ColumnDaniela Hooghiemstra

Koester de paradox die het virus blootlegt

Pogingen om je eigen tijd te duiden, zijn meestal verspilde moeite. In de jaren 80 rijpte het idee dat de wapenwedloop het einde van de wereld zou worden, terwijl het enige dat erdoor eindigde de Sovjet-dictatuur was en de bom die ontplofte er één van welvaart was.

De geschiedenis verloopt altijd anders dan de mensen ter plekke denken. Het idee dat de ondergang nabij is, vormt daarin een constante. Dat komt waarschijnlijk omdat gedachten over de toekomst, moeilijk zijn los te koppelen van het zekere besef van het eigen einde. De gedachte dat na jouw tijd een mooie tijd aanbreekt, is niet gemakkelijk te aanvaarden.

Degenen die in de jaren 30 van de vorige eeuw de ondergang van de beschaving voorspelden, kun je achteraf geen ongelijk geven. Maar ook op hun voorspelling valt af te dingen. Historicus Ronald Havenaar liet in zijn boek Naar de bliksem maar nu nog niet zien dat historicus Johan Huizinga het gevaar van het totalitarisme weliswaar juist voorspelde, maar dat de argumenten die hij daarvoor aandroeg, rammelden. De ondergang van zes miljoen mensen betekende bovendien niet de ondergang van de wereld. Na vijf jaar oorlog werden in Europa weer kinderen geboren die enthousiast een vredige en welvarende samenleving opbouwden.

Maar omdat leven zónder vragen over verleden en toekomst en hoe zij zich tot elkaar verhouden alleen is weggelegd voor mensen die zich kunnen laven aan kerk, drank, drugs, yoga of mindfulness, kom je om een poging tot duiding van het coronavirus toch niet heen.

Op een wereldpopulatie van 7,8 miljard, zijn tot nu toe honderdduizend mensen aan het virus overleden. Ook als dat aantal nog verdubbelt, staat het niet in verhouding tot wat kanker, hart-en vaatziektes,ondervoeding, parasieten en bacteriën wereldwijd aanrichten. Maar hoewel de gevolgen van het virus in mondiale bevolkingsstatistieken nauwelijks zal zijn terug te zien, zijn de maatschappelijke gevolgen ervan tot nu toe ongekend. Een virus dat iedereen ziek kan maken, maakt angstig, zeker als moderne technologie het delen van cijfers, ervaringen en beelden mogelijk maakt. De noodkreet komt tot nu toe niet uit ontwikkelingslanden. Ontwrichtend is het virus waar recht op veiligheid en goede gezondheidszorg voor iedereen, ongeacht jong, oud, dik, dun, sterk of zwak, een collectieve afspraak is.

Waar geen goede gezondheidszorg ís, kan die ook niet overbelast raken en waar burgers weinig veiligheid beloofd wordt, treedt in het vertrouwen daarin ook minder snel een crisis op. Niet het risico om aan het virus te sterven – een kans van naar schatting gemiddeld circa 0,3 procent – houdt de welvarende burger binnen, maar de wens dat iedereen toegang houdt tot goede zorg. De manier waarop het virus het westerse sociale contract ondermijnt, is duivels. De afspraak dwingt ertoe om de economie die voor de afspraak de brandstof levert, de nek om te draaien.Verlossing komt pas met de vondst van een vaccin of geneesmiddel.

In plaats van een gezondheidscrisis, is sprake een systeemcrisis. De zoveelste waarmee de welvaartsstaat in Europa te maken heeft.

Het liberalisme was de enige ideologie die in de twintigste eeuw niet tot massamoord leidde en de meeste mensen rijker, in plaats van armer maakte. Maar de welvaartsstaat die we eraan danken, staat als paradoxale mix van economische logica en menselijke solidariteit, onder druk. Migratie stelt de rekbaarheid van de solidariteit aan de orde en klimaatopwarming confronteert met het feit dat menselijk welzijn een prijs heeft.

Door het coronavirus wordt de welvaartsstaat opnieuw met de neus op boekhoudkundige feiten gedrukt. Ieders recht kan bestaan, zo lang niet teveel mensen er een beroep op doen en de maatschappij het financiert. Het harde besef dat humane waarden aan economische logica onderhevig zijn, leidt tot paniek, zodat de oplossingen je om de oren vliegen. Solidariteit met ouderen en zieken zou niet langer realistisch zijn, of het kille, liberale verdienmodel juist de bron van alle kwaad. Maar zonder economie is solidariteit een wassen neus, en zonder solidariteit schaadt de economie de mens. Daarom geloof ik in behoedzaamheid. Intellectueel misschien wel net zo saai als de schier oneindige ‘intelligente lockdown’, maar voor de mensheid toch het beste.

Daniela Hooghiemstra is historicus en journalist

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden