Opinie

Klei en Saddiki laten knap staaltje omgekeerd racisme zien

Ewout Klei en Zouhair Saddiki hielden deze week in de Volkskrant een pleidooi tegen het 'stereotyperen van de witte man'. Met een lekker bekkende titel gaan de auteurs gierend door de bocht, maar komen ze helaas niet verder dan vier klassieke drogargumenten over racisme en seksisme.

Sylvana Simons en andere actievoerders protesteren tegen Zwarte Piet tijdens de intocht van Sinterklaas in Meppel. Beeld anp

Het stuk begint al 'goed': volgens de auteurs schuiven antiracisme-activisten de schuld van racisme en discriminatie in de schoenen van de witte man. Dat is een standaard drogargument. Het idee van maatschappelijk voordeel erkennen op basis van 'ras', seksuele voorkeur, klasse en geslacht en dat typeren als 'de schuld geven van'. Het bekritiseren van een maatschappij waarin ontkenning van racisme, seksisme en het koloniaal verleden de standaard is, wordt door deze heren zo gereduceerd tot een individuele schuldbelasting.

Niets is echter minder waar. Vrijwel geen enkele activist stelt dat de witte man individueel de schuld voor seksisme of racisme draagt. Wel profiteren witte mannen van een systeem waarin een witte huidskleur en een mannelijk geslacht de voorkeur krijgt in vrijwel alle maatschappelijke sectoren. Werp bijvoorbeeld een blik op enerzijds de bestuursraden in grote bedrijven, hoogleraren, de fractievoorzitters in de Tweede Kamer, en het huidige kabinet en anderzijds de groep slachtoffers van seksueel geweld, de groep mensen die 'etnisch worden geprofileerd' en gediscrimineerden op de arbeidsmarkt. Dan zul je concluderen dat de witte man minder institutionele barrières moet overkomen dan bijvoorbeeld een gekleurde vrouw. Dat is wat bedoeld wordt met wit privilege, niet de 'schuld' die het volgens Klei en Saddiki is.

Machtsverhoudingen

Vervolgens de tweede klassieker: tone policing. Racisme en discriminatie behoeven een 'constructieve oplossing', schrijven Klei en Sadikki. Tone policing is het wijzen op de toon van een debat om het inhoudelijke aspect te omzeilen. Zo zouden antiracisme-activisten en feministen veel te 'militant' zijn, hetgeen tegenstanders vrijwaart om hun mening te negeren en te demoniseren. Je mag dus wel seksisme en racisme aanstippen, maar alleen als je niet tegen het zere been schopt: iets wat juist nodig is bij kwalijke zaken waar maatschappelijke verandering voor nodig is.

Ten derde presenteren de heren een mooi staaltje reversed racism. De witte man zou van alle ellende worden beticht, en dit zou wijzen op het bestaan van omgekeerd racisme. Dit is echter een misvatting: racisme en seksisme draaien om machtsverhoudingen. Er kunnen zeker stereotypen over witte mannen bestaan, maar niet ieder stereotype drukt een machtsverhouding tussen een dominante en onderdrukte groep uit, en alleen de stereotypen die dat wel doen zijn seksistisch of racistisch. Racisme tegen witte mannen in Nederland kan niet bestaan zoals racisme tegen zwarte mensen: het ontbreekt aan decennialange scheve machtsverhoudingen ten koste van witte mannen

Kleurenblindheid

De auteurs verwarren daarnaast structurele problemen als racisme en seksisme met individuele gevallen van tegenspoed. Het stuk stelt dat witte mannen óók te maken kunnen krijgen met tegenslag als ziektes. Geen enkele activist zal echter betogen dat dit niet zo is, of dat het niet erg is. Individueel leed doet echter niet af aan scheve machtsverhoudingen in het algemeen. Als gekleurd persoon kan je bovendien dubbel pech hebben, want ook minderheden krijgen met die problemen te maken.

Dan tot slot de vierde klassieker: kleurenblindheid. 'Mensen, witte mensen en zwarte mensen, conservatieve en progressieve mensen, mannen, vrouwen en transgenders, blijven onderscheid maken tussen de verschillende mensen in de wereld.' Dat onderscheid is nodig, omdat mensen helaas op basis van kleur in maatschappij waarin we leven (on)bewust (negatief) gecategoriseerd worden. Kleurenblindheid diskwalificeert identiteiten en racistische ervaringen. Ook brengt het de associatie met zich mee dat 'kleur' an sich iets negatiefs is: blijkbaar moet het genegeerd worden. Kleurenblindheid is dus niet de oplossing voor racisme en discriminatie, in tegendeel.

Klei en Saddiki roepen uiteindelijk op tot introspectie. Het zou mooi zijn als ze dat ook op zichzelf toepassen. Met het soort drogargumenten waar zij zich van bedienen, komt het racismedebat namelijk nooit fatsoenlijk van de grond.

Justine van de Beek, is studente sociologie aan de UvA en oprichter van het feministische platform Stellingdames.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden