COLUMNDaniela Hooghiemstra

Juist de partijen die ‘identiteit’ als iets groots naar voren schuiven, worstelen met hun ware aard

Soms helpt een romanpersonage het echte leven te begrijpen. Tom Ripley, de hoofdpersoon uit The Talented Mr. Ripley van Patricia Highsmith, is een eenvoudige pianist, die zichzelf voordoet als upperclass-Princeton-student en met zijn weergaloze act weet door te dringen tot de sociale cirkel van rijkeluiszoon Dickie Greenleaf. Tot hij dreigt te worden ontmaskerd en aan het moorden slaat.

Ripley heeft mij inzicht gegeven in een type dat in het echt, in een minder meedogenloze variant, nogal eens voorkomt. Wat hij zegt of doet, komt niet voort uit wie hij is, maar wie hij wil zijn. Hij heeft die voorstelling niet zelf bedacht, maar ontleent die aan beelden die hij verzamelt dankzij een fijne antenne voor zijn omgeving. Daarmee bouwt hij een hoge toren, die in de kern leeg is. En dan niet leeg zoals in ‘verlaten’, maar in de meer donkere, onpeilbare betekenis van het woord.

Om het zwarte gat niet te hoeven zien, maakt hij het gebouw steeds groter. Net zo lang tot het ‘everybody knows this is nowhere’ (Neil Young)-moment aanbreekt en alles in elkaar stort.

Het post-ideologische welvaartstijdperk is voor dit karakter een dankbare omgeving. In het zakenleven triomfeert hij en de laatste tijd zie je hem ook in de politiek. De 2.0-versie van het fenomeen, Donald Trump, zal binnenkort uit het Witte Huis worden getakeld.

Nederland, waar alles altijd een paar jaar later gebeurt, staat wat dit betreft waarschijnlijk nog wat te wachten. Let op de combinatie van charme, vergezicht en geringe tolerantie voor kanttekening of kritiek.

Thierry Baudet wil de geschiedenis ingaan als redder van de Westerse beschaving. Zijn partij heet Forum voor Democratie, maar de fundamenten van dat systeem interesseren hem juist weinig. Als in de jongerenafdeling van zijn partij homofobe, racistische en fascistische ideeën circuleren, treedt hij daartegen niet op, maar royeert hij de klokkenluiders die dit naar buiten brengen. Wie het plaatje verstoort, is de vijand.

GroenLinks-leider Jesse Klaver werpt zich op als boegbeeld van ‘inclusiviteit’, maar verwelkomt in zijn partij intussen religieuze orthodoxie die daarmee in tegenspraak is. ‘Gelovigen vormen ‘één lichaam’, doceerde kandidaat-Kamerlid (plaats 9), Kauthar Bouchallikht, als voorzitter van de islamitische organisatie Femyso, tijdens een training van studenten. ‘Als een deel aan ziekte lijdt, is het hele lichaam betrokken.’ In het lokaal zaten mannen en vrouwen gescheiden van elkaar.

Toen journalist Carel Brendel vorige week de vraag stelde hoe de politieke islam waarmee Femyso in verband wordt gebracht, past bij GroenLinks, was Klavers eerste reactie om uit te halen naar hém (‘rechtse blogger’) in plaats van op de reële vraag in te gaan. ‘Rechts’, schreef hij, moet maar wennen aan het idee dat ‘mensen van kleur’ op ‘machtsposities’ terecht komen. ‘We’ve got your back’, luidde zijn boodschap aan ‘Kauthar en alle andere jongeren’ van Nederland.

Met identiteit, of die nu ‘boreaal’ is of ‘van kleur’, kun je in het sociale mediatijdperk ver komen. Maar inhoudelijke tegenstellingen vlak je ermee niet uit. Als aanhangers van een partij nazi-liederen zingen, of zich deel voelen van een religieus lichaam dat maatschappelijke normen en waarden ontleent aan het jaar 700 na Christus, raakt dat de kern.

Omdat het tumult op sociale media niet ophield, en imago alles is, zijn Klaver en Baudet intussen op hun schreden teruggekeerd. Het jongerenbestuur van FvD is voorlopig teruggetreden, Klaver heeft zich gedistantieerd van de orthodoxe islam en Bouchallikht heeft verklaard dat ze staat voor ‘radicale gelijkwaardigheid’.

In de moderne kathedraal van het imago kan niemand zichzelf zijn. Bij Forum voor Democratie moet verlangen naar het Derde Rijk onder de pet blijven, bij Groenlinks moet geloof in een islamitische doctrine verdwijnen in de mist van ‘diversiteit’.

Juist de partijen die ‘identiteit’ als iets groots naar voren schuiven, worstelen met hun ware aard. Alomvattende beelden kunnen een massa misschien inspireren, maar individuele ideeën en belangen passen daar nooit in. Journalisten worden verketterd omdat ze achter het vernis willen kijken, maar ze zijn juist nodig om de kern gezond te houden.

Daniela Hooghiemstra is journalist en historicus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden