VerslaggeverscolumnToine Heijmans in Ophemert

Kilometers rafelend plastic langs de rivieren, maar Rijkswaterstaat vindt het geen afval

null Beeld

Onder de waterlijn wappert een olievlek en hogerop duwt zwart plastic zich door het stortsteen heen. De rivieroever is bekleed met lappen polypropyleen, gescheurd, verweerd, gerafeld. Kasper was nauwelijks alarmistisch geweest toen hij zei: ‘Kom eens kijken wat hier ligt, open en bloot, wat het water hier aan troep meevoert naar zee.’ Wat je geen afval mag noemen, van Rijkswaterstaat.

Het is aan de Waal, die ongewoon hoog staat, regen en smeltwater uit de koude bergen. Stond het water lager, dan zouden we de rest van het plastic zien. Ingenieurs noemen het ‘geotextiel’, een prachtig eufemisme voor de kilometers waterdoorlatend kunststofdoek dat de rivieroevers moet verankeren. Het wordt op z’n plaats gehouden door keien die niet zijn opgewassen tegen het water, de hele constructie spoelt weg en zo krijgen de lappen vrij spel, degenererend in de wind en de zon.

‘Geen afval’. Beeld Toine Heijmans
‘Geen afval’.Beeld Toine Heijmans

‘Het scheurt, waait weg en spat uit elkaar’, zegt Kasper, die zich al jaren verbaast. Met zijn hond Malva staat hij metershoog op een uitgespoeld zandgat. ‘Zie je nu wat ik bedoel? Je hoeft er niet eens op te letten’.

Rotzooi langs de oevers is van altijd, maar dit was nieuw, en niemand bij Rijkswaterstaat kon hem helpen. De projectmanager met wie hij correspondeerde, is ‘van de aardbodem verdwenen’. ‘Die zit vast op een ander project.’ Zo gaat dat bij een efficiënte overheid: verantwoordelijkheid is inwisselbaar. Dit gebeurt uit zicht, het is geen misstand waar mensen schuimbekkend van gaan twitteren, maar het zijn wel lappen die uiteenvallen in microplastic, ‘dat gaan we dus met z’n allen uit zee vissen, maar hiertegen doen we niks’.

Geotextiel is geweven doek van platte strengen plastic, dat nu uit de hoeken en gaten van de rivier tevoorschijn komt. ‘Het is geen afval’, zegt Mathijs Tax, senior adviseur communicatie & media bij Rijkswaterstaat, een beetje vermoeid want dit onderwerp was toch al eerder aangekaart en waarom zou je er opnieuw over beginnen. ‘Het is onderdeel van de oeverbeschermingsconstructie.’ Meestal ligt het vast, zegt hij, en als het los ligt ‘moet het weer toegedekt worden, dat staat in de onderhoudscontracten met onze aannemers’.

Hoeveel kilometer plastic er in de oevers is gestopt weet niemand. Hoeveel er los ligt, en waar, wordt niet geregistreerd. Maar projectmatig opruimen is niet nodig, schrijft de minister op Kamervragen: dat het plastic losraakt en in de rivier verdwijnt is ‘niet wenselijk’ maar de kans erop is ‘beperkt’. En het is dus geen afval. Dat scheelt.

In de dikke zomerlucht schiet de vogelwikke op, rode klaver, akkerwinde, knoopkruid, duizendblad. In de tijd dat Kasper Heineke hier kwam wonen, buitendijks, veertig jaar terug, was de rivier een gifstroom. Nu kun je er onbekommerd zwemmen. Hij is van alles tegelijk: muzikant, theatermaker, natuurgids voor kinderen die hij meeneemt de uiterwaarden in, en hij is één van de vrijwilligers die afval rapen, honderden kilo’s plastic – er is niemand anders die het doet.

Kasper Heineke aan de Waal, met Malva. Beeld Toine Heijmans
Kasper Heineke aan de Waal, met Malva.Beeld Toine Heijmans

Verder stroomafwaarts woont Willem den Ouden, de kunstenaar die dit rivierengebied verbeeldde in dampende, zwevende, trillende tekeningen, en rouwvanen langs de dijk zette om de vernieling ervan te markeren. Rijkswaterstaat wilde de rivier temmen met hoge, brede dijken, het is niet lang geleden; een hele cultuurgeschiedenis werd met grof geschut gesloopt. Strakke lijnen moesten er komen, technisch perfect, een ingenieursdroom, maar de Waal liet zich niet beteugelen, daar kwamen ze wel achter. Die is altijd sterker.

Nu krijgt de rivier de ruimte, nieuw beleid, en om het water sneller af te voeren, legde Rijkswaterstaat een langsdam aan en haalde de haakse kribben weg. Maar de resten zie je liggen, afgetekend door de stroom, ‘en het plastic ligt daar ook nog’, zegt Kasper. ‘Ze trokken de kies maar lieten de wortels zitten.’

Het is niet alleen de Waal, het is ook de IJssel, waar Wim Eikelboom waarschuwt voor het ‘industrieel textiel’. Op zijn blog Rivierverhalen beschrijft hij hoe het decennia geleden werd uitgevonden, de Ten Cate-fabriek groot maakte, en nu, aan het einde van z’n levensduur, verpulvert tot afval. Maar zo mag je het dus niet noemen.

Gestolde olievlekken onder de waterspiegel. Beeld Toine Heijmans
Gestolde olievlekken onder de waterspiegel.Beeld Toine Heijmans

‘Hoezo is dit geen afval’, zegt Kasper, die opnieuw naar een zwarte vlek in het water wijst.

Twaalfhonderd kilometer rivieroever heeft dit land en bijna overal ligt geotextiel. De waterbouwers kijken nog even de andere kant op, misschien verdwijnt het dan vanzelf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden