columnElma Drayer

Kan een museum anno 2020 nog wel ‘een blote vrouw’ aan de muur hangen?

Bij het Van Gogh Museum, las ik gisteren in de krant, hebben ze nogal gediscussieerd over de aanschaf van Badende vrouw, pastel van de Franse impressionist Edgar Degas. Niet vanwege het bedrag (6 miljoen euro) of vanwege de artistieke kwaliteit, maar vanwege het vraagstuk of een museum anno 2020 nog wel ‘een blote vrouw’ aan de muur kan hangen.

In alle ernst? Jazeker, in alle ernst.

De kwestie, vertelde conservator Fleur Roos Rosa de Carvalho, was uitvoerig aan de orde gekomen.

Niet zo vreemd, in het huidige tijdsgewricht.

In 2017 was er een petitie tegen het schilderij Thérèse Dreaming van de Frans-Poolse kunstenaar Balthus, in bezit van het New Yorkse Metropolitan Museum of Art. Dat de schilder in 1938 een pubermeisje op erotische wijze had geportretteerd achtten de initatiefneemsters ‘voyeuristisch’. Dus moest het werk verdwijnen, liefst ten gunste van dat van een vrouwelijke kunstenaar. Ruim 11.000 mensen waren het daarmee eens.

Het jaar daarop verhuisde de Manchester Art Gallery een schilderij uit 1896 van John William Waterhouse met daarop zeven naakte nimfen naar het depot. Na veel ophef heette de verplaatsing een kunstproject te zijn dat het publiek ‘aan het denken moest zetten’ over het seksistische vrouwbeeld dat de prerafaëliet erop nahield. Het werk keerde terug.

Eveneens in 2018 liet de rechtbank in Almelo een schilderij uit 1995 van Jan Gierveld verwijderen uit de centrale hal. Bezoekers, aldus de president, begrepen de betekenis niet van die vrouw met ontblote borst en lispelende duivel, en hadden er aanstoot aan genomen.

En nog onlangs haalde Abdij Rolduc een schilderij van Mathieu Raemaekers uit een groepsexpositie. Onderwerp: twee mannen die kijken naar een rozeharige vrouw, gehuld in zwart hemdje en een roze onderbroek. Er waren, verklaarde de directeur in de krant, ‘meerdere klachten’ binnengekomen. ‘Kijk, tien of twintig jaar geleden zou dit een heel ander verhaal zijn geweest. Maar met de #MeToo-beweging en alle recente controverses ligt de zaak toch een stuk gevoeliger.’

Wie had destijds kunnen bevroeden dat de #MeToo-beweging tot kunstverpreutsing zou leiden? Ik in elk geval niet. Geen misverstand: dat de tolerantie voor seksueel wangedrag in recordtempo afneemt juich ik alleen maar toe. Maar wie deze nieuwe moraal integraal van toepassing verklaart op de kunsten heeft toch echt enige afslagen gemist. Helemaal als de makers allang en breed naar gene zijde zijn verdwenen.

Neem de schrijvers en schilders die eind 19de eeuw in Nederland furore maakten. Zij waren, zacht gezegd, het evenredig gedachtegoed niet erg toegedaan – lees de prachtige monografie Hemelbestormers - De revolutie van de Tachtigers die Bart Slijper in 2017 aan hen wijdde. Erotische betrekkingen knoopten ze doorgaans aan met dienstmeisjes, serveersters of danseresjes, op wie ze diep neerkeken. Trouwen deden ze doorgaans met een saai, maar degelijk meisje. En van een intellectuele vrouw (zo die al rondliep) werden ze doorgaans reuze zenuwachtig.

In 2018 kregen de heren in dagblad Trouw postuum de volle laag. Volgens de Tilburgse cultuurhistoricus Léon Hanssen waren de schilders onder hen voorbeelden van ‘de schokkende mannelijke blik’. ‘Denk alleen aan de schilderijen en foto’s waarop Breitner – die moeilijk van zijn modellen af kon blijven – het piepjonge, straatarme naaistertje Geesje Kwak in allerlei suggestieve poses heeft vereeuwigd die doen denken aan een odalisk, een slavin in de harem van de sultan.’ De ‘vernederende toon’ waarop de kunstenaars over hun modellen spraken en de ‘vanzelfsprekendheid’ waarmee zij hun seksuele lusten op hen ‘uitleefden’ noemde Hanssen ‘ronduit walgelijk’.

Het zal gerust. Maar persoonlijk had ik er méér van opgekeken als de mannen van Tachtig met elkaar hadden gesproken over genderongelijkheid en het glazen plafond. Of zich bewust waren geweest van de male gaze. Zij waren kinderen van hun tijd – net zoals wij dat zijn van de onze. Het was maar zeer weinigen gegeven om daarboven uit te stijgen. Hun kunst doet dat in de beste gevallen wel.

Dat in zo’n benepen klimaat, wil ik maar zeggen, het Van Gogh Museum drie keer nadenkt over de aanschaf van een 19de-eeuws naakt – alle begrip. Maar wat hoop ik dat we ooit heel hard om deze malligheid kunnen lachen.

Elma Drayer is neerlandicus en journalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden