Column Peter Buwalda

Klabam, de bliksem raakte onze tweede douche, waarmee de bodem van onze voorraad douches in zicht kwam

Het begon onschuldig. De muur van Jets kleedkamer was aan het rotten. Onderaan, bij de vloer, zat een natte bruine vlek. Soms keken we er een tijdje naar, waarna we aan het werk gingen. Toen de vlek haar kreeg, besloten we Ron erbij te halen.

Ron is onze klusjesman. Op de pakketbezorger en Elvis na, is hij de belangrijkste man in mijn leven. Tot dusver kan Ron alles wat ik aan hem vraag. Waarschijnlijk schrijft hij in een handomdraai columns, zonder voorrijkosten. Toch eens vragen.

Meestal begint hij te lachen als hij een mankement ziet −  mooi is dat. Maar van deze harige vlek werd hij ‘niet blij’. Dit, zei hij, was niet wat je wilde in je muur. Letterlijk: ‘Als het een lekke leiding is, ben je nog niet jarig.’

Nu ben ik niet graag jarig, voor je het weet heb je aanloop − toch sloeg ik mijn arm beschermend om Jet, terwijl we Ron, als in een Hitchcock-film, bedrukt aanstaarden.

Hij ging het bekijken. Een minuutje later meldde hij dat de douchebak lekte. We keken hem glazig aan. De douchebak? Ron, kerel, er zit toch nog een enorme gangkast tussen?

Lachend schudde hij van nee.

‘Nee?’

‘Nee’, zei Ron ernstig. Hij gebood ons voorlopig niet meer te douchen, zodat de muur kon drogen. Morgen vertrok hij voor een maand naar Panama (‘Kanaal lek?’ vroeg ik, ‘zeevissen’, antwoordde hij), erna kwam hij langs met zijn zoon voor een nieuwe bak.

‘Wat doe je ons aan’, mompelde ik. Ik zag ons al weken als turfstekers anno 1850 in de weer met een washand en een stuk ossengalzeep, riekend uit al onze gaten, toen Jet me eraan herinnerde dat we nog een tweede douche hadden, ergens.

Wij zoeken, en inderdaad, schuin achter de ridderzaal, nog voorbij de paardenstallen, was een hok met een sproeier. Daar gingen we, iedere ochtend met een handdoekje, wenteltrap op wenteltrap af, die vochtige kerker in, waar vaak dieren zaten, naaktslakken, spinnen, etc. Laatst brulde ik: ‘Er springt iets door de douche!’

Het bleek een kikker te zijn, die zich in de hoek naast mijn rechtervoet opstelde, zijn voorvliesjes plat tegen de muur. Zo hebben we samen gedoucht. Bijzonder, was het. Ik had mijn lenzen niet in, maar volgens mij zeepte de kikker heel keurig zijn oksels in, en ook z’n kikkerlulletje.

Toen kwam de storm, code oranje. Klabam, de bliksem raakte onze tweede douche, zekeringen eruit, Jet gefrituurd − nee hoor, er stond gelukkig niemand onder, ook de frog niet, maar de kortsluiting bleef, waarmee de bodem van onze voorraad douches in zicht kwam.

Ron appte vanuit Panama dat we ‘zonder problemen’ in bad konden douchen −  boven dus.

O ja! Slim. Zo Ron, ook.

Sindsdien douchen we in bad. Maar met problemen, helaas. Staan werkt niet, zitten ook niet, en de sproeier moet je steeds vasthouden, en de buren kijken mee, want Ron moet nog een rolgordijn ophangen.

Dus wat krijg je, we gaan steeds later douchen, zodat we van de week zelfs ongedoucht boodschappen gingen doen, waardoor we de straat op liepen zonder sleutels. Daar stonden we, in pyjama, twee ongedouchte inbrekers. ‘Je kunt straks onder de tuinslang als je wil’, zei Jet, terwijl ik met een ijzerzaagje van de buren het badkamerraam probeerde te demonteren, te chagrijnig voor een lachje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden