ColumnPeter de Waard

Kan president Biden Johnsons ideaal van meer gelijkheid in een Great Society verwezenlijken?

null Beeld

De laatste Democratische president die nog een dappere poging deed de verschillen tussen rijk en arm kleiner te maken, heette Lyndon B. Johnson. Helaas wordt hij 56 jaar later alleen herinnerd van ‘Johnson moordenaar’ vanwege de escalatie van het conflict in Vietnam tijdens zijn ambtsperiode.

Zijn sociale plan onder de ambitieuze titel The Great Society behelsde het verminderen van armoede door beter onderwijs en gezondheidszorg en investeringen in de infrastructuur. Er kwamen extra fondsen voor het basis- en voortgezet onderwijs in gebieden met meer armoede. Ook werd Medicare – een zorgvoorziening voor ouderen – en Medicaid – een zorgvoorziening voor armen – ingevoerd.

Er kwamen ook woonsubsidies voor armere gezinnen. En hoewel de invoering allesbehalve soepel verliep, nam de ongelijkheid af. Zo verdiende de zwarte bevolking in 1968 gemiddeld 60 procent van dat van de witte, terwijl dat in 1964 nog 54 procent was.

Sinds Johnson is de ongelijkheid in het land weer enorm toegenomen. Ook Democratische presidenten als Bill Clinton en Barack Obama die acht jaar de tijd kregen, hebben er niets aan gedaan. Redenen zijn belastingverlagingen voor de rijken, flexibilisering van werk – toen verdienden de meeste Amerikanen nog een vast salaris in de industrie, nu is het een flexsalaris in de dienstverlening – en de explosieve stijging van de waarde van aandelen en vastgoed.

In de pandemie zijn die verschillen nog groter geworden, omdat vooral de rijken profiteren van de biljoenen die de Amerikaanse centrale bank (Fed) bijdrukt. Zij zien de aandelen meer waard worden en de rente op hun hypotheken dalen. Terwijl Amerikanen met een inkomen boven de 60 duizend dollar per jaar nu al meer koopkracht hebben dan aan het begin van de coronacrisis, zijn de Amerikanen die minder verdienen er op achteruitgegaan. Tien miljoen Amerikanen hebben geen werk meer en het aantal dat onvoldoende te eten krijgt, is volgens Feeding America gestegen tot 50 miljoen, waaronder 17 miljoen kinderen. Het verschil tussen de haves en have-nots is zo sterk gestegen dat wel wordt gesproken van een K-vormig herstel.

Joe Biden zal die trend moeten keren. Hij kondigde vorige week al een pakket aan van 1.900 miljard dollar (1.500 miljard euro) aan overheidsuitgaven, die vooral bij de lagere inkomens terecht moet komen. Dat is in procenten van het bbp zelfs ambitieuzer dan Johnsons The Great Society. Maar de doelen zijn met uitzondering van de 400 miljard voor coronabestrijding hetzelfde: zorg, onderwijs en infrastructuur. Daarnaast wordt het minimumloon verhoogd tot 15 dollar per uur.

De beoogde minister van Financiën Janet Yellen zal dit sociale programma mogen gaan uitvoeren, de vrouw die als president van de Fed met het bijdrukken van geld de aandeelhouders in het zadel hielp en toen riep dat de overheid meer voor de rest moest doen.

Zij moet voor Biden nu de trend keren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden