Katholieke waarden maken rentree in verward Europa

Sommigen in de PvdA willen er liever niet aan worden herinnerd, maar het blijft een saillant feit dat Willem Drees, de naoorlogse patriarch van de Nederlandse sociaal-democratie, bepaald niet warm liep voor de Europese integratie.

Francois Fillon. Beeld anp

Integendeel, hij was vervuld van argwaan.

Als premier van het verzuilde Nederland vreesde hij een roomse hegemonie, een 'Vaticaans geleid Europa'. Een hoge diplomaat uit die tijd wist zelfs te vertellen dat je volgens Drees 'van alles bezuiden de Moerdijk vlooien kreeg'.

Maar het is moeilijk denkbaar dat die woorden letterlijk afkomstig waren uit de mond van de zeer correcte 'wethouder van Nederland', zoals John Jansen van Galen en Herman Vuijsje hem in hun gelijknamige boek typeren.

Het angstbeeld van een door roomse politici gedomineerd Europa was niet helemaal uit de lucht gegrepen. De Europeanen van het eerste uur waren bijna allemaal katholiek, en niet slechts in naam: Jean Monnet, Robert Schuman, Alcide de Gasperi, Konrad Adenauer. Met name Schuman was een zeer vroom man met een uitzonderlijke Bijbelkennis.

Bovendien was de christen-democratie in West-Europa een politieke kracht van betekenis. Met een overwegend katholieke inslag. De Democrazia Cristiana was de 'eeuwige' regeringspartij in Italië. Christen-democraten domineerden het politieke toneel in Duitsland, België en Luxemburg. In Nederland werd de PvdA op de hielen gezeten - en soms voorbijgestreefd - door de Katholieke Volkspartij (KVP).

Aanvankelijk vertrouwde Drees het Europabeleid dan ook toe aan iemand bij wie hij een gezonde dosis scepsis over Europese integratie veronderstelde. Dat was Johan Beyen, partijloos en van protestantse komaf.

Maar het bleek een misrekening: Beyen ontpopte zich als een enthousiaste voorvechter van de Europese zaak. Daarentegen toonde de behoudende katholiek Joseph Luns, die in 1952 Beyens collega werd in het departement van Buitenlandse Zaken, veel meer oog voor het nationale belang en de Nederlandse slagkracht, die hij het beste gediend achtte als Groot-Brittannië zou gaan meespelen op het Europese toneel. Zijn strategische benadering beviel Drees een stuk beter.

Een katholiek Europa? Anno 2017 kunnen we ons daar weinig bij voorstellen. Zowel de katholieke kerk als de christen-democratie heeft sterk aan gewicht ingeboet. Alleen in Duitsland kunnen de christen-democraten van CDU en CSU zich nog met recht een leidende rol toedichten.

Maar het zou dom zijn om het katholieke erfgoed louter als een museumstuk te beschouwen. Juist de laatste jaren zijn hier en daar tekenen van een rooms reveil waarneembaar. De Italiaanse ex-premier Matteo Renzi maakte er geen geheim van dat hij zich mede laat inspireren door de katholieke waarden die hij in zijn jeugd meekreeg, ook al is hij voorstander van het recht op abortus en het homohuwelijk.

Mede dankzij zijn keurige, conservatieve staat van dienst als praktiserend katholiek leek François Fillon over de beste papieren te beschikken om in mei naar het Elysée te verhuizen, totdat bekend werd dat hij iets te gretig uit de vleespotten van de Franse staat had gesnoept.

Mogelijk is Fillon niet meer in staat om de opgelopen schade te herstellen. Het laat onverlet dat er in Frankrijk goede kansen zijn voor een politicus die traditionele waarden uitdraagt en zich beroept op zijn katholieke bronnen. En dat er ook elders in Europa een solide plaats is voor een christen-democratie die, net zoals in de naoorlogse glorietijd, een onderscheidende boodschap heeft.

Veel kiezers hebben behoefte aan een moreel houvast. Dat vinden ze niet of onvoldoende bij linkse multiculturalisten, seculiere conservatieven en hyperpragmatische liberalen à la Mark Rutte, en dat wordt toch ook niet geboden door het wraakzuchtige populisme.

De christen-democratie zou die leemte kunnen vullen, op voorwaarde dat ze een geloofwaardige middenweg weet te vinden tussen enerzijds de bijna groenlinkse variant van Angela Merkel en andererzijds de reactionaire agenda op het terrein van huwelijk en gezin die zelfs het katholieke Polen op stang jaagt.

Voor katholieke politici is er in elk geval een gezaghebbende leidsman in de persoon van paus Franciscus, wiens ontwapenende optreden het aanzien van de kerk duidelijk heeft verbeterd. Al blijft de vraag of hij werkelijk bij machte is om de gewenste moderniseringsslag te maken.

Aan tegenkrachten is geen gebrek. Hun gelederen hebben sinds kort versterking van niemand minder dan Donald Trumps (katholieke) strateeg Steve Bannon. Voor deze kruisvaarder in het Witte Huis is ook het Vaticaan onderdeel van het verderfelijke establishment.

Reken erop dat er nog lang en hevig zal worden gestreden om de ziel van het Westen.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant.
Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.