Opinie

Klagende scholieren? Verwende aanstellers!

Het recordaantal klachten over het eindexamen past in de erosie van het intellectuele leven in Nederland.

Staatssecretaris Dekker van Onderwijs neemt een selfie met de leerlingen van het Koningin Wilhelmina College in Culemburg, 2015.Beeld anp

De 29ste editie van de jaarlijkse eindexamenklachtenlijn van het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) was nogal interessant. Misschien niet zozeer doordat de 210.000 eindexamenkandidaten tezamen een recordaantal van 203.147 klachten produceerden, maar vooral omdat helder bleek dat hoe hoger de opleiding, hoe meer de leerlingen geneigd zijn tot klagen. Hoewel de vmbo'ers wat meer van zich lieten horen dan vroeger, produceerden de 60.000 havo-kandidaten alleen al 26.258 klachten over het examen Engels ('te lang en te moeilijk'), terwijl een kleine 40.000 vwo- en gymnasium-kandidaten over het examen Nederlands bijna 25.000 klachten deponeerden ('Te moeilijk en te lang').

Gemotiveerd om te klagen

Het was grappig dat in dezelfde week een OESO-rapport repte over de uitstekende staat van het Nederlands onderwijs, hoewel volgens hetzelfde rapport nergens ter wereld de scholieren zo ongedisciplineerd en ongemotiveerd zijn als in ons land. Nu ja, ze zijn wel gemotiveerd om te klagen. Waarschijnlijk was het de onderzoekers van de OESO door het rumoer in de klassen ontgaan dat klagen een endemisch onderdeel van het Nederlands onderwijs is geworden.

Wie denkt dat het aardig was van de examinerende instanties om de vwo-scholieren te zien als competent genoeg om een moeilijk examen Nederlands te maken, mist de grote lijn. Al jaren gaan veruit de meeste klachten van scholieren over het eindexamen Nederlands. En dan betreffen die gek genoeg niet het feit dat bij de beoordeling op havo en vwo spelling en grammatica helemaal niet mee mogen tellen, want dat is volgens het Landelijk Aktie Komitee Scholieren logisch. 'Als de vaardigheid lezen wordt getoetst, is het prettig als mensen niet ook nog eens op spelling hoeven letten', bleek vorig jaar hieromtrent de officiële beleidslijn.

Moderne oefening

Klagen is in elk geval een goede oefening voor een moderne academische opleiding. Momenteel kampen de Nederlandse universiteiten met een aanzwellende stroom officiële klachten door studenten, meestentijds om hogere cijfers te krijgen, maar ook vanwege 'gebrek aan feedback', te weinig 'huiswerkbegeleiding' of omdat de stof 'te moeilijk en te lang' is. Over het Nederlands hoort men de studenten zelden, want ook op de universiteiten mag spelling en grammatica niet of nauwelijks meetellen in de beoordeling van scripties. Geen wonder wellicht, want enkele jaren geleden bleek aan de Vrije Universiteit te Amsterdam dat 30 procent van de eerstejaars een onvoldoende haalde voor een simpele taaltoets. Slechts 28 procent van de studenten die de toets aflegden, wist de verleden tijd van 'meten', zo'n 20 procent had de verleden tijd van 'lijden' fout en circa 40 procent schreef 'De commissie beantwoordt' zonder t. Elders was het niet beter. Op de Erasmus Universiteit kreeg van de eerstejaars Rechten 46 procent een onvoldoende voor de toets elementaire taalbeheersing. Bij de studierichting Bedrijfskunde schreef de meerderheid van de studenten 'ik vindt' of 'het gebeurd' dan wel 'hij werdt'.

De klachten van het LAKS gaat trouwens zelden over het recordaantal uitzonderingen tijdens de eindexamens in Nederland. Thans mag in ons land meer dan een op de zeven kandidaten langer over de opgaven doen, of krijgt de vragen voorgelezen, of mag achter een computer werken. Terwijl in 2011 nog een op de tien kandidaten profiteerde van die soepeler regels, is dat volgens de Onderwijsinspectie thans zo'n 15 procent. Verreweg het grootste deel van die uitzonderingen is voor dyslexie, waarin Nederlandse leerlingen wereldkampioen zijn. Op het vwo vraagt meer dan 6 procent van de leerlingen om coulance vanwege dyslexie, op het vmbo is dat 15 procent, vrijwel evenveel als op hbo en universiteit, waar 13 procent der studenten een uitzonderingspositie krijgt vanwege leesproblemen.

Functioneel ongeletterd

Het wekt derhalve weinig verbazing dat de Pisatest van 2012 meer dan 14 procent van de 15-jarigen in Nederland als 'functioneel ongeletterd' bestempelde en de ontwikkelingspsycholoog Greetje van der Werf niet lang geleden becijferde dat 11 procent van de leerlingen de basisschool verlaat zonder fatsoenlijk te kunnen lezen en schrijven. Zij beschrijft ook de typisch Nederlandse paradox dat de scores in het voortgezet onderwijs gedurig dalen, terwijl steeds meer leerlingen hun havo- of vwo-eindexamen met succes afleggen. 'Dat wijst op niveaudaling', is haar conclusie, maar die slotsom heeft het OESO-rapport niet gehaald. Evenmin trouwens als de recente melding van de 'Adult Literacy and Life Skills Survey' (ALL) dat in tegenstelling tot de meeste landen in Nederland het gemiddelde niveau van 'geletterdheid' de afgelopen decennia achteruitging, vooral onder jonge hoger opgeleiden. Het ALL gaf zelfs de prognose dat de '(proza)geletterdheid' in Nederland in 2020 verder gedaald zal zijn, en dat deze daling zich wederom vooral onder hoger opgeleide jongeren zal voltrekken.

Erosie van het intellectuele leven

Wie in dit perspectief de erosie van het intellectuele leven in de Nederlandse kranten, tijdschriften, praatprogramma's en openbare ruimte overziet, begrijpt dat het recordaantal klachten van het LAKS past in een breder maatschappelijk verschijnsel. En dan heb ik het niet alleen over het voornemen van de politiek om de techniekopleidingen op het vmbo vanaf volgend jaar 10 tot 15 procent minder financiering te geven en universitaire studenten meer inspraakmacht. Neen, ik bedoel dat die klagende leerlingen wel degelijk alles hebben meegekregen wat van belang is voor een eigentijds bestaan: op hun derde hun eerste smartphone, op hun vierde hun eerste reis naar New York, op hun zesde hun eerste tablet, op hun achtste voor het eerst naar Peru en Bali in één jaar, op hun vijftiende de eerste relatietherapie, op hun achttiende hun eigen app, op hun drieëntwintigste een column in nrc-next. en op hun vijfentwintigste nog nooit in een boekwinkel geweest.

Dat is het wel zo'n beetje om te kunnen functioneren in de geprivilegieerde bovenklasse van Nederland. Daarom ook hoort men de leerlingen niet klagen dat zij zo weinig meekregen van wat beschaving ooit interessant maakte: eruditie, intellectuele nieuwsgierigheid, zelfspot en een stiff upper lip.

Bastiaan Bommeljé is uitgever & boekhandelaar, historicus en redacteur Hollands Maandblad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden