Column Peter de Waard

Komt de bolhoed terug in de Londense City?

Begin jaren tachtig was de City van Londen, de vierkante mijl waar banken, verzekeraars en effectenkantoren waren geconcentreerd, een bolwerk van Britishness.

Mannen met The Financial Times onder de arm geklemd, de paraplu losjes in de hand en een bolhoed op het hoofd beheersten het straatbeeld. Handelaren arriveerden om 9 uur en kregen van hun bazen te horen welke aandelen in welke sectoren zouden moeten worden gekocht en verkocht. Het ene deel (brokers) ging naar de beursvloer, het andere deel (de salesmensen) legde het contact met klanten. Om half een ging iedereen naar de pub voor een rijk besprenkelde lunch. Daarna kwam iedereen nog even terug voor de administratie en het opruimen van het bureau. Om 4 uur ging iedereen naar huis. 

Woorden als ‘ontslag’ en ‘overtolligheid’ bestonden niet. Transacties konden nog mondeling worden bezegeld: ‘My bond is my word’. De bazen kregen koffie en thee geserveerd door butlers met witte handschoenen en ontvingen hun klanten in kantoren met klassieke meesters aan de wand. Vrijdagmiddag toog iedereen vroegtijdig naar zijn buitenhuisje.

En toen besloot premier Margaret Thatcher alle beperkende maatregelen in één klap af te schaffen. De ‘Big Bang’ van 1986 was de enige revolutie in een land waar al meer dan duizend jaar alles hetzelfde was gebleven. In drie decennia maakte die oerknal van Londen een kosmopolitische en hedonistische stad.

Amerikaanse banken kwamen massaal naar de City, gevolgd door Zwitserse en Duitse, met jonge handelaren die niet alleen bereid waren om vijf uur ’s morgen op te staan, maar ook achter het bureau wilden lunchen en tot de sluiting van Wall Street in New York om 10 uur ’s avonds doorwerken. ‘Het ochtendoverleg ging van 9.00 uur naar 6.30 uur. De eerste trein vanuit Haslemere in Surreys broker­ belt vertrok om 7.15 uur naar Waterloo. Op dat moment waren de Amerikaanse bankiers al aan het werk. British Rail besloot daarop voor Britse bankiers een trein om 6.44 uur te laten rijden’, schreef zakenbankier Philip Augar in The Death of Gentlemanly Capitalism.

De Amerikanen boden mondiale distributie voor een mondiale markt. Megafusies, blokhandel en miljardenemissies kwamen in de plaats van orders voor het oude geld. De City werd ‘gewimbledoniseerd’. Het strijdperk bleef Brits, maar de strijders werden buitenlanders. De Britse effectenkantoren werden door buitenlanders opgekocht. Wie niet aan de eisen kon voldoen, kon zijn spullen pakken. De rest kreeg bonussen. Advocaten verdienden miljoenen, want niemand geloofde een ander op zijn woord.

De gentleman veranderde in een geldwolf. Nu is er de Brexit. En sommige Britten dromen van de terugkeer van gentleman’s kapitalisme. De City zou weer een bastion moeten worden van Britten met een vaste baan en een modaal salaris die een bolhoed dragen.

Amsterdam, Parijs en Frankfurt lonken naar de geldwolven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.