Komen bonussen op Wall Street uit ons pensioengeld?

De parlementaire onderzoekscommissie financieel stelsel moet zich meer op de financiële bestuurders richten. Waarom vertrouwden zij zoveel geld toe aan zakenbanken die stijf staan van de belangenverstrengeling?

Anderhalf jaar na de bijnadoodervaring van het financiële stelsel starten de parlementaire onderzoeken. In de VS staan zakenbanken als Goldman Sachs en Morgan Stanley centraal. Terwijl de economie nog nasputtert maakt Wall Street zich op voor ouderwetse recordbonussen. Geleden hebben deze bankiers nauwelijks.

Luchtbel
Vlak voordat de financiële luchtbel barstte zagen zij vanaf hun eenzame toppen in de ‘haute finance’ al rare dingen gebeuren op de Amerikaanse huizenmarkt. In het financiële casino zetten zij in op het ineenstorten van de huizenmarkt. Naast veel geld leverde dat in eerste instantie zelfs de nodige waardering op: die jongens wisten tenminste wat risicomanagement betekent.

Ondertussen is gebleken dat de relatief goede cijfers niet alleen het resultaat waren van slim handelen voor eigen rekening. Terwijl de zakenbanken inzetten op het klappen van de huizenbubbel verkochten ze vrolijk producten waarvan de waarde juist afhing van de verdere bloei van diezelfde huizenmarkt. De kopers van deze complexe innovatieve producten (synthetic collateralized debt obligations voor de liefhebbers) gingen voor miljarden dollars de boot in, soms binnen maanden na aankoop. Phil Angelides, voorzitter van de onderzoekscommissie van het Amerikaanse Congres, omschreef deze handelswijze als ‘het verkopen van een auto met kapotte remmen om vervolgens een verzekering af te sluiten op het welzijn van de chauffeur’.

Scenario
Goldman Sachs stelt enkel te hebben voorzien in de vraag van ‘professionele investeerders’; verzekeraars, banken en pensioenfondsen die groot en wijs genoeg zijn om te weten wat ze doen. Maar de miljarden eigen geld die de bank op een tegenovergesteld scenario inzette getuigen niet echt van een geloof in de ‘professionele wijsheid’ van deze beleggers.

Het idee van de zelfredzame professionele investeerder is van beperkte waarde gebleken in een wereld waarin toezichthouders en bestuurders van banken, verzekeraars, kredietbeoordelaars en pensioenfondsen de nieuwste financiële innovaties nauwelijks begrepen. Laat staan dat ze er de risico’s van overzagen. Wat deze bestuurders wel zagen was dat deze nieuwe financiële producten (nu) veel geld opleveren zonder al te veel (voor hen) zichtbare risico’s. Net als gewone mensen, die auto’s en televisies moeten kopen zonder de precieze werking hiervan te doorgronden, verlieten zij zich op de reputatie van de verkopende partij. En die reputatie was in het geval van de zakenbanken, vrij letterlijk, goudgerand.

Geen buitenstaander
Hoe de zakenbanken zoveel winst genereren kan geen buitenstaander doorgronden. Duidelijk is wel dat ze zijn verworden tot een geïnstitutionaliseerde verstrengeling van belangen. Ze zijn adviseurs van dezelfde bedrijven en beleggers waar ze mee (en in) handelen. In de jaren ’90 leerden beleggers een dure les, de beleggingsadviezen van menig zakenbank bleek meer af te hangen van de te verdienen fees bij de beursgang van internet start-ups dan van de werkelijke economische vooruitzichten.

Waarom stonden professionele investeerders dan toch weer in de rij om zaken te doen met deze inherent onbetrouwbare instellingen? John Kay presenteerde in de Financial Times de 'Madoff twist' als verklaring; vernoemd naar meesterfraudeur Bernard Madoff maar volgens Kay ook van toepassing op zakenbanken. Bij de ‘Madoff twist’ wordt niet eens ontkend dat er iets niet in de haak is. Daarvoor zijn de rendementen te uitbundig of het belangenconflict te opzichtig. De klant wordt verleid door de suggestie dat deze juist mag meeprofiteren, mee mag vissen in het rijke troebele water. Daardoor heeft deze klant er geen belang bij de vermoede onregelmatigheden aan de grote klok te hangen. Zelfs niet als hij ontdekt zelf ook ‘slachtoffer’ te zijn. Hij is dan namelijk nog altijd een ‘medeplichtig slachtoffer’.

Geen zakenbank
Nederland heeft geen zakenbank van betekenis. Wel hebben wij enkele van de grootste ‘professionele beleggers’ van de wereld binnen onze grenzen. Zij zijn het die het buskruit leveren voor het financiële vuurwerk op Wall Street. Onze banken, verzekeraars en pensioenfondsen deden volop zaken met de Amerikaanse zakenbanken. De kosten van de reddingsoperaties voor de banken en de aanzuivering van pensioentekorten zijn inmiddels een politiek probleem van de eerste orde.

De parlementaire onderzoekscommissie wil ‘een bijdrage leveren aan de verbetering van het financiële stelsel’. De eerste verhoren leerden dat de regels van het spel in de VS worden bepaald. Wat internationaal wel gewicht in de schaal legt zijn de enorme vermogens die we beheren. Juist daar zou de commissie de Wit zich op moeten richten. Hoe kan het dat de professionele beleggers die we ons geld toevertrouwen met zoveel waardeloze producten in de boeken zijn geëindigd? Gekocht van zakenbanken die daar zelf niet in geloofden.

Waren deze bankiers zoveel slimmer dan de beheerders van ons geld? Of zagen deze ook wel dat het allemaal niet echt optelde, maar hoopten ze dat een ander de rekening op zou pakken? Dat het hun tijd wel zou duren? Is het met ons pensioen- en belastinggeld dat de bonussen op Wall Street zijn betaald? En nu deze weer naar recordhoogte stijgen: doen we dat nog steeds? Het woord is aan de commissie de Wit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden