Koenders moet zelf kiezen

Iedere hulporganisatie is ineens koortsachtig op zoek naar partners. Nieuwe ministers, nieuwe regels. Het is niet allemaal de schuld van de politiek.

Nederland is een polderland. En de Nederlandse politiek is polderpolitiek. Dat werd dit jaar nog maar weer eens bewezen toen minister Koenders in zijn notitie Samenwerken, maatwerk, meerwaarde de Nederlandse ontwikkelingsorganisaties duidelijk maakte dat er een einde moet komen aan de versnippering in het veld van de particuliere ontwikkelingssamenwerking.

Koenders wil terug naar financiering van hooguit dertig aanvragen. binnen het nieuwe subsidiestelsel. Om samenwerking tussen de organisaties te stimuleren en zo te komen tot een veel kleiner aantal aanvragen dan voorheen, worden bonuspunten gegeven voor voorstellen die in een samenwerkingsverband. ingediend worden. Zo liet Koenders eind vorig jaar weten.

Coalities

Koortsachtig druk tasten onze organisaties de markt voor samenwerking af. Wie wil er met wie een aanvraag doen? Wat zijn de slimste verbanden? Om welke coalities ‘kan Koenders niet heen’?

Branchevereniging Partos draagt ook een steentje bij door organisaties te helpen een samenwerkingspartner te vinden, mochten de leden daar op eigen kracht nog niet in geslaagd zijn. En natuurlijk stromen onze mailboxen en brievenbussen vol met aanbiedingen van consultants en hun bureaus die ook nu deze keer weer garen spinnen bij de omvorming van het subsidiekader. Aan het eind van dit jaar moeten de aanvragen bij het Ministerie ingeleverd zijn.

Doelgroep

Ook Stichting Vluchteling kreeg verzoeken tot samenwerking van organisaties met wie tot nu niet werd samengewerkt en die ook niet in alle gevallen de meest voor de hand liggende partners zijn. Heel eenvoudig omdat doelgroep, doelstelling en werkwijze van de organisaties onderling te zeer verschillen. om op zo’n korte termijn tot een effectieve en efficiënte samenwerkingsconstructie te komen.

Laat duidelijk zijn: samenwerking tussen organisaties valt om allerlei redenen toe te juichen. Organisaties die hetzelfde werk verrichten of die elkaar overlappen, kunnen heel goed samengaan. En het is heel zinvol dat organisaties die elkaar juist aanvullen dit omzetten in een samenwerkingsverband. Een flinke duw in die richting kon de ontwikkelingssector best gebruiken.

Maar, nu het voorwaarde lijkt te gaan worden voor de toekenning van subsidie, voelt plotseling iedereen zich geroepen tot samenwerking. Organisaties die zich altijd verre van samenwerking hebben gehouden om verwatering van hun principes te voorkomen, overwegen plots in een coalitie te stappen. Anderen maximaliseren hun kansen en stappen er in twee of drie tegelijkertijd.

Extra werk

Dit alles levert nu al een overweldigende hoeveelheid extra werk op. SamenwerkingsProtocollen worden opgesteld en er worden schema’s van verantwoordelijkheden gemaakt. De hoofden worden gebogen over de samenstelling van raden van toezicht die de samenwerking moeten bewaken en er wordt vergaderd over nieuwe stichtingen die de ontvangers worden van het subsidiegeld.

Wat dit alles in de hulpverleningspraktijk tot gevolg zal hebben, laat zich raden. Zeker is dat een duizelingwekkende bureaucratie, en daarmee gepaard gaande kosten, toegevoegd wordt. De vraag is of de samenwerking bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit van het werk van organisaties. En dat laatste, dat is toch waar het Koenders allemaal om te doen zou moeten zijn, opdat burgers in bijvoorbeeld Congo of Birma optimaal kunnen profiteren van het werk van organisaties die hun vak verstaan.

Het is niet de eerste keer dat de particuliere organisaties in de ontwikkelingssector door een minister zo sterk in een bepaalde richting worden gedwongen. Vier jaar geleden deed toenmalig minister Van Ardenne niet anders. Alle organisaties moesten hun bestaande systemen voor resultaatmeting ombouwen tot loodzware, kostbare en vaak ineffectieve mechanismen voor monitoring en evaluatie van programma’s.

Lobby

Ook moest er vooral aan beleidsbeïnvloeding en lobby worden gedaan,door de organisaties, ook door clubs die daar niet op waren ingericht.
Het gevolg was dat de lobbyisten niet aan te slepen waren en elke organisatie tegenwoordig tot in het absurde resultaten meet. We ‘weten’ anno 2009 tot op de laatste persoon ‘exact’ hoeveel mensen profiteren van gezondheidsvoorlichting, de aanleg van een weg of de institutionele ondersteuning van een lokaal ministerie.


Minister Herfkens, nog weer vier jaar eerder, deelde alle organisaties naar een thema in. In totaal waren er acht thema’s en alleen de grootse vijf organisaties mochten zich buiten een thema bewegen. Een kleinere organisatie moest dus ofwel hiv/aids bestrijden ofwel werken aan wederopbouw na een conflict. Dat al die thema’s in de praktijk flink door elkaar lopen, kwam in de hoofden van de toenmalige beleidsmakers kennelijk niet op.

Onderling zijn de organisaties, al mopperend achter de coulissen, het in grote lijnen wel eens over de onmogelijke bureaucratische gevolgen van het nieuwe subsidiestelsel. De subsidieafhankelijkheid van de organisaties, daar in de coulissen ruiterlijk toegegeven, bepaalt dat de clubs naar buiten toe hun mond houden en ook nu deze keer buigen voor de kaders van Koenders: of die nou zinvol zijn of niet.

Schuld

Is het dan weer allemaal de schuld van de ‘politiek’? Nee, natuurlijk niet, de sector ontwikkelingssamenwerking heeft de afgelopen tien jaar nagelaten een eigen geluid te laten horen. De sector heeft zich deemoedig aan de leiband laten leggen met de worst van de subsidie als lokmiddel. Van serieuze ontwikkelingsorganisaties, klein of groot, mag en moet worden gevraagd dat zij beschikken over voldoende eigen bronnen van inkomsten om niet elke vier jaar met de nieuwe wind van de nieuwe minister mee te hoeven waaien.

Het nieuwe subsidiekader moet een einde maken aan de versnippering. Was het niet simpeler geweest daartoe de beste voorstellen van de beste indieners te kiezen? Natuurlijk mogen dat samenwerkingsverbanden zijn. Graag zelfs. Hoe dan ook moet voor alles het Nederlands budget voor ontwikkelingssamenwerking naar die programma’s gaan die daadwerkelijk en op zo efficiënt mogelijke wijze ten goede komen aan de meest kwetsbare groepen in Afrika, Azië of Latijns-Amerika.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden