Opinie Politiek

Kijk uit voor politici die de feiten in pacht hebben

Dezelfde politici die eerst de economie redden, pleiten nu uit levensbedreigende noodzaak voor maatregelen die uitzinnig veel geld kosten, maar ditmaal geen merkbaar verschil zullen maken, betoogt Martin Sommer. 

Alexis de Tocqueville

Over censuur kan ik vrij kort zijn. In Nederland wordt de pers niet gecensureerd. Iemand als Joris Luyendijk zou liefst de hele Haagse journalistiek opdoeken omdat we niets meer zijn dan een doorgeefluik van de powers that be – dat zijn we niet. De doorsnee Haagse journalist doet gewoon zijn best de waarheid op te schrijven, ook als hem of haar dat een mooie relatie met een minister kost.

Maar al heet het dan geen censuur, ik bespeur bij mezelf de laatste jaren aan het Binnenhof de ongemakkelijke vraag: wat zie ik nu eigenlijk? We bedrijven een soort embedded journalistiek, zonder het te beseffen. We worden meegevoerd in een journalistieke werkelijkheid die niet zozeer bewust gekneed is, maar zich wel degelijk afspeelt binnen de oevers van wat voorstelbaar en ook betamelijk is. Dit is geen aangename sensatie en verdient het om verder over na te denken.

Mijn leidsman is Alexis de Tocqueville, en ofschoon zijn dikke boek over de democratie in Amerika dateert van 1835/1840 is hij nog altijd helemaal fris. In een democratie is het volk de baas, beter opgeleid dan onder het ancien régime maar weinig geboeid door het bestuur, dat het graag uit handen geeft. Er is ook geen tijd, want er moet geld verdiend worden.

Tocqueville zag in Amerika hoe persvrijheid een voorwaarde was voor democratie, want zonder geïnformeerde burgers kan de soevereiniteit van het volk niet bestaan. De burgers moeten immers vrij kunnen delibereren over de koers van het land en dus ook vrijelijk over alle informatie beschikken.

Maar hoe komt die geïnformeerdheid tot stand? Hoe komt de kennis tot stand waarop de besluiten in een democratie zijn gebaseerd? Door wat Tocqueville de publieke opinie noemde. Wij vinden wat over het algemeen wordt gevonden, omdat we geen aangrijpingspunt hebben voor een gefundeerd oordeel.

Dit 19de-eeuwse verhaal over de kompasloze burger is voor mij onlangs meer gaan leven. Het vorige kabinet heeft veel overhoop gehaald. Dat begon met de vaststelling dat Nederland aan de rand van de economische afgrond stond. Alles aan dat kabinet ademde urgentie. Rutte en Samsom zetten hun flauwe partij­politieke ruzies opzij. In het landsbelang.

De pensioenleeftijd ging drastisch omhoog, er werd stevig ingegrepen in de zorg.

Wij van de krant, en zeker ikzelf, waren enthousiast over zoveel politieke daadkracht. Inmiddels hebben we een nieuw kabiniet en blijkt er veel weer anders te liggen. Verpleegtehuizen, eerst geldslurpers voor een klein percentage van de ouderen, blijken heus, echt tien miljard nodig te hebben voor een fatsoenlijke laatste levensfase. Er is weer volop discussie over de pensioenleeftijd. Een PvdA-leider die als minister de versnelde verhoging van de pensioenleeftijd verdedigde, vindt nu dat het veel te snel gaat.

Maar er is ook weer nieuwe urgentie. Vijf jaar geleden stond Nederland aan de afgrond, nu de hele wereld. We hebben het over de energietransitie. Over een kleine twee weken mag er geen nieuwbouw meer gepleegd worden met gasaansluiting. Gas was een zegen, ineens is het een vloek. Ik ben geen klimaatontkenner, maar hier is iets raars aan de hand.

Premier Rutte, voorheen van de windmolens op subsidie, gelooft er nu hartstochtelijk in. Dat kan voortschrijdend inzicht zijn, net als met Asscher en de pensioenen. Ik zal de laatste zijn om hun integriteit in twijfel te trekken.

De constante heet Diederik Samsom. Hij is specialist urgentie. Eerst de ene dreigende afgrond, nu de andere. Ik las ergens dat hij vindt dat zijn rol aan de klimaattafels voor 90 procent het overtuigen van mensen is. De crux is waarop die overtuiging gebaseerd is. De bevolking kan de noodzaak van de transitie niet beoordelen. De journalistiek, als ze eerlijk is, evenmin.

En, nu komt het: politici ook niet. Politici hebben echt geen tijd om al die dikke wetenschappelijke rapporten te lezen, te begrijpen en er wat van te vinden. Politici hebben de expertise niet. Ze willen één velletje met een standpunt. Of maximaal twee, de beroemde two pages van Rutte. Het werk van politici is niet wetenschap bedrijven of de waarheid vinden; politici gaan niet over kennis maar over keuzes. Hun baan is overtuigen, zoals Samsom zei. Politiek bedrijven is urgentie maken, is de kortste samenvatting.

Maar sinds er geen diepe ideologische overtuigingen meer zijn, is het problematisch waar die urgentie op gebaseerd is. Hierover was Tocqueville messcherp: politici denken dat zij leiden, maar ook zij volgen de politieke opinie. Zij vinden datgene wat gevonden wordt.

Iedereen weet dat het met het vertrouwen in de politiek vandaag niet best gesteld is. Ook dat vindt zijn oorzaak niet in de slechte kwaliteit van de politici, maar in het verbleken van een helder ideologisch profiel. Het verklaart dat politici het meer dan voorheen zoeken in de geweldige, permanente, levensbedreigende urgentie van hun voorgenomen besluiten.

De overtreffende trap is een overlevingstrap.

Geen wonder ook dat de politiek in toenemende mate haar toevlucht neemt tot de wetenschap. Wetenschap is immers niet zomaar een mening, maar de laatste bron van gezag. De wetenschappelijke feiten zijn doorslaggevend, en politici wijzen daar dolgraag op. Niet vanwege die wetenschap, maar omdat ze hunkeren naar gezag. Er is geen alternatief, hoor je nu al decennia. Wij hebben geen overtuigingen meer, wij hebben de nuchtere wetenschappelijke feiten.

Dat heeft wel een naar bijsmaakje. Als politiek zich steeds meer beroept op de feiten, betekent dat dat wie de feiten niet heeft, niet meer meedoet. En hier neemt Tocqueville zijn laatste stap. ‘In Amerika’, schreef hij, ‘trekt de meerderheid een geweldige cirkel om het denken heen. Binnen die cirkel is de schrijver vrij, maar wee degene die de grens overschrijdt. Hij is het mikpunt van afkeer en dagelijkse vervolgingen.’

Tocqueville had uitgevonden dat de publieke opinie noodzakelijk leidt tot wat wij nu politieke correctheid noemen. Voorheen was iemand met een ander idee een tegenstander, nu bedrijft hij feitenvrije politiek en wordt hij geëxcommuniceerd.

Nu wil ook ik dolgraag een politiek met gezag die ook nog stevig is geworteld in de wetenschap. Ik denk ook dat Nederland er beter aan toe is dan vijf jaar geleden, en ik geloof nog steeds dat Diederik Samsom en Mark Rutte daar een goede rol in hebben gespeeld.

Maar ik zie ook de morele paniek over aardgas, en ik zie dat men zich laat meeslepen door de professionele urgentiemakers van Greenpeace. En ik zie dezelfde politici die het land economisch hebben gered, op grond van levensbedreigende noodzaak pleiten voor maatregelen die uitzinnig veel geld kosten en ditmaal geen merkbaar verschil zullen opleveren.

Als journalist is het je geraden je hiervan bewust te zijn. In Nederland wordt de cirkel van Tocqueville strakker getrokken, juist omdat hier de gelijkheid zo’n geloofsartikel is. Wij zijn in het toelaten van dissidente meningen, anders dan we denken, beslist geen tolerant volkje. Nederlanders lopen in hun opvattingen juist geweldig achter elkaar aan, of het nu gaat over Engels spreken op de universiteit, onderwijsvernieuwingen, thuis bevallen, of zoals nu holderdebolder van het gas af.

Juist in het land van de gevierde consensus is dissidentie een weinig gewaardeerd artikel. Hoed u daarom voor de juiste mening, en kijk vooral uit voor politici die zeggen dat ze de nuchtere feiten in pacht hebben.

Dit is de bekorte tekst van een praatje dat Martin Sommer deze week hield op een symposium van de KNAW over censuur en zelfcensuur.

Martin Sommer is politiek commentator van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.