig te volgen valt hoe vrijwel deze hele eeuw al de koopkracht door de bank genomen mondjesmaat stijgt, omdat erg veel opgaat aan hogere lasten.

Dat is overheidsbeleid, iets waar de doeners van de VVD al bijna tien jaar verantwoordelijk voor zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden