ColumnPeter Buwalda

Koffie die naar thee smaakt. Zo genderbewust

Telepathische scones vanuit Filtro.

En ineens gingen we naar Den Haag.

Bekomen van deze onderneming, zat ik te writen in een hipstertent. Precies een jaar ervoor gingen we ook naar Den Haag en zat ik in precies dezelfde hipstertent. Ook toen was ik bezig met de laatste loodjes, maar met de voorste ervan, wat een totally different ballgame is, legde ik de baas uit, een kalme hipster die me een hand kwam geven. Kon ik zeer waarderen. Bedankt voor de hand, dude. Je maakte het verschil. Peace.

Hij heet Jack, kwam ik achter. Dat ging zo, na sluitingstijd was ik mijn pinpasje kwijt. Portefeuille helemaal omgekeerd, Jet al de schuld gegeven, maar nee, geen pasje. Dus belde ik naar de hipstertent.

‘Euh… yeah, hello, with me, I was in your tent today…’

Lage, rustige stem: ‘Yes Peter, I know. It’s Jack.’ De man liet een waardige stilte vallen waarin tot me door drong dat hij mijn naam kende en ik nu ook de zijne. Jack dus. Grote klasse, natuurlijk. Had ik mijn ouders destijds kunnen adviseren, dan was het zeker Jack geworden. Jack Buwalda. (‘Is de Jackster thuis?’ ‘Jawel Jantje, maar die zit boven te writen.’

‘O, aha. Nou ja, dan ga ik wel in mijn eentje pruimen plukken.’)

‘I’m at home, now’, zei Jack geruststellend. ‘But I’ll go and find out.’ Voor mijn geestesoog zag ik Jack in een verbouwde boerderij even buiten Den Haag zijn kooksessie afbreken, hij maakte die avond iets wat ze zitten te vreten in On The Road, leek me. Hij schoot zijn gnoeharen duffel aan, kuste vrouw en kinderen gedag en fietste door de bittere kou naar zijn verduisterde koffietent, de vorst in zijn grijzende baardje, mompelend geen onvertogen woord, vrienden, niet het kleinste vloekje, en zelfs niet nadat hij eenmaal in zijn tent aangekomen nergens mijn pinpas kon vinden.

Wist ik al, toen hij terugbelde. Het ding zat namelijk toch in mijn poeplap, oeps, vastgekleefd aan de lijmrestjes op een platenbon, het ‘kado met de juiste groove’, waarmee Jack zeker zou instemmen, als ik hem ermee lastig had gevallen. Maar nee, het leek me een slecht stamelbaar verhaal. ‘Sorry Jack, I have it already, it was in my wallet, glued to my recordticket, or how do you call it’, wetende dat er in Jacks verbouwde boerderij cactusmoten stonden aan te branden.

De volgende ochtend betrad ik, wuivend met mijn pasje, Jacks tent. Een knipoog was mijn deel. Ik bestelde koffie met een scone. Het baksel was lekker genoeg om naar het recept te vragen, ook om te testen of Jack veranderd was.

Nauwelijks. Hij ging het opvragen bij zijn bevriende bakker.

Waarom het Jack ondertussen gaat, zijn de bonen. Zijn tent heet niet zomaar Filtro, hij zet er bijzondere slow coffee’s, zogenaamde poor-overs uit Ethiopië of Brazilië, ze smaken naar inheemse besjes, naar coole mineralen en zelfs naar thee.

Koffie die naar thee smaakt. Zo genderbewust, zo van nu.

Hopelijk maakt Jacks theekoffie geen vlekken, want toen zijn vrouw met de kleintjes binnenwipte, ging hij even bij ze zitten en flikkerde kleine Jack een halve kan in papa’s kruis. Gelukkig hing dat laag en baggy maar toch was het schrikken.

En zonet, vier dagen later, appte hij vanuit het niks het sconesrecept. Ik was al bijna klaar. Typisch Jack toch!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden