ColumnDaniela Hooghiemstra

Koninklijke snoeppot is toe aan modernisering

Toen mijn kinderen de leeftijd hadden waarop ik ze nog iets kon leren, bewaarde ik, de ‘neem-lekker-een-worteltjemoeder’, de zure matten, schuim­bananen en Napoleonkogels in een kastje dat ik opende als iedereen in bed lag. In praktijk brengen wat je preekt, is moeilijk, en veel gezag­hebbers struikelen over het gat ­ertussen.

Als je doet wat je preekt, krijg je ­gezag, maar als je eenmaal gezag hebt, kun je de kloof ook een beetje toedekken. Opvoeden is wat dat betreft net moderne staatsmanskunst, het begint met inlevingsvermogen. Wie zich in de positie van zijn burgers kan verplaatsen, weet welke manoeuvreerruimte hij heeft.

Voor een koning is dat lastig, omdat hij boven de samenleving is uitgetild. Daardoor doet hij weinig ­ervaring op met menselijke wederkerigheid. Hij is van oorsprong het product van een piramidevormige standensamenleving, met God aan het hoofd.

Na de uitvinding van volkssoevereiniteit en secularisme werd hij in de meeste Europese landen afgezet. Maar Nederland installeerde hem in 1814 juist, om hem daarna als een ornament boven de burgerlijke arena uit te takelen.

Na de Tweede Wereldoorlog werd voor de adel een ‘sterfhuisconstructie’ bedacht, maar de koning sloot een bondje met burgerlijke ambtenaren en politici en behield zo als enige in het land zijn erfelijke rechten. Daarmee ontkwam hij, uniek in zijn soort, aan de democratisering die de rest van ­Nederland vanaf de jaren zestig overspoelde.

Dat burgerlijke gelijkschakelingsproces is nog niet klaar. De kritiek op maatschappelijke ongelijkheid zwelt de laatste tijd aan. Nadat erfelijk standsverschil werd afgeschaft, ligt nu de eigen verdienste onder vuur. Sinds Piketty staat privévermogen in een kwade reuk en wil zelfs de VVD herverdeling. Gezaghebbers zoals wetenschappers, rechters en ministers, politiemensen en ambulancebroeders, moeten zich verantwoorden voor wat ze doen, hoezo, en waarom zíj. De ‘witte man’ moet zich schamen voor zijn ‘privilege’, specialisten moeten luisteren naar Famke Louise, en hoewel de overheid voor alles verantwoordelijk is, wil de burger niets opgelegd krijgen, anders doet hij niet meer mee.

Je vraagt je af hoe een koning als witte, door geboorte geprivilegieerde man én vermenigvuldiger van de balkenendenorm in deze habitat overleeft. Als een toekan op de Noordpool, zou je denken.

Maar als unicum in de geëgaliseerde samenleving heeft hij juist de ‘x-factor’, zo blijkt. Zijn salaris stijgt dit jaar opnieuw met 5 procent, tot 998 duizend euro per jaar, bovenop de 6,5 miljoen voor zijn onkosten. Zijn moeder krijgt een half miljoen, zijn vrouw bijna vier ton en zijn oudste dochter begint komend jaar haar eigen hofhouding, met een budget van 1,5 miljoen euro.

Terwijl gekozen leiders in de Kamer dagelijks op het hakblok liggen in pogingen om gezondheids- en ­migratiecrises op te lossen voor een fractie van deze bedragen, ijveren de koning en de koningin in de wereld voor gelijkheid en diversiteit. De ­koning bloost niet als hij, zoals laatst tijdens een speech voor de VN, hamert op ‘gelijke kansen voor iedereen, ongeacht afkomst of kleur’.

Omdat hij op zijn eiland zijn eigen norm is, verwacht ik dat ook niet van hem. Maar van de regering die hem als symbool omarmt, verwacht ik dat wel. Een erfelijk instituut presenteren als symbool van ‘gelijke kansen’ is al een krachttoer op zich, maar het ook nog met miljoenen overladen, grenst aan het ridicule.

De Wet Financieel Statuut Koninklijk Huis uit 1972 is aan herziening toe. Niet omdat het kleine percentage van het bnp niet kan worden gemist, wel omdat de van de liberale verhoudingen losgezongen, feodale salariëring van de koning en zijn ­familie de vraag oproept waarván zij het symbool zijn.

Geluk zit niet in ‘de jacht naar succes’ maar in ‘onze verbondenheid met anderen’, zei de koning vorig jaar tijdens zijn kersttoespraak. Dat zijn mooie woorden, maar uit de mond van iemand wiens paleis juist voor 69 miljoen euro was verbouwd en op het punt stond een speedboot aan te schaffen à 2 miljoen, overtuigen ze niet.

De ‘x-factor’ of niet, om geloofwaardig te blijven, moet de snoepkast van de koning worden aangepast aan de eisen van de tijd. Bij de begrotingsbehandeling, volgende week, krijgen volksvertegenwoordigers de kans om de symboolwaarde van de monarchie toekomstbestendig te maken.

Daniela Hooghiemstra is journalist en historicus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden