Kamerleden moeten hun kennistekort durven toegeven en agenderen

Een overzicht van de plenaire zaal in de Tweede Kamer. Beeld ANP

Het parlement kan de regering niet controleren, vanwege een kennisachterstand op de regering. Omdat Kamerleden werken ‘met anderhalve man en een paardenkop’, volgens Dave Ensberg (O&D, 1 mei), moet er een parlementaire adviesraad komen van hoogleraren economie. Zijn probleemanalyse is gebrekkig en de oplossing te ver gezocht, maar zijn pleidooi voor meer eigen kennis is raak. Welk Kamerlid durft te pleiten voor meer ondersteuning?

De ondersteuning van het parlement bestaat gelukkig uit iets meer dan ‘anderhalve junior politiek beleidsmedewerker’. Elk Kamerlid kan, afhankelijk van fractiegrootte, bouwen op fractiemedewerkers. Daarnaast kent de Kamer zeshonderd man ambtelijk personeel. Enkele tientallen griffiers en juristen ondersteunen de Kamercommissies bij initiatiefwetten, vergaderingen en werkbezoeken.

Ongelimiteerd gebruik adviesorganen

Inhoudelijke advisering is er sinds het referendum tegen de Europese Grondwet in de persoon van eigen Europa-adviseurs. Vers van de EU-ambassade of uit de ministeries, adviseren deze zeven specialisten alle Kamerleden voor hun grip op Brusselse onderhandelingsprocessen. Dan heeft elke Kamercommissie een eigen begrotingsspecialist en informatie-adviseur, sinds vorig jaar in een aparte Dienst Analyse en Onderzoek.

Tot slot mogen beide Kamers ongelimiteerd gebruik maken van de adviesorganen die Ensberg aan de regering toeschrijft. Voorlichting vragen heet dat, en de Raad van State, de WRR en andere adviesraden worden hiervoor desgevraagd ingezet. Dat gebeurt niet vaak, maar het gebeurt wel. Recent nog moest de Adviesraad internationale vraagstukken uitzoeken met welke landen Nederland in de EU nog kan optrekken na de Brexit.

Kennisachterstand

Is dit genoeg voor een kritisch controleur? De kennisachterstand van de volksvertegenwoordigers op de regering – duizenden ambtenaren, adviesraden, ambassades en commissies – blijft enorm. Juist nu er meer kleine fracties zijn en meer dan tachtig Kamerleden minder dan een jaar lid zijn, is eigen expertise en institutioneel geheugen meer dan ooit nodig. Een reeks reorganisaties heeft daar recent nog een slag in geslagen.

Onterecht wordt vaak gelachen om ‘slechte’ Kamervragen. Wie het parlement van binnen kent, praat wel anders. Om de hoofdlijnen te kennen, moet je specialist zijn, zoals een adagium van premier Lubbers luidde. Goed uitvragen is een kunst. Dat geldt zeker bij de controle op wetgeving en Brusselse onderhandelingen, waar politieke keuzes worden verstopt in tientallen Kamerstukken per dag.

De Kamer gaat over de eigen middelen. Daarbij is het traditionele dilemma of men neutrale personele capaciteit (ambtenaren) aanneemt of kiest voor fractie-ondersteuning. De eigen begroting ophogen is hoe dan ook politiek gevoelig. Op 11 juni is het begrotingsdebat over de Raming van uitgaven van het parlement. Daar kunnen Kamerleden hun eigen kennistekort aan de orde te stellen.

Mendeltje van Keulen is lector Europese Studies aan de Haagse Hogeschool, docent aan de Universiteit Leiden en vml. griffier van de Kamercommissie voor Europese Zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.