ColumnPeter de Waard

Kan een fietsplaatje de veldslag op het fietspad beëindigen?

Een van de weinige nazi-maatregelen in het bezette Nederland die nog op enige instemming van de bevolking konden rekenen, was het afschaffen van het fietsplaatje op 1 mei 1941.

Nederlanders moesten tot dan toe een rijksdaalder fietsbelasting per jaar betalen, wat bij een modaal loon van 75 gulden per maand een rib uit het lijf was. Alleen werklozen kregen ontheffing. In 1941 leverden 3,6 miljoen fietsen de staatskas 9 miljoen gulden op. Veel plezier hadden de meesten niet van de afschaffing: twee jaar later pikten de bezetters de meeste fietsen in.

Er zijn nu 23 miljoen fietsen in Nederland en Nederlanders verdienen omgerekend in euro’s honderd keer zoveel als in 1941, zodat ook honderd keer zoveel fietsbelasting zou moeten worden betaald, afgerond 120 euro. Dat levert dan 3 miljard euro op. Natuurlijk staat het land bij zo’n besluit op zijn achterste benen en zal geen politieke partij het in zijn programma durven zetten. De directeur van de Fietsersbond zal in de kortst mogelijke tijd een even vertrouwde gast worden in de kletsprogramma’s als de viroloog van het RIVM.

De invoering van de rijwielbelasting in 1924 had te maken met ‘de treurige staat van de schatkist’. Sommige Nederlanders gingen uit protest steppend op een fiets zonder plaatje naar hun werk. De Rijksfinanciën verkeren nu ook in een treurige staat, hoewel tegenwoordig niet meer moeilijk wordt gedaan over een historisch hoog overheidstekort van 11 procent. Van Klaas Knot mag het best nog hoger.

Maar er zijn voldoende andere redenen om een eigentijdse versie van het fietsplaatje in te voeren. Fietsen mag gezond en milieuvriendelijk zijn, het is ook een continue bron van overlast en ergernis geworden.

De bedaarde fietser van vroeger is een rijwielproleet geworden die andere fietsers en voetgangers van de sokken rijdt en zijn voertuig overal neersmijt. Kranten schreven in de marge van corona en de hittegolf deze zomer vele kolommen over de veldslag op het fietspad. Wielrenners, e-bikes, speedpedelecs, steps, micro-auto’s en scootmobielen maken elkaar het leven zuur. Allemaal hebben ze een andere snelheid en proberen ze elkaar bellend, roepend en duwend in te halen.

Volgens de laatste cijfers is de verkoop van het aantal speedpedelecs die gemakkelijk 45 kilometer per uur halen, met een kwart gestegen. Iedereen praat over de aanleg van snelfietspaden, maar dat kost veel geld. Ook de zorg voor 10 duizend Nederlanders, die jaarlijks ernstig gewond raken bij een fietsongeval, is een hoge kostenpost.

Misschien moet het populaire besluit van Seyss-Inquart tachtig jaar later toch worden teruggedraaid. Het tarief van het nieuwe fietsplaatje zou wel afhankelijk moeten zijn van de kosten en/of zwaarte: 25 euro voor een huis-, tuin- en keukenfiets, 50 euro voor een e-bike en wielrenfiets en 100 euro voor een bakfiets en speedpedelec. Dan kan er gelijk iets worden gedaan aan het zwerffietsenprobleem.

Het zoeken is naar een politicus die impopulair wil zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden