Kiesstelsel moet nu echt op de schop

Nederland heeft nu een uitzonderlijke variant van een parlementair kabinet. Daaruit zijn lessen te trekken. Want de formatie toont dat oude politiek failliet is.

Na een formatie van ruim vier maanden kent Nederland inmiddels de uitzonderlijke variant van een parlementair kabinet dat door een meerderheid wordt gesteund maar door een minderheid wordt gedragen. Een meerderheidsminderheidskabinet zogezegd, een broos geheel dat voor zijn voortbestaan niet enkel afhankelijk is van de PVV-buitenboordmotor maar ook van elk individueel lid van de twee regeringsfracties. Welke lessen kunnen uit de lange en moeizame formatie van 2010 worden getrokken?

Dode taal
1. Het staatsrecht lijkt een dode taal te zijn geworden in de Nederlandse politiek. Hoofdrolspelers laten zich er in ieder geval weinig aan gelegen liggen. Dat geldt niet alleen voor Geert Wilders, die eerst de formatie over rechts opblies en enkele dagen later daar weer op terugkwam, zodoende het staatshoofd speelbal makend van zijn persoonlijke emoties. Het geldt ook voor Mark Rutte, die plotseling aankondigde dat hij zelf wel een concept-regeerakkoord zou schrijven en vergat dat hij dat misschien eerst even met de koningin moest bespreken. En wat te denken van informateur Lubbers, die op een persconferentie meedeelde dat het staatshoofd bang was dat Rutte zou afbranden als informateur?

Het meest heb ik mij verbaasd over de meestal onberispelijk optredende informateur Tjeenk Willink, die publiekelijk verklaarde dat Rutte zich geen derde mislukking kon veroorloven op straffe van gezagsverlies. Moesten we dit begrijpen als een waarschuwing van koninklijke zijde of als een ongepaste persoonlijke opinie van een neutraal te achten informateur? Hoe dan ook, het is te hopen dat in volgende formaties de zorgvuldigheid en terughoudendheid weer leidend zijn, daar is niet alleen het staatshoofd bij gebaat.

Rol
2. Het is overigens de vraag of koning Willem IV in die toekomst zelf een rol in de formatie moet willen spelen. In toenemende mate lijkt de Kamer het er moeilijk mee te hebben dat het staatshoofd een eigen positie heeft en die, indien de adviezen ook maar enige ruimte daarvoor bieden, ook gebruikt. De aanwijzing van Ruud Lubbers tot informateur leek bijvoorbeeld niet in goede aarde te vallen; de fractievoorzitters van VVD, PVV en CDA lieten zich vervolgens weinig aan zijn opvattingen gelegen liggen. Ook over de tussenronde van Herman Tjeenk Willink bestond geen enthousiasme.

In beide gevallen lijkt er sprake te zijn geweest van een persoonlijke keuze van de koningin. Willen we nog wel dat de machtsvorming in de Nederlandse politiek zo archaïsch wordt geleid? Een alternatief is voorhanden, namelijk dat de Tweede Kamer zelf de (in-)formateur aanwijst in plaats van zich, als het zo uitkomt, achter de brede rug van het staatshoofd te verschuilen. Vooralsnog ontbreken eensgezindheid en moed om de verantwoordelijkheid voor de kabinetsvorming daar te leggen waar die hoort, namelijk bij de gekozen volksvertegenwoordiging.

Ongemak
3. Eens te meer dringt zich het ongemak van ons kiesstelsel op. Over enkele jaren herdenken wij dat dit stelsel van evenredige vertegenwoordiging een eeuw oud is en dat de helft van die tijd vruchteloos is gepoogd om het te veranderen. Ons stelsel zonder noemenswaardige kiesdrempel weerspiegelt op voorbeeldige wijze de versplintering van het politieke landschap. Het leidt echter niet tot heldere scheidslijnen tussen partijblokken en dientengevolge tot een directe relatie tussen de uitspraak van de kiezer en de machtsvorming.

Ondertussen toont de uitslag van 9 juni aan dat we zo niet kunnen doorgaan. Alleen met de grootst mogelijke moeite en met wat het beste kan worden omschreven als peace-enforcing binnen een van de deelnemende partijen, is het dit keer gelukt om een kabinet op het bordes te krijgen. Of dat kabinet daadwerkelijk stoelt op een duidelijke wilsovertuiging van de kiezers, kan ernstig worden betwijfeld.

Varianten van een meerderheidsstelsel dat partijen stimuleert om voor de verkiezingen helderheid te verschaffen over samenwerking, al dan niet gecombineerd met een kiesdrempel, moeten opnieuw op de agenda komen. Niet als Spielerei maar uit zelfbehoud van de parlementaire democratie. En als we toch eindelijk iets aan het kiesstelsel doen, kan ook het individuele mandaat van volksvertegenwoordigers worden versterkt. Een eigen kiezersmandaat (bijvoorbeeld via districten) verschaft een aanmerkelijk sterkere legitimatie om van de fractielijn af te wijken dan nu het geval is bij Kamerleden als Koppejan die hun zetel voornamelijk te danken hebben aan hun lijsttrekker.

Draagvlak
4. Het kabinet Rutte-Verhagen kan weliswaar rekenen op een niet erg comfortabele meerderheid in de Tweede Kamer, maar vooralsnog ontbreekt een dergelijk draagvlak in de Eerste Kamer. In zekere zin wordt de formatie dus verlengd tot het moment waarop duidelijkheid ontstaat over de samenstelling van de nieuwe Eerste Kamer. Een permanente tegenwerking van een onwelgevallige senaatsmeerderheid maakt elk kabinet immers vleugellam.

De Statenverkiezingen van maart 2011 zijn ditmaal dus echte nationale verkiezingen. Dat wil echter niet zeggen dat de Eerste Kamer een politiek strijdtoneel moet worden en zodoende een doublure van wat er aan de overkant van het Binnenhof gebeurt. Met zekere regelmaat heeft de senaat in het verleden de grens opgezocht van haar staatsrechtelijke taak en positie, ik heb dat door schade en schande zelf mogen ervaren. Toch beschouwen de senatoren zich gelukkig meestal niet als politieke frontsoldaten en beoordelen zij de wetsvoorstellen primair uit een oogpunt van rechtsstatelijkheid en kwaliteit en niet uit partijpolitieke opportuniteit. Het lijkt verstandig om deze taakopvatting als chambre de réflection, bij welke samenstelling dan ook, te behouden.

Ontvolkt
5. Een laatste les uit de formatie van dit jaar is dat het politieke midden ontvolkt raakt door het vertrek van het CDA naar rechtse oorden. Verschillende commentatoren speculeren daarom op het einde van de lange Hollandse traditie van de macht van het midden. De hernieuwde polarisatie zou daar een einde aan maken. Ik ben vooralsnog niet overtuigd. Ons kiesstelsel nodigt zoals gezegd niet tot tweedeling uit.

Maar bovenal geloof ik dat de Nederlandse kiezer altijd behoefte zal houden aan partijen die polarisatie dempen en zoeken naar pragmatische oplossingen voor maatschappelijke tegenstellingen. Juist tussen een zo’n unverfroren rechts-conservatieve coalitie en een met zichzelf worstelend links blok is er grote behoefte aan een dragende en verantwoordelijke middenpartij die hart en hoofd in evenwicht brengt. Het laat zich raden wie deze rol opeist.















Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden