Klimaat redden betekent geboorten beperken

Bij het huidige tempo van voortplanting is elk klimaatakkoord een druppel op een gloeiende plaat.

In Somalië zijn vele miljoenen mensen ernstig ondervoed door de ernstige droogte. Het rode kruis bezoekt met een mobiele kliniek de dorpen om gezondheidszorg aan te bieden. Foto anp

We mogen mensen nooit als parasieten zien, maar de mensheid gedraagt zich wel parasitair. De wereldwijde overbevolking werkt als katalysator voor klimaatproblemen, vervuiling en oorlog. De vooruitzichten zijn somber. Alle reden dus om de menselijke voortplantingsdrift wat te matigen, zou je zeggen. Toch lijkt geboortebeperking een taboe.

Een grote hongersnood treft Somalië op dit moment. Ruim zes miljoen mensen zijn er aangewezen op humanitaire hulp; miljoenen slaan op de vlucht, honderdduizenden vinden jaarlijks de dood. In het land heerst al twee jaar extreme droogte, waardoor de aandacht vooral is gevestigd op de klimaatproblematiek en vluchtelingen al snel worden aangeduid als 'klimaatvluchtelingen'.

Dat is misleidend. Allereerst blijft onderbelicht dat stabiele staten met legitieme regeringen beter in staat zijn om de hardste klappen op te vangen van hongersnood en andere rampen. Iets dat niet bepaald geldt voor de failed state Somalië, een anarchie van clans en terreurgroepen.

Maar ook benoemt het klimaatframe niet de belangrijke oorzaak van de omvang van het drama: een Somalische vrouw krijgt gemiddeld 6,5 kind. In heel Afrika beneden de Sahara is dit gemiddeld meer dan vijf. Het is een bevolkingsgroei die op zichzelf al onhoudbaar is, maar die catastrofaal wordt door oorlog en schaarste - en beide ingrediënten zijn in deze landen overmatig aanwezig.

De mensheid groeide van 1 miljard zielen rond het jaar 1800 naar 7,5 miljard op dit moment. Aan het einde van deze eeuw zal dit bijna verdubbeld zijn. Elk klimaatakkoord is, hoe loffelijk ook, een druppel op de gloeiende plaat zolang de mens zich in dit tempo blijft voortplanten.

Geerten Waling

Regeringsleiders - zoals Erdogan, Poetin en ook Merkel - sporen met oproepen en subsidies hun bevolkingen aan om meer kinderen te krijgen. En zeker de wereldreligies zien het zaad graag kwistig in het rond spatten, zolang dit tot zwangerschap leidt.

De seksuele obsessies van onder andere Vaticaanstad en enkele islamitische staten leidden ertoe dat in 1994, op de belangrijke Cairo International Conference on Population and Development, abortus als vorm van gezinsplanning tot taboe werd verklaard. Vanzelfsprekend wijzen deze religies ook condooms, de pil en vrije ontplooiing van de vrouw af.

Maar tot overmaat van ramp lijkt voortplanting wel een religie op zichzelf - ook in het seculiere Nederland, waar welvaart een voortdurende bevolkingsgroei schijnt te vereisen, waar kinderen krijgen nog steeds de sociale norm is en 'het gezinnetje' als ideale leefvorm heilig. Toen kunstenares Tinkebell zich enkele jaren geleden, om het dreigende fosfaattekort door overbevolking aan te kaarten, publiekelijk liet steriliseren, leidde dit tot het voorspelbare, moralistische gekrakeel.

Toch behoort Nederland tegelijkertijd tot de koplopers in het denken over gezinsplanning en het ontwikkelen van goedkope en effectieve anticonceptiemiddelen. Onder het motto 'niet kwantiteit maar kwaliteit' streefde de Nieuw-Malthusiaanse Bond (later: de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming) al vanaf 1881 naar geboortebeperking door voorlichting en medische hulpverlening. Inmiddels weten we dat de vrije seksuele en professionele ontwikkeling van vrouwen leidt tot het uitstellen van zwangerschap en tot minder kinderen.

Ook heeft de homo-emancipatie er ongetwijfeld toe geleid dat er in Nederland minder (en minder ongelukkige) kinderen worden geboren uit ouders die zich voorheen onder sociale druk veroordeeld zagen tot voortplanting.

Ter rechterzijde van het publieke debat zien sommigen de Nederlandse bevolkingsafname als een kwalijke ontwikkeling, omdat wij (westerlingen, Nederlanders) meer kinderen zouden moeten baren om op te bieden tegen de statistieken van Afrika en Azië. Zo'n genetische oorlogsvoering is een niet bijster liberaal of duurzaam idee - en heilloos bovendien. Het overdragen van de westerse, verlichte cultuur gaat niet via het DNA, maar via goed onderwijs en een vrij debat.

De Nederlandse regering zou in haar beleid, en vooral in de ontwikkelingssamenwerking, alles moeten inzetten op geboortebeperking overal ter wereld. Door het gratis verstrekken van voorbehoedsmiddelen, bijvoorbeeld, en hulp bij andere vormen van gezinsplanning. En door geen duimbreed toe te geven bij de verdediging van vrouwen- en homorechten. Wie een gidsland wil zijn, moet niet bang zijn om te gidsen.

Geerten Waling is historicus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.