Opinie

Kiezers zijn geen verwende kinderen

Kiezers begrijpen heel goed dat geen enkele partij al hun uiteenlopende wensen kan inwilligen.

null Beeld null

Zowel Martin Sommer als Frank Kalshoven, columnisten van de Volkskrant, had zaterdag 24 september kritiek op het onderzoek dat de Volkskrant een week eerder publiceerde met de kop 'Meerderheid kiezers wil kern van beleid kabinetten-Rutte terugdraaien'. Wij voerden dit onderzoek uit. Sommer vond dat je geen eendimensionale vragen moet stellen en Kalshoven vond de stellingen waarop de conclusies gebaseerd zijn zo onvolledig dat de antwoorden 'nietszeggend' zijn.

De kritiek komt er voor een belangrijk deel op neer dat, als je kiezers wensen naar voren laat brengen, je ze er ook het kostenplaatje bij moet geven. Kosten die ze zelf moeten ophoesten. Als kiezers geen eigen risico in de zorg willen, zal de belasting omhoog moeten. Als ze niet tot 67 jaar willen doorwerken, zal het geld dat dat kost ergens anders vandaan moeten komen. 'Gratis bier bestaat niet', voegde Kalshoven hier aan toe.

Op zich geen onterechte constateringen. Voor wat betreft de politieke vertaling. Maar het is kortzichtig om daarmee dit onderzoek eendimensionaal en nietszeggend te noemen. Het onderzoek kent in feite drie dimensies die samen een belangrijke boodschap aan de politiek geven.

De eerste dimensie betreft de dertig stellingen waarop de conclusies zijn gebaseerd. De antwoorden geven een breed pallet aan opvattingen over actuele kwesties, die per stelling iets zeggen over hoe Nederlandse kiezers denken. Deze stellingen zijn inderdaad zo eenduidig en simpel mogelijk verwoord. Bij opinieonderzoek dient een stelling maar één bewering te hebben. Formuleer je de bewering zoals Kalshoven wil (bijvoorbeeld: 'Het eigen risico moet worden afgeschaft en ik ben bereid evenredig meer belasting te betalen'), dan weet je niet met welk deel van de stelling men het eens of oneens is.

Door vrij veel stellingen over zowel sociaal-economische als sociaal-culturele issues voor te leggen, kunnen we op basis van de uitkomsten vaststellen of kiezers eerder links of rechts zijn (sociaal-economisch) en eerder progressief of conservatief (sociaal-cultureel). Dat is de tweede dimensie.

De derde dimensie is de vergelijking in de tijd. Omdat dit onderzoek ook in 2010 is uitgevoerd, met grotendeels dezelfde stellingen, kunnen we een vergelijking maken die de hele periode Rutte beslaat. De conclusie die we trokken op basis van dit onderzoek: 'Kiezers lijken zes jaar later sociaaleconomisch iets linkser en iets minder conservatief.'

De interpretatiefout van Kalshoven en Sommer zit hem hierin, dat kiezers weliswaar deze wensen uiten, maar dat dit niet betekent dat ze dus allemaal bij SP of PVV uitkomen. Zoals ook uit ons rapport blijkt.

Kiezers zijn geen verwende kinderen. Ze laten merken dat sommige politieke richtingen - waar ze misschien zes jaar geleden nog wel van gecharmeerd waren - nu hun limiet hebben bereikt. Eerlijk gezegd is het nogal neerbuigend om de afkeer van kiezers van marktwerking in de zorg, het willen terugdraaien van de bezuinigingen in thuis-, jeugd- en ouderenzorg of de roep om volledige duurzame energiewinning gelijk te stellen aan 'we willen meer vakantiedagen'.

Kiezers willen in het algemeen meer nivellering en minder marktwerking, een beter milieu en goede, betaalbare zorg. Maar ze willen ook dat de overheidsfinanciën op orde zijn en ze willen een veilig land. Dus maken ze een afweging, wat kan betekenen dat ze bij een partij uitkomen, die niet op alle punten doet wat ze willen. Zo zijn er ook onder VVD-kiezers vrij veel mensen die geen voorstander zijn van marktwerking in de zorg, een paradepaardje van de VVD. En toch stemmen ze VVD.

Van de SP-kiezers wil eenderde geen laaggeschoolde immigranten meer toelaten, maar toch gaan ze niet naar de PVV. Iets meer dan de helft van de kiezers is ontevreden over het kabinet van VVD en PvdA, maar een groot deel zal straks toch weer op een van deze twee partijen stemmen. Omdat ook zaken als continuïteit, stabiliteit en het nemen van verantwoordelijkheid meespelen bij hun keuze.

Het is duidelijk dat geen enkele politieke partij al deze wensen kan inwilligen. Dat is de kiezers ook prima uit te leggen. Het is aan politieke partijen en een volgend kabinet hier keuzes in te maken en de financiële onderbouwing erbij te leveren. Het zijn immers politieke keuzes. Als partijen deze signalen volledig willen negeren, onder het mom van kloppende begrotingsplaatjes, moeten ze niet gek opkijken als ze in maart 2017 minder sterk uit de verkiezingen komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden