Koerdische strijders die IS uit Europa hielden, dreigen nu slechts wisselgeld te worden in Manbij

De Koerden vochten om IS uit Europa te houden. Maar waar is Europa nu ze zelf onder vuur liggen?

Door Turkije gesteunde strijders bij een Koerdisch standbeeld, voordat het wordt neergehaald. Beeld AP

De afgelopen jaren stonden de Koerden in Syrië en Irak op de grootste bühne van de wereld als de belangrijkste boots on the ground in de strijd tegen IS. Zelfs de modebladen stonden vol van Koerdische meisjes die in de lokale legerkledij het front bestormden alsof het een catwalk was. Het was de ultieme kans om te laten zien hoe onoverwinnelijk de Koerden zijn. Tot we weer werden verraden.

De oorlog tegen IS was net begonnen, ik zat in de auto met een goede vriend, misschien een half uur van het front vandaan. Hij was peshmerga en tijdens zijn verlof keerde hij terug naar de stad om geld te verdienen als taxichauffeur. Die rit zou hij mij naar het vliegveld brengen in Erbil, in Noord-Irak, dat inmiddels is gesloten als antwoord van de autoriteiten in Bagdad op de Koerdische behoefte aan onafhankelijkheid.

Normaal duurt de rit naar het vliegveld niet zo lang, maar deze keer kroop de auto over het asfalt. Alsof mijn vriend ons afscheid wilde rekken. Hoe zeg je 'tot ziens' tegen iemand als jij terug mag naar Europa en hij terug naar het front om namens het hele Westen IS te bevechten? Ik vertelde hem dat iedereen in Nederland trots op hem was, dat de overheid helmen ging sturen en misschien zelfs F-16's om vanuit de lucht te helpen met de strijd op de grond. Hij vertelde mij dat, elke keer als hij naar het front vertrok, zijn dochtertje zich met haar armen om zijn been aan hem vastklampte. En elke keer was het misschien voor het laatst.

Beri Shalmashi is scenarist, regisseur en publicist.

Hij was een held, maar wel een met een houdbaarheidsdatum. Die zou verlopen zodra het onkruid dat zichzelf IS noemt, zo goed als helemaal uitgeroeid zou zijn. Want dan, zo leert de geschiedenis ons, kunnen Koerden altijd weer de pot op met hun eigen wensen.

Zondag werd het Syrisch-Koerdische Afrin ingenomen door Turkse troepen. De wereld, die voor ons klapte, onze strijders zachtjes op de schouders tapte, kijkt van een veilige afstand toe hoe de Turken en de pro-Turkse islamistische milities de Koerden verslinden, als zijn ze beesten. Ze storten zich op karkassen, dansen op de stapels botten, de restanten van een naïeve, doch terechte droom om simpelweg te mogen bestaan.

Afrin was ingedeeld bij de Russen, die over het gebied moesten waken, en Rusland gaf het weg aan Turkije, door zich twee maanden geleden terug te trekken en Erdogan vrij spel te geven bij het verpletteren van de Koerden. President Poetin gooide Afrin in de koude armen van een dictator die liever met IS samenwerkt tegen de Koerden, dan met de Koerden tegen IS. Naar schatting sloegen zo'n 150 duizend burgers op de vlucht uit Afrin sinds de stad en omliggende dorpen werden aangevallen.

En daar houdt het voorlopig niet op.

Want terwijl de coalitie tegen IS met inmiddels een stijve nek de andere kant opkijkt, heeft Turkije - dat land waarmee de Europese Unie een kostbare vluchtelingendeal sloot - de ogen op Manbij gericht. Daar wonen Koerden en Arabieren in relatieve vrede en veiligheid, dankzij de lokaal opgezette Manbij Military Council onder toezicht van de Amerikanen.

Een doorn in het oog van Erdogan, die na Operatie Olijftak onder het mom van 'terrorismebestrijding' alweer broedt op zijn volgende moordlustige uitstapje. Als de Amerikanen zo fout en zo achteloos zijn om Manbij aan Erdogan en zijn horde over te dragen, zullen de andere aasgieren in Syrië, waaronder Iran, ook meteen neerstrijken om de botten af te kluiven en de grond te herverdelen over de hoofden van de burgers die niks meer te zeggen hebben over hun eigen land.

Het was al niet je van het in Syrië en Irak, maar de Koerden waren er ondanks IS en aanverwante zaken aardig op weg naar stabiliteit na een geschiedenis van verraad - soms van zichzelf als effect van verdeel-en-heerspolitiek, en altijd weer door anderen.

Het Verdrag van Lausanne (1923), de genocide in Dersim (1937-38), het einde van de Republiek Mahabad (1946), Saddam Husseins Anfal-campagne (1986-89), Saddams gifgasaanval op Sardasht (1987), de verwoesting van de oude binnenstad van Diyarbakir (2015), de daden van de ayatollahs (vanaf 1979), de verkrachtingen door IS (vanaf 2014), de quarantaine na het onafhankelijkheidsreferendum vorig jaar in Erbil, de roof van Afrin.

Al die pijn staat met lange nagels op de ziel van elke Koerd gekrast. We zijn al honderd jaar het wisselgeld bij internationale zaken. Onze pijn, immer alleen onze pijn. Onze strijders, de wegwerphelden. Onze doden, ons land, ons verdriet, blijkbaar irrelevant. We hielden IS uit Europa om er zelf door te worden verslonden.


Uit angst voor Erdogan zwijgt het Westen over de honderden doden in het Syrische Afrin

Turkse strijdkrachten hebben vrijdagavond opnieuw luchtaanvallen uitgevoerd op de door de YPG gecontroleerde Syrische stad Afrin. Volgens de Syrisch-Koerdisch milities is het enige grote ziekenhuis gebombardeerd. In 24 uur steeg het dodental tot 27. Het Turkse leger heeft de stad omsingeld, er vielen al honderden doden. Maar het Westen zwijgt, uit angst voor een botsing met Erdogan. Lees hier de analyse terug van onze correspondent.

Wie strijdt nu precies tegen wie in Syrië?
Het is eigenlijk heel simpel, maar... Rob Vreeken legt het uit in deze aflevering van The Big Picture.

In het Syrisch-Turks grensgebied vechten bloedbroeders een verbeten burgeroorlog uit: Turken, Arabieren en Koerden. In dat chaotische strijdtoneel trekt correspondent Ana van Es rond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden