ESSAYStaatsindividualisme

Juist een sterke staat kan burgers ­helpen vrij te zijn – kijk maar naar Zweden

Beeld Rhonald Blommestijn

Van links tot rechts klinkt de roep om een sterkere staat, die burgers bescherming en zekerheid kan bieden. Maar wat voor staat? Kijk bijvoorbeeld naar Zweden, zegt Peter Giesen, waar de overheid burgers niet inperkt, maar alle ruimte geeft. 

‘Wat de coronacrisis ons leert is dat het leven, als het erop aankomt, niet draait om meer, meer, meer en al helemaal niet om meer ik, ik, ik, maar om samen, om verantwoordelijkheid en aandacht voor de mensen om je heen’, sprak premier Rutte onlangs in een lezing in de Haagse Kloosterkerk.

Het waren opvallende woorden van een politicus die altijd de individuele vrijheid predikte en tijdens zijn eerste formatie een kabinet aankondigde waar ‘rechts Nederland zijn vingers bij kan aflikken’. Nadat de neoliberale ideologie veertig jaar heeft gedomineerd, is de politiek naarstig op zoek naar een nieuw mensbeeld. Veertig jaar lang stond het individu centraal. De overheid moest zich terughoudend opstellen zodat het individu de maximale vrijheid had om zich te ontplooien.

Mark Rutte zei ooit dat de overheid ‘geen geluksmachine’ is, maar in het nieuwe verkiezingsprogramma van de liberalen waait de wind uit een andere hoek. De komende tijd is ‘een sterke en actieve overheid nodig om ons te beschermen en onze economie en samenleving eerlijk en gezond te houden’, staat in het programma.

Het verlangen naar ‘samen’ en een sterkere staat wordt breed gedeeld, van links tot rechts. Je kunt er ook moeilijk op tegen zijn, een samenleving die minder om ‘ik, ik, ik’ draait. 

Maar toch: be careful what you wish for, zoals de Engelsen zeggen.

Want hoe slecht is de neoliberale samenleving eigenlijk? Nog nooit zijn we zo rijk en vrij geweest. Vrijwel iedereen kan zijn eigen levensstijl kiezen, van de swingersclub tot Staphorst, van influencers tot het filosofische leesgenootschap. Er wordt veel geklaagd over toenemende ongelijkheid, maar volgens cijfers van het CBS is de inkomensverdeling de afgelopen dertig jaar nauwelijks veranderd. Daar staat tegenover dat veel vormen van sociale cohesie helemaal niet aantrekkelijk zijn. Denk aan de zuilen; niet voor niets hebben Nederlanders zich daaraan ontworsteld omdat die in toenemende mate als verstikkend werden ervaren. En het nieuwe nationalisme belooft sociale cohesie door vijanden te creëren en bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten.

Niettemin is het verlangen naar meer gezamenlijkheid onmiskenbaar aanwezig. Niet omdat het leven in Nederland zo ellendig is, maar omdat burgers behoefte hebben aan een politiek die bescherming biedt en betekenis geeft aan de wereld. In de jaren tachtig en negentig vervulde het neoliberalisme die functie. Grotere inkomensverschillen werden rechtvaardig gevonden, omdat ze de Hard Werkende Nederlander beloonden. De verliezers hadden maar beter hun best moeten doen. Het kapitalisme was van ons allemaal: ook de loodgieter belegde op de beurs.

In de turbulente 21ste eeuw voldoet dit model niet meer. Veel mensen geloven niet meer dat hun kinderen het beter krijgen dan zijzelf, op een geflexibiliseerde arbeidsmarkt waar de mondiale concurrentie steeds groter lijkt te worden. Daarnaast veroorzaakt de tekortschietende beheersing van immigratie veel onvrede en onzekerheid.

De liberale democratie staat nu voor de opgave het vertrouwen te herstellen, op zoek naar een vorm van sociale cohesie die de vrijheid niet inperkt en bevolkingsgroepen niet tegen elkaar opzet. Nu de markt haar glans heeft verloren, wordt als vanouds weer gekeken naar de staat, die sinds de coronacrisis aan macht en aanzien heeft gewonnen.

Maar welke staat? Niemand heeft behoefte aan meer kille ambtenaren, zoals die afgelopen weken voor het voetlicht traden tijdens de hoorzitting over de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst. Een logge bureaucratie is geen wenkend vooruitzicht, een autoritaire staat nog minder.

Inspiratie uit het noorden

Laten we voor inspiratie weer eens naar het noorden kijken, naar de Scandinavische verzorgingsstaten die traditioneel alle ranglijsten van welzijn en geluk aanvoeren.

In het boek Is de Zweed een mens? (de intrigerende titel verwijst naar een essay over de emotionele terughoudendheid van de Zweden) analyseert historicus Lars Trägårdh het Zweedse ‘staatsindividualisme’. De sterke staat perkt de vrijheid van de burger niet in, aldus Trägårdh. Integendeel: dankzij de alliantie van staat en burger kan het individu juist vrij zijn. ‘Alleen omdat de staat het individu fundamentele sociale rechten garandeert, kan de burger zich vrij en zelfstandig opstellen tegenover de machtsverhoudingen die hij zowel op de markt als binnen de familie aantreft’, zo vat Trägårdh de gedachte achter het staatsindividualisme samen.

Het is een filosofie die de hele levensloop doortrekt. Door ruimhartig ouderschapsverlof en goedkope kinderopvang kunnen vaders en moeders zich op de arbeidsmarkt ontplooien. Onderwijs moet kinderen de kans geven zich te ontwikkelen, los van hun milieu van herkomst. Door goede oudedagsvoorzieningen zijn ouderen niet meer afhankelijk van hun kinderen. Natuurlijk, ver weg is het goed liegen en ook het Zweedse model heeft ongetwijfeld nadelen. Maar als denkmodel is het een aantrekkelijke richting: de staat die het zijn burgers mogelijk maakt om vrij te zijn.

Als we de Nederlandse samenleving langs deze lat leggen, zien we duidelijk hoeveel vrijheid veel burgers de afgelopen decennia zijn kwijtgeraakt doordat de markt ruim baan kreeg. De vrijheid van de ondernemer ging ten koste van de vrijheid van de werknemer, die op een flexibele arbeidsmarkt juist afhankelijker is geworden van de grillen van zijn opdrachtgevers.

En was het in de jaren tachtig nog vrij gemakkelijk een betaalbare huurwoning te vinden, na decennia van marktwerking is dat vrijwel onmogelijk geworden. Wie deze ontwikkeling door de bril van het staatsindividualisme bekijkt, ziet pas echt hoe groot de schade is. De zekerheid van een betaalbare woning maakt burgers vrij. Kinderen kunnen het ouderlijk huis verlaten als ze daaraan toe zijn. Werknemers kunnen risico’s nemen op de arbeidsmarkt, omdat ze daarvan niet worden weerhouden door torenhoge woonlasten. Ook hier geldt: de vrijheid van de huisbaas en de projectontwikkelaar gingen ten koste van de vrijheid van de huurder en koper.

In het hoger onderwijs is iets vergelijkbaars aan de hand. De basisbeurs is afgeschaft omdat studeren steeds meer wordt gezien als een investering in je eigen toekomst. Dat is op zichzelf geen slecht argument: het rendement van een hogeronderwijsdiploma is nog altijd hoog. Het tegenargument dat studieschulden afschrikken is overduidelijk onzin: het probleem van universiteiten en hogescholen is juist dat de collegezalen uitpuilen.

De terugkeer van de basisbeurs, inmiddels voorgestaan door bijna alle partijen, kun je verdedigen aan de hand van het staatsindividualisme. In dat geval maakt de staat het mogelijk dat iedereen een studie volgt die bij zijn talenten past. De kosten daarvoor kunnen worden opgevangen door de belastingen voor hoge inkomens te verhogen. Zo wordt studeren een collectief recht, in plaats van een individuele investering.

De meritocratie afremmen

Per saldo zal het weinig uitmaken of je een studieschuld aflost of meer belasting betaalt. Maar een stelsel van leningen en hoge studieschulden draagt bij aan een opgefokte en individualistische cultuur die ook wel bekendstaat als meritocratie. In het verleden werden maatschappelijke posities verdeeld op basis van afkomst, tegenwoordig op basis van verdiensten, waarbij onderwijsprestaties een belangrijke rol spelen. Dat is onmiskenbaar een vooruitgang, maar de schaduwzijden werden al voorzien door de man die de term meritocratie in 1958 bedacht, de Britse socioloog Michael Young. De winnaars zullen geloven dat zij hun positie louter te danken hebben aan hun eigen prestaties en hebben geen reden meer om zich te bekommeren om de verliezers. In zijn satire The Rise of the Meritocracy komen de verliezers uiteindelijk in opstand, omdat zij zich vernederd voelen door de bovenlaag. Young voorzag daarmee de hedendaagse spanningen tussen hoger- en lageropgeleiden.

Competitiedrang zit in de mens en er zullen altijd winnaars en verliezers zijn. Maar het staatsindividualisme kan de meritocratie afremmen, doordat de sociale rechten van alle burgers – bijvoorbeeld op werkzekerheid of een betaalbare woning – door de staat worden gegarandeerd. Alle burgers zullen een gevoel van zelfrespect hebben, omdat ze zien dat de samenleving hen respecteert, zoals de Amerikaanse filosoof Michael Sandel onlangs stelde in de Volkskrant. Het afremmen van de meritocratie is overigens ook in het belang van winnaars die zich laten meesleuren in een ratrace, met een toename van burn-outs en andere psychische problemen tot gevolg.

Veiligheid en zekerheid

Het staatsindividualisme klinkt als ouderwetse sociaal-democratie, en dat is het natuurlijk ook. Er zijn bezwaren tegen in te brengen die ook in de jaren zeventig en tachtig klonken: zorgen over de betaalbaarheid van collectieve voorzieningen, klachten over een anonieme bureaucratie die mensen afhankelijk maakt, de gedachte dat de staat de prikkel tot presteren wegneemt. Het zijn reële risico’s, maar ze wegen niet op tegen de schaduwzijden van het neoliberalisme.

Zelfs de VVD is daar inmiddels van doordrongen, blijkens haar verkiezingsprogramma: ‘Daarom willen wij niet per se een grote overheid, maar wel een overheid die levert en sterk genoeg is om veiligheid en zekerheid te bieden.’ Toen Rutte aantrad als partijleider noemde hij de VVD een partij ‘voor iedereen die iets van zijn leven wil maken’, woorden die het optimistische liberalisme van de jaren negentig weerspiegelden. Inmiddels beseft ook de VVD – in woorden, de daden moeten we afwachten – dat burgers weer behoefte hebben aan een staat die niet alleen bescherming biedt, maar ook op symbolische wijze uitdrukking geeft aan gezamenlijkheid. Een staat die ordent en tegen zijn burgers zegt: je staat er niet alleen voor, je kunt altijd terugvallen op de gemeenschap. In de 21ste eeuw, met zijn grote economische, demografische en culturele veranderingen, is er grote behoefte aan deze geruststelling.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden