Opinie Klimaatakkoord

‘Klimaatakkoord ontbeert een meeslepend verhaal’

Het is minstens zo interessant en belangrijk om te kijken wat er niet in het Klimaatakkoord staat, betogen Lars Moratis en Frans Melissen, lectoren aan Breda University of Applied Sciences.

Studenten, moeders en grootouders protesteren tegen Klimaatakkoord op Het Plein in Den Haag. Beeld ANP

Het trompetgeschal was niet van de lucht. Ruim 3,5 jaar na de Klimaattop in Parijs presenteerde het kabinet vorige week eindelijk zijn Klimaatakkoord. De inhoud van het bijna 240 pagina’s tellende document moet ervoor zorgen dat Nederland in 2030 49 procent minder CO2 uitstoot ten opzichte van 1990 en 95 procent minder in 2050.

De reacties op het Klimaatakkoord lopen uiteen. Enerzijds krijgt het kabinet waardering, simpelweg omdat er een akkoord ligt op een netelig ­politiek dossier en omdat er op punten zeker muziek in zit. Het succes laat zien dat de Hollandse polder nog noten op haar zang heeft. Er komt een serieuzere CO2-heffing, rekeningrijden is een optie geworden en er wordt ingezet op sectortransities. Met het ensemble van de recentelijk aangenomen Klimaatwet en het Klimaatakkoord lijkt er in ieder geval enig houvast te zijn in de ontwikkeling naar een koolstofarme economie.

Anderzijds klinkt er ook harde kritiek: het Klimaatakkoord is too little, too late. Het kabinet negeert het Urgenda-vonnis en ontkent daarmee in feite nog steeds de ernst van het klimaatvraagstuk. Concertmeester Ed Nijpels zorgde ervoor dat velen hun deuntje meebliezen, waardoor er ­allerlei scherpe kantjes van hoogstnoodzakelijke maatregelen zijn afgehaald. Een aantal belangrijke beslissingen wordt bovendien doorgeschoven naar volgende kabinetten.

Weer anderen noemen het Klimaatakkoord een ouderwets rookgordijn, opgetrokken om opzettelijk complexiteit te creëren.

Terwijl alle kritiek zich met name richt op het ambitieniveau van wat er wél in het Klimaatakkoord staat, is het minstens zo interessant en belangrijk om te kijken wat er níet in staat.

Geen verhaal

Ten eerste ontbreekt een narratief in het Klimaatakkoord. Het is vooral een arrangement van doelstellingen en maatregelen. Op zijn best biedt het een gestage routekaart voor de ontwikkeling naar een CO2-neutrale economie, maar een enthousiasmerende visie of een verleidelijk perspectief op een duurzame toekomst ontbreekt. Er hoeft overigens niet één verhaal te zijn, het kunnen er meerdere zijn, binnen een overkoepelend narratief. Want verbeelding is cruciaal in zo’n transitie, om mensen, politieke stromingen en ideologische opvattingen te verbinden. Misschien is dit eigenlijk erger: niet alleen is er geen narratief, de noodzaak van zo’n duidend perspectief wordt niet ingezien.

Ten tweede schort het aan opvattingen over draagvlak. Het Klimaatakkoord weerspiegelt de wens van het kabinet om ‘vooral niet te snel te gaan’ omdat er dan draagvlak verloren zou gaan. Mind you, het kabinet heeft er met stereotyperingen als ‘prosecco-drinkende Tesla-rijders’ (die samen met andere elektrische rijders lijken op te gaan draaien voor het asfalt) en hogere energierekeningen voor burgers zelf voor gezorgd dat het draagvlak voor klimaatmaatregelen de afgelopen tijd verder onder druk kwam te staan. Bizar genoeg worden de benodigde maatregelen door deze politieke largo slechts draconischer. Het effect van deze wens is enerzijds dat draagvlak onder koplopers (organisaties, consumenten en in het bijzonder jongeren) juist kleiner dreigt te worden, omdat hun enthousiasme, stem en inzet niet op waarde worden geschat. Anderzijds wordt hiermee toekomstig draagvlak onder een groter deel van het bedrijfsleven en de bevolking op het spel gezet. Het kabinet heeft draagvlak verengd tot betaalbaarheid, hetgeen duidt op een schrijnend gebrek aan visie.

Gedrag

Ten derde ontbreekt het in het akkoord aan kennis van menselijk gedrag. Op diverse punten adresseert het document het belang van gedragsverandering bij burgers en bedrijven, maar het wekt verbazing dat het kabinet om dit te bereiken in feite alleen inzet op publiekscampagnes. Recent onderzoek laat zien dat het cultiveren van de illusie dat het klimaatvraagstuk met kleine en rendabele inspanningen in de privésfeer kan worden aangepakt, dit het risico in zich draagt dat de steun voor noodzakelijke maatregelen afneemt. Ook zit er aan klimaatverandering een identiteitsaspect: onderzoek liet een aantal jaren geleden zien dat opvattingen over klimaatverandering nauw samenhangen met het ­wereldbeeld dat mensen er op na houden. De urgentie van het klimaatvraagstuk vraagt daarom om doordachte gedragsstrategieën – het is geen plaatje draaien en hopen dat het ergens toe leidt.

Terwijl door een hittegolf de mosselen aan de Californische kust worden gekookt in het zeewater, de thermometer in zuidoost-Frankrijk vorige week 45,1 graden aantikte en klimaatadaptatie een enorme marktkans is geworden, blijkt het Nederlandse ­Klimaatakkoord een dissonant: het is niet vals, maar de samenklank van het geheel wringt. Ieder ministerie, provincie, waterschap en gemeente zou bovenstaande punten ter harte moeten nemen om effectieve initiatieven de boventoon te laten voeren en het klimaatbeleid niet in mineur te laten eindigen.

 Lars Moratis en Frans Melissen zijn beiden lectoren aan Breda University of Applied Sciences

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden