Opinie

Kinderen kunnen 'happy moslim' worden

Samira Bouchibti beschrijft vanuit de praktijk hoe leerlingen een balans kunnen vinden tussen botsende leefstijlen en denkwijzen.

Jongeren tijdens een lezing in een salafistische moskee. Beeld Bas Bogaerts

Minister Lodewijk Asscher maakt zich terecht zorgen als het gaat om de invloed van de fundamentalische Al Fitrah moskee. Uit onderzoek van de NRC blijkt dat kinderen in de moskee worden opgevoed met afkeer van de Nederlandse maatschappij. Ik deel de zorgen van de minister. Als gastdocent, adviseur en trainer in het onderwijs spreek ik uit ervaring.

De Al Fitrah moskee is niet de enige moskee of plaats waar kinderen wordt geleerd onze samenleving te verdelen in gelovigen en ongelovigen. Niet alleen salafistische imams prediken onverdraagzaamheid en intolerantie jegens ongelovigen, homoseksuelen en (ongelovige) vrouwen.

Veel islamitische kinderen groeien op in gezinnen waarin het niet vanzelfsprekend is om zelf na te denken en je mening te vormen. Thuis wordt niet echt vrij gepraat over onderwerpen als (homo)seksualiteit, vrijheid van meningsuiting of gelijkwaardigheid. Kinderen worden niet geacht vragen te stellen - laat staan dat ze antwoorden krijgen.



Keuzes in vrijheid

Als kinderen niet wordt geleerd om in vrijheid keuzes te maken, een eigen oordeel te vormen, en de samenleving verdelen in moslims en ongelovigen zullen zij zich nooit deel voelen of een plek vinden in de Nederlandse samenleving. Zij vinden vinden geen plek - en niet alléén door de botsende waarden en normen waar ze thuis of in de moskee mee worden opgevoed.

Leerlingen worden ook geconfonteerd met een overload aan berichtgeving over moslims, die in naam van de islam veel geweld gebruiken, en met een publieke opinie die deze daden, terecht, streng veroordeelt. Terwijl thuis en in de moskee hen wordt geleerd dat alles wat islam is, goed is. In klassen krijg ik te maken met leerlingen die zonder blikken of blozen zeggen dat homo's verstoten of gedood moeten worden en brandhout zijn in de hel. En intense haat voelen jegens de samenleving, de politie, de media en Wilders.

Leerlingen die vinden dat je geen moslim én Nederlander kunt zijn, die het kijken van films en luisteren naar muziek en ongelovige vrienden haram vinden, en feestdagen als Kerstmis en Sinterklaas verwerpen. Kinderen zijn volop zoekende naar wie ze zijn, wat ze vinden en waar ze bij horen. In de zoektocht naar een eigen identiteit, die alle jongeren in hun puberteit doormaken, kan religie rust, zelfvertrouwen en veiligheid bieden.

Religie geeft houvast en sturing, en is dan ook een belangrijk onderdeel van het leven van veel islamitische jongeren. Maar hoe ga je om met religieuze voorschriften in een omgeving waarin die niet voor iedereen vanzelfsprekend zijn en soms zelfs weerstand oproepen? En hoe vind je de balans tussen soms botsende leefstijlen en denkwijzen?


Ouders intensief betrekken

Met onderwijs geven wij onze cultuur door, docenten spelen een belangrijke rol. Zij moeten leerlingen faciliteren in het bespreken van onderwerpen als, vrijheid van meninguiting, de grondwet, democratische waarden en normen en de discussie/dialoog stimuleren onder leerlingen over actuele kwesties zoals het conflict in Syrië, Israël, IS of de aanslagen in Parijs.

Ook moet de school ouders intensief betrekken bij dit proces door aan ouders inzichtelijk te maken welke onderwerpen in de klas besproken worden. Docenten hebben de taak leerlingen te helpen om zelf, met hoofd en hart, richting te geven aan hun leven. Het is belangrijk dat hun horizon opgerekt wordt, ook als dat pijn doet.

Leerlingen moeten geconfronteerd worden met verschillende denkbeelden en leren nadenken over ideeën die voor hen niet vanzelfsprekend zijn. De uitgelezen plek daarvoor is de school. Hier vinden de leerlingen de ruimte om, binnen een veilige setting, in gesprek te gaan, te oefenen met meningsvorming en te leren omgaan met kritiek.

Ze leren er op zoek te gaan naar 'common ground', te ontdekken waar standpunten elkaar raken en waar ze botsen. Dat uiteindelijk de grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens prevaleren. Op school kun je oefenen met humor en de kunst van het relativeren en ontdekken dat er verschillen in opvattingen zijn, zelfs onder hun eigen geloofsgenoten.

Zoals een leerling in een van mijn gastlessen zei: 'Praat voor jezelf, en niet namens de moslims. Ik ben ook moslim en ik vind wel dat je moslim en homo kunt zijn.' Dit meisje gaf zonder dat zij het zelf wist een andere leerling, die in stilte worstelde, een stem. Het onderwijs heeft een taak, maar ouders zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kind.

Als ouder weet ik dat elke ouder het beste met zijn of haar kind voor heeft, en in principe probeert om het kind, met of zonder de hulp van God, zo goed mogelijk op te voeden. Dat kan in de praktijk betekenen dat je je kind de religieuze geboden en verboden bijbrengt - dat seks voor het huwelijk niet mag, dat alcohol verboden is, dat trouwen met een niet-moslim haram is en dat homoseksualiteit verwerpelijk is.

Happy moslim

Maar ouders moeten zich wel realiseren dat deze opvattingen haaks staan op de ideeën die hun kinderen in de rest van de maatschappij tegenkomen. Ik zou willen dat ouders, moslim en niet-moslim, de nadruk zouden leggen op wat ons bindt.

Leer je kinderen over naastenliefde, gelijkheid en mensenrechten. Laat ze zien hoe je burgerschap kunt verenigen met culturele en religieuze identiteit. Praat met je kinderen over wat voor soort mens ze willen zijn, wat verantwoordelijkheid betekent en wat ze voor een ander kunnen betekenen.

Ik zou ervoor willen pleiten om in de opvoeding niet alleen stil te staan bij de religieuze voorschriften, maar ook nadruk te leggen op het humanistische aspect van de islam. Noem het islamosofie als je wilt. Om kinderen klaar te kunnen stomen tot volwaardige burgers is het van belang dat school en ouders meer op een lijn komen over wat van belang is voor het kind. Dat begint met contact en het uitwisselen van informatie.

De kloof tussen school en thuis, tussen school en de straat wordt minder groot, maar we zijn er nog niet. Leerlingen die 'happy moslim' zijn, hard aan hun toekomst werken en bezig zijn met het ontdekken van hun talent zijn niet vatbaar voor radicalen of voor ronselaars. Zij kunnen zich best 'invechten' in onze samenleving. Als wij ze dan ook maar erbij betrekken.

Samira Bouchibti is schrijfster en adviseur integratie & inclusie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden