Opinie

Kabinet verkwanselt het Nederlandse weidelandschap

De melkveehouderij staat op een tweesprong: blijft zij grondgebonden of wordt zij industrieel? 'Er dreigt chaos en er is paniek in de tent', schrijven Herman Wijffels, Geert Mak, Harm Holman en Wouter van der Weijden.

Koeien onderweg naar de wei bij een melkveehouder in Bunnik. Beeld anp

De melkveehouderij moet volgend jaar krimpen omdat ze na het einde van de melkquotering op 1 april vorig jaar zoveel meer melk en mest is gaan produceren dat ze Europese milieugrenzen heeft overschreden. De Tweede Kamer buigt zich dezer dagen over dit probleem. Er liggen krimpplannen van de sector voor 2017 en van staatssecretaris Van Dam voor 2018.

Ogenschijnlijk gaat dit debat over het thema mest, waar het publiek al jaren geleden op uitgekeken raakte. Maar er staat veel meer op het spel: het landschap, de koeien in de wei, de circulaire economie en de economische kracht van melkveebedrijven. Feitelijk staat de melkveehouderij op een tweesprong: blijft zij grondgebonden of wordt zij industrieel?

Kringlopen

Een grondgebonden bedrijf is een bedrijf dat (vrijwel) alle mest verantwoord op eigen land kan gebruiken en het meeste gras van eigen grond haalt, vaak aangevuld met mais. De kringlopen zijn dus kort. De koeien lopen in het zomerhalfjaar in de wei. Gezamenlijk onderhouden deze bedrijven een fraai, typisch Nederlands landschap. De overgrote meerderheid van de Nederlanders wil de koeien in de wei houden en de zuivelproducten doen het goed in de markt. Weidekaas is niet aan te slepen en zelfs in China heeft babymelkpoeder van koeien in de wei een plus.

Grondgebonden melkveebedrijven zijn relatief robuust omdat ze weinig afhankelijk zijn van de grillige marktprijzen van veevoer en mestafzet. En er is nog ruimte voor schaalvergroting, want terwijl het gemiddelde bedrijf negentig melkkoeien heeft, kan ook een bedrijf van 250 koeien dat ruim grond bij de stal heeft, nog altijd de koeien laten weiden.

Toch maakt dit bedrijfstype op steeds meer plekken plaats voor een intensiever bedrijfstype: met meer koeien per hectare, een mestoverschot dat moet worden afgevoerd en veel veevoer dat van elders moet worden aangevoerd. Het grasland wordt deels vervangen door mais, de koeien komen niet meer in de wei en in plaats daarvan verrijzen mestverwerkingsinstallaties.

Dit industriële bedrijfstype kan op aanmerkelijk minder draagvlak rekenen bij het Nederlandse publiek en de zuivelproducten zijn moeilijker vermarktbaar in de duurdere marktsegmenten. Ook zijn de bedrijven kwetsbaar voor de grillen van de veevoer- en de mestmarkt. Niettemin heeft zowel de sector (LTO, zuivelindustrie en de banken) als de politiek de deur voor dit type bedrijven opengezet. De sector verwelkomde het einde van de melkquotering op 1 april 2015 als D-day. Ook verzette ze zich tegen een bovengrens aan de intensiteit - het aantal koeien per hectare. En de banken gaven volop krediet aan bedrijven die wilden groeien en intensiveren. Dat de sector geen enkele noodrem aanlegde voor het geval het fosfaatplafond zou worden overschreden, was - ook met de kennis van toen - ronduit kortzichtig.

Noodrem

Het kabinet had wél een noodrem aangekondigd in de vorm van dierrechten, maar dat werkte averechts: veehouders probeerden juist zo veel mogelijk te groeien om aldus rechten op te bouwen. Het was vooral de VVD die zich - tegen de wens van de meerderheid van de Tweede Kamer in - keer op keer verzette tegen beperkingen aan de groei en de intensivering.

Coalitiepartner PvdA liet zich meeslepen. De Kamer dwong weliswaar af dat melkveebedrijven niet meer grondloos konden groeien, maar de normen werden zo gekozen dat ze nauwelijks werkten als groeirem. In oktober kwam een SER-commissie onder leiding van Ed Nijpels (eveneens VVD) met een advies waarin het woord 'grondgebonden' niet eens werd genoemd en mest werd neergezet als vierde exportproduct van de veehouderij. Een nauwelijks verbloemde keuze voor een industriële melkveehouderij - niet opgepikt door de media.

Intussen begint drie jaar halfslachtige regulering zich te wreken. Nu het fosfaatplafond is overschreden dreigt de Europese Commissie Nederland zijn zogeheten 'derogatie' te ontnemen. Die derogatie houdt in dat Nederlandse veehouders bijna 50 procent meer mest op hun land mogen uitrijden dan de Europese norm. Vervalt die derogatie, dan heeft Nederland er in één klap een enorm mestoverschot bij. Dat moeten veehouders dan tegen hoge kosten laten exporteren of in fabrieken laten verwerken. Veel melkveebedrijven kunnen dat niet opbrengen en daardoor zal ook de melkproductie krimpen.

Daarom vroeg de zuivelindustrie in februari aan staatssecretaris Van Dam om in te grijpen. Dat wees hij af onder druk van de VVD. Nu moet de sector alles uit de kast halen om zelf de krimp te organiseren. Dat is een welhaast onmogelijke opgave is, alleen al omdat de zuivelindustrie geen kartel mag vormen. Er dreigt chaos en er is paniek in de tent.

Grondgebondenheid bij wet voorschrijven

Wat kan de Tweede Kamer nog doen? Verreweg het belangrijkste is dat ze alsnog de afslag neemt die het kabinet eerder heeft gemist: serieuze grondgebondenheid bij wet voorschrijven. Dat kan niet ineens, maar wel in stappen: door de vorig jaar vastgestelde AMvB grondgebonden groei melkveehouderij in vijf jaar aan te scherpen tot 2 à 2,5 koeien per hectare. Elk bedrijf krijgt dan tijd om zich aan te passen. Voor deze maatregel bestaat veel steun onder melkveehouders. Alleen voor 2017 zijn dan nog extra krimpmaatregelen nodig.

Zo'n beleid brengt duidelijkheid en kan ervoor zorgen dat de overheid en de sector niet elk jaar noodmaatregelen moeten nemen om binnen milieugrenzen te blijven - met alle onrust, onzekerheid en reputatieschade van dien. En het kan helpen een melkveehouderij in stand te houden met sterke bedrijven, een sterke marktpositie, korte kringlopen, koeien in de wei en een fraai landschap.

Herman Wijffels is emeritus hoogleraar Duurzaamheid en maatschappelijke verandering, Geert Mak is schrijver, Harm Holman is melkveehouder en Wouter van der Weijden is directeur van de Stichting Centrum voor Landbouw en Milieu.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.