Koel, ingevet zeemleer

Witteman heeft iets gelezen

Sylvia Witteman

Mensen die foeteren op de e-reader vind ik altijd een beetje zielig (‘EEN ECHTE LEZER GAAT HET OM DE GEUR VAN PAPIER!’) maar op één punt hebben ze toch gelijk: wie geen e-reader ter beschikking heeft leest nog wel eens een boek uit pure noodzaak, omdat er toevallig niets anders voorhanden is, bijvoorbeeld op vakantie, als je alles uit je eigen koffer al uit hebt, en je dus tot de leesvoorraad van een reisgenoot moet wenden. En soms, heel soms, blijkt zo’n boek waar je helemaal geen zin in had, omdat het over sport gaat (spórt!) dan opeens een fantastisch boek, ondanks de sport, of desnoods zelfs, misschien, een heel klein beetje, dankzíj die sport.

Ik las, vele jaren geleden, Van Santander naar Santander van Peter Winnen, een wielrenner waar ik tot dan toe (het jaar 2000) nog nooit van gehoord had, waarschijnlijk omdat ik geen enkele belangstelling had voor wielrennen. Het bleek een heerlijk boek. Winnen begint goddank niet meteen over dat fietsen, maar vertelt eerst smakelijk over een vakantie, met veel drank, gevreet en slaperige Portugese treintjes. Dat doet hij heel goed; we mogen wel spreken van een natuurtalent. Pas aan het slot van de eerste reisbrief komt de aap uit de mouw: hij mist zijn fiets. ‘Hoe voelt het ook alweer wanneer je koel, ingevet zeemleer tegen je ballen trekt?’ Ik zou het niet weten, want ik heb geen ballen. Maar toch las ik door.

Peter stort zich geheel op het fietsen, al moet hij zich daardoor losmaken van de meer voor de hand liggende emolumenten des levens: zijn vriendin, bijvoorbeeld, die verontwaardigd vraagt wat er in hem is gevaren, terwijl ze hem een joint overhandigt. Winnen antwoordt: ‘Ik kan niet meer tegen deze stank, ik kan niet meer tegen de wodka en het witte snuifpoeder, ik groei, moet je weten, ik groei!’ Ze pakte mijn gezicht vast en trok het vel naar zich toe. Mijn lippen staken uit als een tuitje. Ze kuste het tuitje. (...) toen neukten we. Ze was mooi als altijd.’

Vervolgens schopt Winnen het behoorlijk ver op die fiets van hem. Dat gaat bepaald niet zonder slag of stoot: beroepswielrennen blijkt een enorme aanslag op lichaam en ziel, met veel pijn, honger, kotsen, trainen, vallen, eten en slapen. Om een en ander te verzachten komt er geregeld een ‘soigneur’ aan te pas, met een ­‘valies’ vol hulpmiddeltjes en vaardige handen die de beenspieren tot rede moeten brengen. Die hulpmiddeltjes blijven uiteindelijk niet beperkt tot vitamientjes, al laat Winnen in het midden wát hij precies allemaal voor doping in zijn bil gespoten krijgt.

Vooral het lezen over soigneur Jomme deed me veel plezier; een bonvivant die tijdens het kneden in sappig Vlaams de smerigste anekdotes opdist, onder andere over die keer toen hij zijn lul in een automatische schoenpoetsmachine had gestoken.

Over zijn eigen lul vermeldt Winnen trouwens terloops dat die behoorlijk groot is. Het heeft iets schattigs, die typisch mannelijke, ontwapenende ijdelheid. Winnen is zelf maar 1 meter 70, (zo’n lekker, rossig straatjochie) en dan lijkt een doodnormale lul al gauw best groot, maar ach, als hij er maar blij mee is.

Winnen is inmiddels 60 en schrijft sinds kort columns in de Volkskrant. Ik las Van Santander naar Santander achttien jaar geleden, en van de week las ik het nóg eens. Een boek over een onderwerp dat je geen barst interesseert met veel plezier twéé keer lezen: dat moet van een heel goede schrijver zijn.

Nu maar hopen dat die columns niet alléén maar over fietsen gaan.

Sylvia Witteman Beeld Studio V
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.