commentaar klimaatbeleid

Klimaatbeleid: het kabinet moest van ver komen, nu het bedrijfsleven nog

Het kabinet moest van ver komen met het klimaatbeleid: nu het bedrijfsleven nog serieus aanspreken.

Eric Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat, voorafgaand aan het cockpitoverleg over het klimaatbeleid. Beeld ANP

Twee jaar geleden, toen de politieke partijen volop in campagne waren voor de Tweede Kamerverkiezingen, was er in het klimaatdebat een belangrijke dissonant. Het milieubeleid dat de grootste regeringspartij in het eigen verkiezingsprogramma voorlegde aan de kiezers, kwam er in feite op neer dat alles bij het oude zou blijven. De VVD beperkte zich tot het verlagen van de auto­belastingen met 200 miljoen euro en een extra investering in infrastructuur van een half miljard. Het Planbureau voor de Leefomgeving berekende de gevolgen: de VVD bleef ver achter bij het Verdrag van Parijs. Het CDA liet de eigen klimaatplannen niet eens doorrekenen door het Planbureau, maar toonde zich nauwelijks ambitieuzer.

VVD en CDA zijn nu de dominante partijen in het derde kabinet-Rutte, dat streeft naar een volledige omschakeling van het Nederlandse wagenpark naar emissieloze auto’s, naar een grootscheepse woningrenovatie om van het aardgas af te raken, naar een vliegtaks voor het luchtverkeer en naar een emissiereductieplan voor het grote bedrijfsleven. Hoewel er nog veel valt aan te merken op het klimaatbeleid, kan toch echt van een kleine revolutie worden gesproken. De VVD’er die het kabinet aanvoert, erkent vandaag in deze krant dat hij en zijn partij onvoldoende leidend zijn geweest en profileert zichzelf inmiddels als internationaal lobbyist om de ambities wereldwijd omhoog te krijgen. In nauwelijks twee jaar tijd is er veel veranderd.

Gaat 2018 ook echt de geschiedenisboeken in als het jaar waarin de politieke omwenteling zich voltrok? Die vraag laat zich nog moeilijk beantwoorden, nu het kabinet in zijn reactie op de voorstellen van de Klimaattafels zo nadrukkelijk de vlucht naar voren kiest: eerst maar eens uitrekenen wat het allemaal kost, in het voorjaar kijken de ­coalitiepartijen verder.

Liefst na de cruciale provinciale verkiezingen want één ding is wel onveranderd: VVD en CDA zijn nog niet overtuigd dat met ambitieus klimaatbeleid ook stemmen te winnen zijn. De gelehesjesprotesten in Frankrijk brachten de schrik er goed in.

Maatschappelijk draagvlak is inderdaad niet vanzelfsprekend. Het kan geen kwaad dat de coalitiepartijen dat beseffen, al is het maar omdat we anders na de volgende verkiezingen mogelijk verder van huis zijn. Maar juist daarom is er te midden van alle uitgedragen ambitie één onbegrijpelijke omissie: de halsstarrige weiging van de ­coalitiepartijen om ook het bedrijfsleven nu snel en dwingend te bewegen tot actie. De invoering van een CO2-heffing blijft stuiten op het bezwaar dat bedrijven dan wel eens weg zouden kunnen trekken – een argument dat afgelopen jaar al te vaak en zonder overtuiging werd gebruikt. De Nederlandsche Bank berekende dat een belasting van 50 euro per ton CO2 geen grote gevolgen heeft voor de economie, en zelfs zou kunnen zorgen voor extra groei als de opbrengst slim wordt gebruikt.

Het gevolg van de houding van het kabinet is dat gewone belastingbetalers de boodschap krijgen dat zij zich moeten voorbereiden op grote veranderingen, terwijl de afspraken met het bedrijfsleven vooralsnog boterzacht zijn. Daarmee wekt Rutte III niet voor het eerst de indruk dat het de belangen van het bedrijfsleven boven alles stelt – een indruk die het na het politieke rampscenario rond de dividendbelasting nu eens zou moeten willen vermijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.