column Peter de Waard

Kan DNB niet meteen wat goud erbij kopen?

Goud aanhouden is een dure hobby, zoals iedereen weet die ooit een gouden tientje heeft gekregen van een oude tante en dat zo goed heeft verscholen dat het niet meer is terug te vinden. Het verslepen van het Nederlandse goud van Amsterdam naar Haarlem en weer naar Zeist plus de nieuwbouw van een eigen Fort Knox (Camp New Amsterdam) kost De Nederlandsche Bank 200 miljoen euro.

Als het aan de paarse politici van de jaren negentig had gelegen, zouden deze kosten nooit zijn gemaakt. De toenmalige ministers van Financiën Wim Kok en Gerrit Zalm verkochten tweederde van de Nederlandse goudvoorraad (1.082 ton) met het vaste voornemen ook de rest te verkopen. In totaal leverde die verkoop een kleine 10 miljard euro) op. Nu zou het 46,7 miljard euro waard zijn geweest, hetgeen een bewijs is dat speculatie beter niet aan politici kan worden over­gelaten.

Maar in die tijd leek het verstandiger goud te verruilen voor obligaties en andere waardepapieren. Dat kost geen geld voor opslag en bewaking, maar levert juist geld in de vorm van rente op, was de gedachte. Alleen was er sprake van kuddegedrag. Het goud werd tegelijkertijd met Rusland (president Jeltsin deed al zijn goud in de uitverkoop) en ­andere westerse regeringen op de markt gesmeten, zodat als gevolg van overaanbod de prijs kelderde.

Toen Paars sneuvelde, werd vergeten de laatste 625 ton de deur uit te doen. Daarvan ligt eenderde in ­Nederland. De rest ligt in New York, Londen en Toronto mocht Nederland door de Russen worden bezet en een regering in ballingschap geld nodig heeft voor een bevrijdingsleger.

Het resterende goud wordt even liefdevol gekoesterd als het ­koningshuis. De Nederlandsche Bank stelt op haar website dat goud altijd zijn waarde houdt. Crisis of niet. ‘Als het hele systeem instort, biedt de goudvoorraad een onderpand om opnieuw te beginnen. Goud geeft vertrouwen in de kracht van de balans van de centrale bank.’

Maar dat is eerder een psychologisch dan een economisch argument. Landen zonder goudvoorraad bij de centrale bank floreren niet minder dan landen die wel goud hebben. In de deze week gepubliceerde World Economic Outlook concluderen de economen van het IMF dat goud eigenlijk nooit een goede bescherming tegen inflatie heeft geboden. En sinds de gouden standaard niet meer bestaat – en nergens ter wereld bankpapier in goud kan worden omgewisseld – biedt het ook geen zekerheid meer.

De goudprijs is gebaseerd op de angst; de angst dat het financiële systeem te gronde zal gaan. Als De Nederlandsche Bank dat werkelijk vreest, zou het er verstandig aan doen nog enkele honderden tonnen goud bij te kopen. De rente op obligaties is op dit moment voor een groot deel negatief, zodat papier ook niet rendeert.

De vaste kosten – een nieuwe ­opslagplek waar zelfs Goldfinger niet bij kan – zijn toch al gemaakt. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden