Opinie

Klagende minderheid draait kunst, cultuur en horeca de nek om

Zoveelste klaagzang van binnenstadbewoner van middelbare leeftijd

Wie klinkt luider dan de binnenstadbewoner van middelbare leeftijd die elke luidkeelse uiting van cultuur ziet als reden om totalitaire regimes aan te halen?

Terrassen op de Neude in Utrecht, 2015. Beeld anp

Het artikel 'Hier heerst dictatuur van de basdreun' (O&D, 1 juli), waarin Rogier Ormeling schrijft over geluidsoverlast in de Utrechtse binnenstad, is de zoveelste klaagzang van een kleine demografische minderheid in de Randstad. De meerderheid van de Utrechtse binnenstadbewoners behoort tot de leeftijdscategorie 18 tot en met 34 jaar. Nergens anders in Utrecht is dit percentage zo groot.

De minderheid waartoe Ormeling behoort, heeft een buitenproportioneel grote stem in het publieke verkeer, zoals journalist Jeroen Wielaert in een column voor een lokaal medium eerder terecht signaleerde. Hun klachten vinden met gemak hun weg naar zowel politieke fora als lokale en, met de Volkskrant, zelfs landelijke media. En niet zonder resultaat.

Keer op keer worden kunst, cultuur en horeca de nek omgedraaid onder druk van de klagende minderheid. De voorbeelden stapelen zich op: het inmiddels ter ziele gegane initiatief Depot, de beperkte openingstijden van de terrassen aan het Ledig Erf, de initiatieven op het terrein van de voormalige Penitentiaire Inrichting Wolvenplein, het sluiten van restaurant Kartoffel, de strenge geluidsrestricties waar Poppodium Ekko mee te kampen heeft, et cetera.

Utrecht is een studenten- en cultuurstad. Ormeling moet daarom accepteren dat hij woont in een centrum van een stad waarin veel jongeren, studenten en young professionals wonen, met alle (zeer uiteenlopende) culturele en recreatieve uitingen van dien. Onze ervaring als binnenstadbewoners leert dat, huis clos, overlast zeldzamer is dan in andere wijken van de stad.

Ormeling stelt dat men steeds minder naar elkaar luistert, dat enkel degene die de simpelste oplossingen schreeuwt, gehoord wordt. Dat is nogal een uitspraak, gelet op bovenstaande. Welke oplossing is er simpeler dan klagen over geluidsoverlast tot de boosdoener gedwongen wordt de deuren te sluiten? Wie is er luider dan de binnenstadbewoner van middelbare leeftijd die elke enigszins luidkeelse uiting van cultuur of ontspanning ziet als een reden om al klagend totalitaire regimes aan te halen?

Dit alles terwijl niet-klagers minder publieke aandacht krijgen. Ze hebben geen of minder last en hebben minder toegang tot genoemde podia. De niet-representatieve bezetting van een gemiddelde wijkraad of inspraakavond spreekt boekdelen.

Ormeling doet het beroep van kunstcriticus eer aan. Woorden als 'basdreunen', 'boemboem-automobilisten' en 'deejays' getuigen van een flagrante minachting voor nieuwe cultuur. Deze minachting wordt overigens alleen maar beklemtoond door Sartre aan te halen. Dat kent onze generatie toch niet! Horror silentium quidem.

Helaas kan hier niet uitgebreid worden ingegaan op de opmerkingen over de Canal Pride, de contextloze cijfers van de Onderzoeksraad van de EU, individualisering die leidt tot overlast in groepsverband of de War On Drugs-achtige zinloosheid van het schoonhouden van de stad. Ormeling kan wel proberen om lawaaimakers in de stiltecoupé aan te spreken op hun gedrag. Daar zijn meer mensen blij mee dan met een brief naar de gemeente of de Volkskrant.

Dictaturen kenmerken zich vaak door stilte, individuele expressie in het openbaar wordt niet getolereerd, wie zich daaraan bezondigt loopt grote kans geruisloos te verdwijnen. Dat is geen nieuws voor de eerder genoemde culturele en recreatieve initiatieven die hebben moeten zwichten voor de dictatuur van de niet aflatende klaagzang in de Utrechtse politiek.

In onze democratie wordt de voor reflectie noodzakelijke uiting van kunst stelselmatig doodgeklaagd. Daar heerst steeds vaker de dictatuur van de binnenstadbewoner op leeftijd, de geestdodende kunstkritiek. Het wegdrukken van cultuur die door een minderheid niet als cultuur wordt gezien en het voortdurend beteugelen van de publieke sfeer zijn immers totalitaire kenmerken.

Beide auteurs woonden voor langere tijd in de Utrechtse binnenstad, de laatste woont daar nog.

Tomas Roels & Lévi Smulders zijn jurist en dj, respectievelijk stadsgeograaf en muziekprogrammeur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.