Juridisering islamdebat kan averechts werken

Vervolging van Wilders maakt inbreuk op een essentieel grondrecht.

Het Amsterdamse hof heeft het beklag van een aantal moslimorganisaties tegen de beslissing van het OM om PVV-voorman Geert Wilders niet te vervolgen wegens discriminerend haatzaaien en verwante misdrijven, gegrond verklaard. Die beschikking leidde gaf aanleiding tot uiteenlopende reacties. Politici reageerden zeer kritisch (SP, VVD) tot terughoudend (laat de rechter het maar uitmaken, aldus onder meer D66-leider Pechtold).

De uitspraak was voor velen verrassend, ook voor mij, moet ik bekennen. Ik heb eerder publiekelijk verklaard dat het OM, als het Wilders zou vervolgen wegens zijn uitlatingen in interviews en columns, zou afstevenen op vrijspraak.

Ellian heeft de staf gebroken over de beslissing van het hof. Hij gaat zelfs zo ver te stellen dat Wilders ten gevolge daarvan geen eerlijk proces meer kan krijgen. Ik denk dat dat wel meevalt, maar dit commentaar raakt wel aan een cruciaal probleem: het strafrecht is een weinig geschikt middel om ‘foute’ meningsuitingen tegen te gaan.

Ten eerste omdat strafbaarstelling en strafvervolging inbreuk maakt op een voor een democratie onontbeerlijk grondrecht en ten tweede omdat door de vervolging een forum wordt gecreëerd voor de verdachte om zijn ‘foute’ opvattingen nog eens krachtig uit te dragen en zich na een eventuele veroordeling als martelaar te kunnen profileren. Uit peilingen is gebleken dat dat goed kan zijn voor electorale winst. Wij kunnen dus spreken van een rechtspolitiek mijnenveld.

Fundamentele keuzen

Ik kan me voorstellen dat politici als Pechtold zich terughoudend opstellen in de zin van ‘laat het recht zijn loop hebben’. Het probleem is dat de fundamentele keuzen niet aan de strafrechter kunnen worden overgelaten en dat het werkelijke debat in de politieke arena moet worden gevoerd. Dat debat zal dan ook moeten gaan over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting naar geldend recht. Zijn die te knellend of juist te ruim bemeten?

Deze week pleitte VVD-leider Mark Rutte voor meer ruimte voor dit grondrecht De reacties daarop zijn weer opvallend emotioneel.

Hoe moeten wij hiermee omgaan zonder in een uitzichtloze polarisatie te belanden? Je kunt natuurlijk zeggen dat het maar goed is dat de rechter zich er nu over gaat uitlaten. Die maakt dan voor eens en altijd uitmaakt waar de grenzen liggen.

Illusie

Maar dat is een illusie. De rechter kan enkele piketpaaltjes slaan, en over echt extreme gedragingen – zoals het direct oproepen tot geweld tegen personen of groepen wegens ras, sekse et cetera – bestaat wel overeenstemming.

Maar bij de uitleg van strafbepalingen als artikel 137c, belediging van personen of groepen vanwege hun godsdienst, belanden wij al snel in een grijze en sterk omstreden zone. Daarin is, zoals steeds weer uit empirisch onderzoek blijkt, het strafrecht niet effectief. Mijn bezwaar tegen de Wildersbeschikking van het Amsterdamse hof is vooral dat zij het strafrecht opzadelt met een mission impossible.

Als aannemelijk is dat er echt werkelijk sprake is van haatzaaien met kans op gewelddadige escalatie zou strafrechtelijke interventie geboden kunnen zijn.

De wijze waarop het hof Wilders’ uitlatingen interpreteert, gaat in die richting, maar deze uitleg is gebrekkig onderbouwd. Het hof stelt dat ‘de moslims’ in een kwaad daglicht worden gesteld. Dat is niet af te leiden uit de teksten van Wilders, zelfs niet uit de kreten die het hof ter illustratie daaruit heeft geplukt.

Islam

Als men de context wél in aanmerking neemt, is de boodschap veeleer: het gedachtegoed van de islam, in het bijzonder de Koran, is kwalijk en gevaarlijk, en wanneer wij het zover laten komen dat aanhangers van die godsdienst onbeperkt in Nederland worden toegelaten, lopen wij een groot risico dat onze westerse, democratische cultuur met haar normen en waarden wordt overspoeld door de anti-democratische en verwerpelijke normen en waarden van de islam.

In dat kader valt ook de vergelijking van de Koran met Hitlers Mein Kampf te plaatsen. In menige soera wordt de vernietiging van ongelovigen (onder wie christenen en joden) geproclameerd, en omdat de Koran heilig is en voor alle moslims een verplichtende boodschap bevat, is sprake van een clear and present danger voor de Nederlandse maatschappij.


Persoonlijk vind ik die redenering verwerpelijk, omdat uit het oog wordt verloren dat algemeen bekend is dat de uitleg van de Koran in de wereld van de islam oneindig veel gedifferentieerder is en – met uitzonderingen van fundamentalistische aard – niet oproept tot gewelddadigheden tegen andersdenkenden. Maar daar gaat het niet om.

Rotterdamse wijk

Zolang Wilders zich, zoals hij eerder deze week deed (weliswaar bewaakt, maar toch), begeeft in een Rotterdamse wijk waar veel moslims wonen zonder dat dat tot problemen leidt, is het contraproductief om strafrechtelijk op te treden tegen hem vanwege zijn uitlatingen, die scherp en extreem zijn, maar niet oproepen tot haat en geweld tegen personen en groepen.

In de beschikking van het Amsterdamse hof vallen twee punten op. Ten eerste wordt de indirecte belediging gelijkgesteld aan de directe. Dat is niet onbelangrijk, omdat Wilders kennelijk bewust vermijdt groepen en individuen aan te vallen. Steeds attaqueert hij instituties of een heilig boek zoals de Koran.

Afschaffing

Daarmee loopt het hof vooruit op een door de minister van Justitie aangekondigde wetswijziging, waarbij in ruil voor de afschaffing van de strafbaarstelling van godslastering de discriminatiebepalingen worden aangepast in die zin dat ook indirecte discriminatie strafbaar wordt gesteld. De bestaande strafbepalingen worden zo aanzienlijk opgerekt.

Het tweede aandachtspunt betreft de vaste rechtspraak van de Hoge Raad, die het deelnemen aan het maatschappelijk debat over controversiële zaken zoals rassendiscriminatie als grond voor straffeloosheid aanmerkt, ook voor politici. Het hof gebruikt de hoedanigheid van politicus juist tegen Wilders, door hem een voorbeeldfunctie toe te schrijven, die ook strafrechtelijk relevant is.

Daarbij kan het hof zich beroepen op aanknopingspunten in de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, juist over zaken waarin een politicus in het publiek debat een link legde tussen de tegenstander en het nazisme of fascisme. Maar of die parallel overtuigend is, is zeer de vraag.

Naar mijn mening heeft het hof de nationale strafbepalingen veel te ver opgerekt, zonder evidente noodzaak, met het oog op de rechtspraak van het Straatsburgse hof. Dat is een juridisch bezwaar.

Maar er is een nog zwaarwegender, rechtspolitiek bezwaar. Het hof heeft het gevaar onderschat dat juridisering van het maatschappelijk debat al snel geheel averechts kan uitpakken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden