Betoog Parlement

Kiezers verdienen een parlement met goede ondersteuning

Voor Tweede Kamerleden is het bijna ondoenlijk om alle ontwikkelingen bij te houden. Het is in het belang van de democratie dat ze meer ondersteuning krijgen, betogen Rien Fraanje en Han Polman.

Pia Dijkstra (D66) tijdens het eerste vragenuur in de Tweede Kamer na het zomerreces. Beeld ANP

Deze week kwam de Tweede Kamer terug van reces. De meeste Kamerleden haasten zich altijd om te zeggen dat een reces niet hetzelfde is als vakantie, bang als ze zijn dat wij anders denken dat onze politici de kantjes ervan aflopen. Via hun sociale media hebben zij ons daarom de afgelopen twee maanden goed op de hoogte gehouden van hun werkbezoeken en stages.

Wij hopen dat de Kamerleden de afgelopen weken zichzelf een lange vakantie hebben gegund, want het Kamerlidmaatschap is een zwaar ambt. Teruggetreden parlementariërs die hun politieke herinneringen op schrift stelden, zoals Femke Halsema in Pluche en Sharon Gesthuizen in Schoonheid macht liefde, verhalen van een ongeëvenaarde werkdruk. Het verbaast daarom niet dat vorig parlementair jaar een SP-Kamerlid voortijdig haar Kamerlidmaatschap opzegde omdat het niet te combineren is met het moederschap en een SGP’er terugtrad om zijn huwelijk te redden.

De zwaarte van het ambt heeft vele oorzaken, waarvan de snelle nieuwscyclus zeker een belangrijke is. Terwijl het vroeger voldoende was om twee kranten te lezen en ’s avonds het Journaal en Nova te volgen, is daar nu een permanente stortvloed aan online- en sociale media bijgekomen. Daarbij mag het een politicus niet gebeuren dat hij of zij de urgentie van een nieuwsbericht of incident niet goed inschat. In zo’n context is alles altijd belangrijk; niets kan wachten tot later.

Deze maatschappelijke context verander je niet zomaar, dus op dat punt zal het werk van een Kamerlid altijd pittig blijven. Maar het wil daarbij niet helpen dat de ambtelijke ondersteuning van een Kamerlid met min of meer één persoonlijk medewerker ronduit mager is.

Natuurlijk, de Tweede Kamer wordt gerund door een omvangrijke griffie onder leiding van de Kamervoorzitter. En een onlangs versterkte Onderzoeksdienst kan zeker bijdragen aan een verbetering van de positie van de Kamer als geheel. Maar als individueel Kamerlid blijft het flink aanpoten om de toevloed van informatie, verzoeken en vragen het hoofd te bieden. Een gemiddeld Kamerlid krijgt op één dag net zoveel mails als een gemiddelde Nederlandse werknemer na één week vakantie in zijn mailbox vindt. Het is begrijpelijk dat tal van Kamerleden die mails verwerken via een automatisch antwoordbericht dat laat weten dat elk bericht wordt gelezen, maar dat het onmogelijk is om iedereen te beantwoorden. Andere Kamerleden laten elk halfjaar een nieuwe stagiair opdraven die bereid is voor een grijpstuiver zes maanden het vuur uit zijn sloffen te lopen.

Zo moeten 150 Kamerleden met ieder ongeveer één medewerker tot hun beschikking onder meer hun Kamerdebatten voorbereiden, berichten beantwoorden, interviews geven, spreekbeurten houden en werkbezoeken afleggen. En o ja, tussen deze bedrijven door ook nog de regering met haar duizenden ambtenaren ondersteuning goed controleren.

Het is de Kamer zelf die met het budgetrecht kan zorgen voor een forse verbete-ring en verruiming van zijn ambtelijke ondersteuning. De meeste Kamerleden zullen off the record zonder meer toegeven dat het Kamerlidmaatschap nu eigenlijk gekkenwerk is, maar geen van hen durft hardop te pleiten voor meer financiële armslag om een betere ondersteuning te realiseren uit angst om als zakkenvuller te worden weggezet.

Ondertussen zitten die kiezers met de gebakken peren. Hun volksvertegenwoor-digers worden door de hogere werkdruk niet alleen tot het uiterste gedreven, maar missen bovendien de ruimte, tijd en menskracht voor reflectie waardoor het lastig wordt om hoofd- van bijzaken te onderscheiden. Dit maakt de positie van lobbyisten ook sterk, want als je zelf de tijd niet hebt om een motie te schrijven en daarvoor ook geen medewerker tot je beschikking hebt, is menig belangenbehartiger bereid daarvoor wel een voorzetje te geven.

Een adequaat toegeruste volksvertegenwoordiging kan het beste worden gerealiseerd door een brede coalitie van partijen. Hier moet geen partijpolitieke strijd over worden geleverd. Voor hun eigen welzijn en dat van onze democratie is het van belang dat parlementariërs het lef hebben om nu budget te reserveren voor de ondersteuning die zij nodig hebben.

Rien Fraanje is secretaris-directeur van de Raad voor het Openbaar Bestuur.
Han Polman is commissaris van de koning in Zeeland en voorzitter van de Raad voor het Openbaar Bestuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.