Column René Cuperus

Klimaatakkoord dreigt uit te pakken als ultieme provocatie in populistische tijden

Je moet maar durven. Nog geen twee weken na de bekendmaking van het eindrapport van de staatscommissie-Remkes presenteert politiek Den Haag het klimaatakkoord: de Grootste Verbouwing van Nederland sinds 1945. Een kleine stap voor het wereldklimaat, maar de grootst mogelijke stap voor de Nederlandse samenleving.

De Staatscommissie parlementair stelsel concludeerde dat ons huidige partijpolitiek bestel breekbaar is. Je zou haast zeggen: breekbaar als een vaasje. Volgens Remkes c.s. voelt een groot deel van de bevolking zich niet meer vertegenwoordigd in de Tweede Kamer. Er zou een maatschappelijke tweedeling zijn ontstaan waarbij  hogeropgeleiden en lageropgeleiden, met daar tussenin een beknelde middengroep, steeds meer tegenover elkaar zijn komen te staan. Met name ­lageropgeleiden hebben het gevoel dat ze niet meer worden gehoord. ‘Ze herkennen zich onvoldoende in de ­besluitvorming zoals die hier in Den Haag plaatsvindt. En dat is, zeker op termijn, zorgelijk’, aldus Remkes. Hij meent dat de invoering van een bindend correctief referendum als noodrem deze groep meer grip zou kunnen geven op de koers van de samenleving.

En net op dat moment, juist in die context van maatschappelijke onvrede en nieuwe politieke en sociale ongelijkheid, komt er uit de wereld der hoogopgeleiden het meest maniakale maakbaarheidsprogramma dat de Nederlandse politiek sinds Willem Drees heeft voortgebracht. Alsof je met een heftruck over een vaasje dreigt heen te rijden. ‘Klimaattafels’ vol belanghebbenden en zaakwaarnemende ngo’s hebben een energietransitie voor Nederland ontworpen die het hele bestaan van de burgers raakt. Van verplichte woningisolatie tot de afschaffing van de benzineauto. Zoals De Telegraaf het van de voorpagina af schreeuwde: ‘Waslijst groene ingrepen plundert portemonnee burger’. Die burgers die niet aan de klimaat­tafels zaten, zijn overvallen met een ongekend pakket maatregelen om Nederland in de Champions League van de klimaatpolitiek te krijgen.

Ik zou willen hopen dat dit gaat lukken. Dat ik erin kon geloven dat ‘we’ samen, met zijn allen, in grote harmonie gaan vergroenen en verduurzamen. Echt waar. Maar ik vrees dat er geen utopisch ‘wij’ in deze complexe samenleving bestaat, en dat de huidige klimaatplannen zo’n gemeenschappelijk wij eerder hebben bemoeilijkt dan bevorderd.

Een veeg teken is dat FNV en milieubeweging van de klimaattafels zijn weggelopen. Zij vinden het klimaatakkoord ‘niet eerlijk en ambitieus’ genoeg. Inderdaad is het rampzalig dat de grootste vervuiler, de industrie, wordt ontzien doordat men afgezien heeft van een CO2-belasting. Zo worden de energietransitiekosten vooral op huishoudens en kleine bedrijven afgewenteld. En dat na decennia van stagnerende koopkracht, en een machtsverschuiving naar het grote bedrijfsleven. Daarmee is een faire verdeling van lasten al vanaf de start besmet geraakt. Slecht voor het politiek-maatschappelijk draagvlak is ook dat de oppositie in de Kamer, van links tot rechts, zich nog niet of nauwelijks achter de klimaatplannen heeft geschaard.

Zo’n klimaatakkoord is een gigantische gok in een klimaat van politiek wantrouwen en toenemende sociale ongelijkheid. Ecologische maakbaarheid in the overdrive: dat kan goed gaan, of flink verkeerd aflopen. Een niet-gedragen en als unfair waargenomen klimaatakkoord zou de maatschappelijke onvrede tot overweldigende proporties kunnen opblazen en een gelehesjesbeweging in Nederland kunnen ontketenen. Maar in het ideale geval zou de energietransitie juist aangegrepen worden als hefboom voor hernieuwd politiek vertrouwen en herstelde verhoudingen tussen hoog en laag in de samen­leving. Energieneutraliteit zou dan misschien zelfs wel inkomensneutraal moeten worden ingevoerd. Elk Nederlands huishouden een ‘gratis’ elektrische auto in 2030, en ook de woningisolatie betalen we fiscaal met elkaar. Dat is pas draagvlakversterking!

Alles draait om een nieuw ‘sociaal-ecologisch contract’: een eerlijker ­lastenverdeling; bestaanszekerheid voor lageropgeleiden; minder flexibiliteit (hoe wil men een leningen- en schuldensamenleving baseren op flexibele arbeidscarrières?). En de ­mogelijkheid tot correctie op de ­‘diplomademocratie’ van hoogopgeleiden, bijvoorbeeld door invoering van de referendum-noodrem.

Ik zie het er, eerlijk gezegd, nog niet van komen. De zogenaamd weldenkenden lijden aan populisme-angst, ‘demofobie’ en een referendum-kater (Brexit, Oekraïne). ‘Moreel leiderschap’ tegen het populisme is populairder dan herverdeling en herstel van kansengelijkheid.

Het klimaatakkoord dreigt uit te pakken als de ultieme provocatie in populistische tijden. Is dat wijsheid?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.