Column Eva Hoeke

Koken uit pakjes, dat dóé je niet? Eva Hoeke wel hoor – graag zelfs

Beeld Aisha Zeijpveld

Door een olijke speling van het lot interviewde ik in korte tijd drie mensen die van eten hun levensbeschouwing hebben gemaakt en daar kond van doen in schitterend gefotografeerde, vuistdikke kookboeken, de een nog artistieker dan de ander, met het soort culinaire trouvailles die lucht blazen in het idee dat het leven wel degelijk aangenaam kan zijn, als je er maar een beetje móéite voor doet. Met alle drie voerde ik geanimeerde gesprekken die alle kanten op hotsebotsten, van in tamarinde gestoofde aubergine tot Instagram-food en van scherpe messen tot bot personeel, maar één ding hadden ze gemeen, en dat is dat ze allemaal, zonder uitzondering, gruwelen van koken uit pakjes. Koken uit pakjes is de bodem, koken uit pakjes is voor mensen die met Tweede Paasdag naar de woonboulevard gaan, voor mensen die in keramieken letters HOME voor hun raam hebben staan. Koken uit pakjes – dat dóé je niet.

Grappig, ik kook heel vaak uit pakjes.

Graag zelfs.

Met name de kant-en-klare pakketten waarbij je stap voor stap door het proces wordt geleid (‘Snij ondertussen de komkommer in blokjes’) bevallen me, want zij zorgen ervoor dat ik eens een keer wat anders eet dan, en de ware kookgek kan nu het beste even zijn vingers in zijn oren stoppen, snijbonen met rijst en strooikaas.

Heeft dat kind nooit leren koken? hoor ik u denken.

Welnu – nee. Dat wil zeggen, bij ons thuis werd eenvoudig gekookt. Aardappelen groenten vlees, af en toe spaghetti, yoghurt toe. Ik zeg dit zonder wrok: mijn vader was ’s avonds aan het werk en bovendien dronk-ie liever dan dat-ie at, en mijn moeder ging zich pas weer uitsloven toen mijn broer en ik het huis uit waren en zij, inmiddels weduwe, haar nieuwe man ontmoette, iets waar ik goed in kan komen nu ik zelf vaak met twee onwillige sujetten aan tafel zit. Bij het lezen van kranten en het kijken naar De Bestseller 60 krijg ik weleens de indruk dat ik daarover beter mijn snuit kan houden, maar precies daarom zou ik voor één keer een welgemeend pleidooi willen houden vóór het pakjeskoken, juist hier, op dit podium, waar de Goede Smaak een paar bladzijdes verderop weer in dikke plakken wordt uitgeserveerd. Wat prima is, trouwens, net als kookboeken, die mooi en waardevol kunnen zijn. Maar ze eisen tijd en geld – en ik heb geen van beide.

Daarom: pakjes. Door uit pakjes te koken gebruikte ik voor het eerst gember in een gerecht, leerde ik dat je noedels niet moet koken, maar wellen, en zette ik op doodgewone dinsdag ineens Libanese tabouleh op tafel, en dat binnen een half uur en zonder een zenuwslopende ronde langs allerlei toko’s die waar ik woon helemaal niet voorhanden zijn. Overigens kan er ook met voorgesorteerde zakjes kruiden nog genoeg misgaan. De in stukjes gesneden kip heb ik eens gemarineerd in de specerijen die voor de dressing waren bedoeld, en laatst heb ik een stuk Parmezaanse kaas staan raspen met een eiersnijder, en ik maar denken, wat duurt dat lang, maar goed, dat zijn details: op school begin je ook niet meteen met Shakespeare.

Het mooie is: er komt natuurlijk een dag dat ik van het pakje af zal wijken en van de gember laos zal maken, of koenjit, ik noem maar wat, want zo werkt dat, je wordt vanzelf bijdehand en leuk is het begin van goed, zoals mensen in de communicatieve zwendel dan plachten te zeggen. Koken uit pakjes is leren lezen in de keuken, kortom, het is oelewappers zoals ik de kans geven ook eens iets van de wijde wereld te laten proeven, en dat is al met al niks om op neer te kijken, dacht ik zo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden