Column The New York Times

Kan een vreselijke baas een groot leider zijn?

Amy Klobuchar is een vreselijke baas.

Klobuchars temperament moet de kiezers de meeste zorgen baren, schrijft Bret Stephens in The New York Times.

Op 26 juni 1940, terwijl Groot-Brittannië zich schrap zette voor aanvallen van de Luftwaffe, schreef Clementine Churchill een vermanend briefje aan haar echtgenoot Winston.

‘Je loopt het risico dat je collega’s en ondergeschikten een hekel aan je krijgen omdat je je zo ruw, sarcastisch en dominant gedraagt’, waarschuwde ze de premier.

‘Het is me opgevallen dat je gedrag achteruitgaat en dat je niet meer zo aardig bent als vroeger. Jij bent degene die de orders geeft en als daar een potje van wordt gemaakt, kun je iedereen de laan uitsturen. Daarom moet je deze enorme macht combineren met wellevendheid, vriendelijkheid en, als het enigszins kan, verheven kalmte.’

Winston luisterde en vond manieren om dingen weer goed te maken. Zijn privésecretaris Jock Colville zei later: ‘Toen hij in Downing Street 10 zat, klonk er altijd gelach, zelfs in de donkerste en moeilijkste uren.’

Het thema van de slechte bazen is weer in het nieuws door Amy Klobuchar, lid van de Senaat, aspirant-presidentskandidaat voor de Democraten en, zoals onlangs bleek uit een verhaal in The New York Times, niet bepaald het toonbeeld van ‘Minnesota Nice’. Ze gooit ondergeschikten ringbanden naar het hoofd. Ze laat ze haar afwas doen. Ze denkt dat er spionnen in haar kantoor zitten. Ze probeert van mensen die bij haar ontslag willen nemen de vooruitzichten op ander werk te saboteren.

Er komen ook mensen voor de senator op – 61 voormalige stafleden hebben een open brief ondertekend waarin ze haar steun betuigen – maar de kern van het verhaal in The New York Times wordt bevestigd door het feit dat ze jarenlang het hoogste personeelsverloop had van iedereen in de Senaat. Klobuchar geeft toe dat ze ‘hard’ is en ‘hoge verwachtingen’ heeft, maar het gedrag dat in The New York Times wordt beschreven is niet hard. Dat is vreselijk.

Wie ooit een vreselijke baas heeft gehad, kent het verschil tussen hard en vreselijk; tussen leiders die de lat hoog leggen en zij die grossieren in kleinzielige vernederingen. Toen ik nog aankomend journalist was, had ik als redacteur een man die onder meer een reeks van secretaresses had geterroriseerd. Op een dag moest ik bij hem komen en begon hij me uit te kafferen over een onbelangrijk klusje dat ik niet gedaan zou hebben. Maar ik had dat klusje wel gedaan. Zijn overduidelijke teleurstelling toen hij besefte dat de schrobbering waarop hij zijn zinnen had gezet niet doorging, zal me altijd bijblijven.

Natuurlijk zijn niet alle vreselijke bazen ook mislukte leiders. Lyndon Johnson was vreselijk, maar ja, wel die Civil Rights Act. Steve Jobs was vreselijk (althans in zijn eerste periode bij Apple), maar ja, die Mac. Anna Wintour van Vogue is legendarisch vreselijk, maar ja, die dikke septembernummers. Vreselijk zijn kan gepaard gaan met visie en perfectionisme, net zoals vriendelijkheid gepaard kan gaan met middelmatigheid en falen. Neville Chamberlain was erg populair bij zijn collega’s en ambtenaren.

Maar in het algemeen falen verschrikkelijke bazen als leider, en wel hierom.

Driftaanvallen op kantoor duiden op een algemeen gebrek aan zelfbeheersing. Er loopt een rechte lijn tussen Bill Clintons beruchte woedeaanvallen en het schandaal dat hem als president bijna fataal werd. Achterdocht ondermijnt het vertrouwen dat onmisbaar is voor effectief leiderschap: met zijn paranoia heeft Richard Nixon bijna zeker meer politieke vijanden gemaakt dan onthuld.

En dan hebben we nog de 45ste president van de Verenigde Staten. De gebruikelijke verdedigers van de president kunnen zijn managementstijl dan wel duiden als bewijs van bovenmenselijke genialiteit, maar velen die nauw hebben samengewerkt met Donald Trump denken daar vast anders over. Ongeacht wat je vindt van het beleid van de huidige regering, er is geen enkel Witte Huis te bedenken waarin de onevenwichtigheid van de president zich zo één op één vertaalde naar incompetente uitvoering van dat beleid.

Daarom juist moet Klobuchars temperament de kiezers de meeste zorgen baren. Ongeacht wat Amerikanen willen zien in onze volgende opperbevelhebber, waar we niet op zitten te wachten is een heetgebakerde leidinggevende met een feodale regeerstijl waarbij de horigen het gelag betalen. Het land tot kalmte brengen, vergt kalmte aan de top.

Het is nog niet te laat voor Klobuchar om het weer goed te maken. Ze kan de wijsheid van Clementine Churchill ter harte nemen. Ze kan elk personeelslid dat ze ooit heeft gekwetst opbellen en zeggen dat ze het haar spijt, dat het niet goed was en dat ze zich nooit meer zo zal gedragen.

Verontschuldigingen verjaren nooit.

Dit is een ingekorte versie van Bret Stephens’ column in The New York Times. Vertaling: Leo Reijnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.