ColumnPeter de Waard

Kan een betaalplatform meer waard zijn dan vier banken?

Ingo Uytdehaage glorieerde dinsdag op het Prinsjesdagontbijt in De Balie. ‘Laten we naast de Miljoenennota ook werken aan een 20-jarenplan. Dan noemen we deze het Horizonmemorandum en checken elk jaar hoe ver we zijn.’

De financiële topman van Adyen is met zijn bedrijf al heel ver gekomen. Het Amsterdamse betaalplatform is op de beurs inmiddels 47 miljard euro waard. Dat is 17 miljard meer dan ING (beurswaarde 27 miljard) en ABN Amro (beurswaarde 3,7 miljard) samen. Mogelijk is Adyen in zijn eentje meer waard dan alle vier de Nederlandse grootbanken (Rabobank en Volksbank hebben geen beursnotering) bij elkaar.

Dat is bizar. Adyen telt 1.400 werknemers en behaalde in de eerste helft van dit jaar een winst van 78 miljoen euro. ING heeft alleen al 51 duizend werknemers en haalde ondanks de coronaklappen het eerste halfjaar een winst van 979 miljoen – meer dan 12 keer zoveel als Adyen. Maar beleggers zien de toekomst in wat ze de Fintechs noemen: nieuwkomers die met ingenieuze software voor bedrijven de betalingen met Ideal, creditcards, debetcards, klantenkaarten smartphones beheren.

Het lijkt op de ontwikkelingen in de automobielindustrie waar nieuwkomer Tesla ondanks de koersdalingen van de afgelopen week meer dan 400 miljard dollar (344 miljard euro) waard is tegen General Motors omgerekend in euro’s 37,3 miljard, Ford 23,2 miljard, PSA 15,3 miljard. Volkswagen die per maand meer auto’s maakt dan Tesla in een heel jaar, is ‘maar’ 77 miljard waard.

Beleggers hebben een hekel aan wat smalend incumbents wordt genoemd: gevestigde bedrijven met een lange geschiedenis. En helemaal aan banken die sinds de kredietcrisis in een keurslijf moeten opereren. Zij lopen risico's met hun leningen aan bedrijven en personen. Zij sjouwen de loden last van het verleden mee: oude IT-systemen, een kantorennetwerk, minder flexibel personeelsbestand, witwascontroles en kapitaalvereisten

Niet alleen Adyen profiteert daarvan. PayPal, de Amerikaanse concurrent, is op Wall Street meer waard dan de Amerikaanse bankreuzen Citibank en Wells Fargo samen. Mollie, een bedrijfje met 300 werknemers dat net komt kijken, is nu al meer dan één miljard waard. Hun waarde wordt niet bepaald door de huidige omzet en winst, maar door de verwachte groei van omzet en winst.

Accountantskantoor PwC sprak onlangs van een revolutie in de financiële sector: ‘Een stille revolutie die plaatsvindt in de backoffice van banken en waarvan de klanten nauwelijks iets merken.’ De financiële autoriteiten kijken er met argusogen naar. De angst is dat de nieuwkomers direct ook too big to fail worden, vooral als de Big Tech met hun enorme databestanden zich ook op die markt begeven.

Dat een ongeluk in een klein hoekje zit, bleek al bij het Duitse Wirecard waarvan de enorme beurswaarde op drijfzand was gebaseerd zonder dat iemand het opmerkte. Van de jonge Fintechs zal ook maar een klein deel volwassen worden.

Voor als dat Adyen lukt, zal er hopelijk een Horizonmemorandum klaarliggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden