Column Max Pam

Kan de wereld 1 miljard individuele Chinese toeristen aan?

Om het massatoerisme te ontlopen, ging ik naar IJsland. Lang geleden was ik er ook al geweest en ik had toen met een jeep een tocht gemaakt door een maanachtig landschap van toendra’s en zwarte lava. Ik was daar zo van onder de indruk dat ik mij voornam ooit terug te keren, en nu was het zover.

We, mijn zoon en ik, huurden een 4x4 voor de onverharde wegen, om vanaf Reykjavik eerst naar het noorden te rijden en vervolgens via de velden van Thingvellir af te zakken naar de zuidelijke route.

Uiteraard zijn veel wegen sinds mijn vorige bezoek geasfalteerd. Er bleek meer te zijn veranderd. Tegenwoordig kun je overal alcoholische dranken krijgen. Die waren destijds verboden, of krankzinnig duur. Ik herinner mij nog dat de IJslandse jeugd ’s nachts op de pleinen van Reykjavik, terwijl het maar niet wilde donkeren, wanhopig probeerde dronken te worden van bier zonder alcohol. Dat schonken zij daar toen al.

Die jongeren wilden maar één ding: zo snel mogelijk van het eiland af. De drang daartoe lijkt afgenomen. Voetbal heeft IJsland verenigd. We hadden de pech dat IJsland net voor onze komst was uitgeschakeld op het WK. Bij elke wedstrijd van het nationale team hadden 270 duizend van de 300 duizend IJslanders zich op pleinen verzameld en gekeken naar grote schermen.

Dan zaten 29.989 IJslanders in het stadion van Moskou en stonden de laatste 11 IJslanders daar op het veld, zo werd me verteld. Overal op IJsland kom je ook voetbalstadionnetjes tegen, soms feeëriek aan de oceaan gelegen. In één daarvan werden wij Nederlanders gastvrij in de bestuurskamer onthaald. Hun sterspeler was ooit naar Ajax getransfereerd.

IJsland heeft toerisme, maar je kunt het nog geen massatoerisme noemen. Vogelaars, landschapsliefhebbers en fietskampeerders kom je overal tegen waar de natuur zich weet te handhaven.

Alleen Chinezen komen er met bussen tegelijk. Daar keek ik wel van op. Ik dacht dat ze voornamelijk Parijs, Venetië en Amsterdam bezoeken. Ze dragen de duurste merkkleding, waarvan het logo het liefst in koeienletters op de borst staat. Ik neem aan dat zoiets als een statussymbool wordt beschouwd. Het is typisch het gedrag van arme mensen die plotseling rijk zijn geworden, vanuit dat oogpunt is het de Chinezen van harte gegund.

Ze zijn erg op zichzelf, maar ook erg beleefd. Toen ik in Nederland terugkwam, las ik in Het Parool tot mijn verbazing dat Chinezen de laatste tijd Amsterdam links laten liggen. Amsterdam wordt nog steeds onder de voet gelopen door hordes toeristen, maar de Chinezen doen daar niet meer aan mee. Een mogelijke verklaring daarvoor, zo denkt de middenstand, kan zijn dat ook Chinezen steeds individueler worden en steeds minder zin hebben in groepsreizen. Zo’n ontwikkeling heeft eerder bij Japanners plaatsgevonden.

Of de wereld ruim 1 miljard individuele Chinese toeristen aankan, valt te bezien. Misschien is het een reactie op de ontwikkelingen in China zelf, die getuige het horrorstuk van Marije Vlaskamp in deze krant, juist de andere kant op gaan.

Volgens Vlaskamp is China inmiddels heel ver met de technologie voor gezichtsherkenning, het meten van je gemoedstoestand via hersengolven en met bioherkennende betalingssystemen. Binnen 3 seconden kan de nationale databank Scherpe Ogen elke Chinees terugvinden met een zekerheid van 90 procent. Dat wordt 99,999 procent, dat geef ik u op een digitaal briefje. Zodra je als Chinees een overheidsgebouw binnenstapt, weet de staat zo’n beetje alles van je: van je inkomen tot je bloeddruk en van je huwelijkse staat tot je PSA-waarden. Een computersysteem kan dan over jou beslissen, bijvoorbeeld dat je niet meer met de trein mag reizen omdat je een huurachterstand hebt, of omdat je wegens incontinentie het meubilair zou kunnen bevuilen – ik zeg maar wat.

Maar ik zeg u ook – ik ben een nieuwsgierig mens die van het aardse bestaan houdt en die nog lang niet dood wil, maar toen ik dit las dacht ik voor het eerst in mijn leven: ‘Ik ben blij dat ik dit niet meer hoef mee te maken’.

Op IJsland reisden de Chinese gezelschappen soms met ons mee en ik zag ze bij het tanken of ’s avonds in het hotel. Ik kwam ze ook tegen op de velden van Thingvellir, de plek waar het oudste parlement ter wereld is gesticht. Het gebeurde op 23 juni 930, om precies te zijn.

Ik vond het jammer dat ik de uitleg van de Chinees sprekende gids niet kon verstaan. Hij wees ergens naartoe. Lang geleden werden daar onder leiding van rechters verkiezingen gehouden voor elke aanwezige vrije man. Vrouwenkiesrecht bestond toen nog niet, dat is waar. Of ging het toch over de vraag waar je de nieuwste Gucci-tas kunt kopen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden