Column Ibtihal Jadib

‘Jullie gaan níét naar de bruiloft in dat zwerverbusje’, zei mijn moeder

We hebben het lang weten uit te stellen, maar het is er dan toch van gekomen: we hebben een nieuwe auto. Als ‘tijdelijke’ oplossing nadat onze vorige auto was gestolen, had mijn man een oud busje op de kop getikt waar ik vervolgens op slag verliefd op was geworden. Eigenlijk wil ik nooit meer anders want zo’n ronkend huiskamertje op wielen is reuzegezellig. Mijn man kwam echter met een reeks argumenten op de proppen die ik niet goed kon weerleggen (veiligheid, kosten, milieu), waardoor we nu een nieuw stadsautootje erbij hebben. Het is een degelijk, volledig geairbagd, zuinig ding dat strak op de weg ligt, zelfdenkende ruitenwissers heeft en iets van 93 parkeersensoren. Dat laatste vind ik weinig behulpzaam want inparkeren gaat een stuk beter zónder hartstilstandachtig gepiep, dus die zet ik uit. Wel is het een verbetering dat het raam aan de bestuurderszijde niet meer dicht gesjord hoeft te worden. Dat was een vast ritueel – een stuk omhoog, klein stukje terug, een beetje meeduwen naar boven, toch nog even terug, andere elektronica uitzetten, en dan op volle kracht meeduwen voor die laatste kier – maar in de nieuwe wagen zoeft het raam gedienstig omhoog.

Terwijl ik onwennig de eerste ritjes met het ding maakte, kwamen de reacties binnen. Ik werd gefeliciteerd alsof mij een eerwaardige prijs was toegekend. Het is mij inmiddels duidelijk dat mijn omgeving al die tijd dat ik vrolijk in ons busje rondreed vol medelijden heeft toegekeken. Dat was me niet gans ontgaan, met name mijn moeder liet in toenemende mate haar verdriet blijken over mijn droevige lot, maar heel serieus kon ik dat allemaal niet nemen. Want ach, het maakt toch geen ene fluit uit in welke auto je rijdt? Alleen schreeuwerige mannen proberen uit een grommende vierwieler compensatie te halen voor een gebrek aan levensvreugde, de rest van de wereld wil gewoon van A naar B. Dacht ik onnozel.

De maatschappelijke betekenis van auto’s kwam goed naar voren in een verhitte discussie met mijn ouders. We zouden naar een familiebruiloft rijden in Frankrijk toen mijn moeder doorkreeg dat we met ons busje wilden gaan. Ze keek geschokt. Alsof mijn man en ik zojuist hadden verteld dat hij op mannen valt, ik op vrouwen en dat we daarom allebei een geslachtsoperatie hadden geboekt. Ze wist zich te herpakken en zei ferm: ‘Geen sprake van! Jullie gaan níét naar de bruiloft in dat zwerversbusje!’ Ze sprak er schande van, wat zou de familie wel niet denken en hoe háálden we het überhaupt in ons hoofd. Stelletje wereldvreemde onaangepaste gierige idioten die we waren. Afgedroogd stonden we even later weer buiten.

Een mens kan in dit soort gevallen twee dingen doen: gaan zitten sippen over de kapitalistische meetlat waarlangs we elkaar leggen of die sociale druk functioneel inzetten. Dat laatste zou er als volgt uit kunnen zien: zodra er een wild toeterende, infantiel rijdende bruiloftstoet voorbijsjeest, ga ik er snel met mijn zwerversbus tussen rijden. Ik toeter een keer mee en zing hangend uit het raam het bruidspaar toe alsof m’n leven ervan afhangt. Iedereen in die stoet schaamt zich dan de ogen uit z’n kop met die lelijke bus in hun midden, waardoor het subiet afgelopen is met de aandachttrekkerij. Is dat gelazer met die bruidsstoeten eindelijk afgelopen, en heb ik weer lekker in m’n busje mogen rijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden