Interview Nikki Sterkenburg

Journalist Nikki Sterkenburg: ‘De moslimgemeenschap sluit haar ogen niet voor radicalisering’

Onderzoeker en journalist Nikki Sterkenburg (34) veranderde van mening over radicalisering.

Nikki Sterkenburg: ‘Ik mis meer mensen, ook politici in de Tweede Kamer, die zeggen: het gaat eigenlijk best goed.’ Beeld Ivo van der Bent

Oude standpunt

‘De moslimgemeenschap sluit haar ogen voor signalen van radicalisering. En als er al meldingen worden gedaan, worden die niet opgepakt. Toen in 2013 de eerste jongeren naar Syrië vertrokken, verbaasde het mij dat ouders, gemeenschap en overheid daardoor verrast waren. Als iemand steeds extremer wordt in zijn opvattingen en geweld wil gaan gebruiken om zijn politieke doelen te halen, dan moet dat toch wel gesignaleerd worden?’

Het kantelpunt

‘In 2013 schreef ik voor Elsevier Weekblad artikelen over jongeren die naar Syrië vertrokken. Bij een bijeenkomst in een buurthuis in de Schilderswijk met vooral moeders van wie de kinderen waren uitgereisd, vertelde een vrouw hoe haar zoon ’s ochtends gewoon met zijn boekentas de deur uit was gegaan en drie dagen later in Syrië bleek te zitten. Ik dacht nog: dat zal allemaal wel, je hebt het gewoon niet willen zien. Maar ook de wijkagent zei dat niemand iets had doorgehad. Deze jongen deed het goed op school, was goed in sport, leuk met de meisjes en was niet ineens religieuzer geworden.

‘Een tweede kantelmoment kwam begin 2016, toen voormalige leden van de radicale en extreem-rechtse actiegroep DTG een brandbom gooiden naar de moskee in Enschede. Het viel me op dat er toen vrijwel geen discussie was over hoe het kwam dat de omgeving dit niet had zien aankomen. Er is echt een discrepantie tussen de manier waarop we naar jihadisme en naar radicaal en extreem-rechts kijken, dat zie ik ook terug in mijn promotieonderzoek naar radicaal en extreem-rechts activisme in Nederland.’

Nieuwe standpunt

‘Radicalisering is niet altijd zichtbaar. Ouders van wie de kinderen zijn uitgereisd, hebben echt niet opzettelijk weggekeken. Ze zagen het aan voor puberaal gedrag  – zoals bij een demonstratie heel hard ‘Allahoe akbar’ roepen, maar ondertussen nauwelijks kennis van de Koran hebben –, onderschatten de ernst of hadden het simpelweg niet kunnen merken. We hebben absurd hoge verwachtingen wanneer het gaat om de signaleringskracht van de moslimgemeenschap, terwijl dat niet aan de orde is als het recht onder de neus van autochtone Nederlanders gebeurt. Niemand denkt eraan om bij de overheid melding te maken van die ene oom die racistische uitspraken deed op een familieverjaardag.

Vanuit de Nederlandse moslimgemeenschap is er een enorme bereidwilligheid om mee te werken met de overheid. De signalen van radicalisering die bij gemeenten als Rotterdam, Den Haag en Amsterdam binnenkomen, komen niet alleen van docenten of jongerenwerkers, maar ook vanuit de gemeenschap zelf. En bij rechtszaken heb ik het nu al meerdere malen gehoord dat ouders de overheid om hulp hadden gevraagd om te voorkomen dat hun kinderen zouden uitreizen.

‘Ik kijk ook milder naar het radicaliseringsbeleid. Ja, er zijn in 2013 fouten gemaakt, maar dat kon ook bijna niet anders. Gemeenten waren totaal overvallen en de minst ervaren ambtenaren zaten op de zwaarste dossiers nadat de radicaliseringsaanpak onder het kabinet-Rutte I in 2011 was stopgezet. Hoe meer ambtenaren ik sprak, des te meer ik begon te zien dat het allemaal mensen waren die heel hard werkten, goede wil toonden en ervan wakker konden liggen dat zulke jongens toch konden uitreizen. Veel ambtenaren zijn op cursus en training geweest.

‘Bovendien zijn er ook dingen goed gegaan, zoals de aanslag die in Arnhem is voorkomen. Er zijn 280 volwassenen uitgereisd, maar dat valt in het niet bij de Franse cijfers. We hebben hier geen banlieues. Ik snap dat het voor veel mensen aanvoelt als pamperen wanneer bijvoorbeeld jongeren uit een achterstandswijk op kosten van de gemeente een voetbaltoernooitje mogen organiseren. Zelf dacht ik eerst ook: dit is soft. Nu denk ik: dit is slim. Zo veel geld kost het niet en elke kans die je als overheid hebt om radicalisering een beetje tegen te gaan en je banden met de gemeenschap aan te halen, moet je grijpen. Met de harde kern van geradicaliseerde jongeren kun je vaak niets meer, maar veel van de aanhang daaromheen kun je nog afpellen.’

Beeld Ivo van der Bent

Het effect

‘Als journalist ben ik anders gaan kijken naar dit dossier. Het is heel makkelijk om te hakken op het radicaliseringsbeleid. Er glipt er altijd wel eentje door, en elke cent die bestemd is voor radicaliseringsproblematiek, wordt doorgelicht. Terwijl er zo veel andere dingen zijn waarmee nog veel meer geld is gemoeid en waarmee van alles mis is. Maar de kostenoverschrijding bij de aanleg van een weg is nou eenmaal niet zo sexy als veiligheid en aanslagen.

‘De media mogen meer oog hebben voor de andere kant van het verhaal: al die mensen en organisaties die zich de blubber werken en zich inzetten voor hun wijk. Bij Elsevier Weekblad heb ik gelukkig volledig de ruimte gehad om van mening te veranderen. Voor mijn laatste stuk in vaste dienst liet ik zes burgemeesters aan het woord over hun radicaliseringsbeleid. Daarin was ook ruimte voor wat er wél goed gaat. Ik mis meer mensen, ook politici in de Tweede Kamer, die zeggen: het gaat eigenlijk best goed.

‘Omdat mijn rol van onderzoeker en die van journalist steeds meer met elkaar botsten, ben ik freelance gaan werken als financieel journalist en houd ik me als onderzoeker en adviseur bezig met radicalisering, onder meer bij het Europese Radicalisation Awareness Network. Ik sta nu aan de andere kant: na alle kritiek die ik vanaf de zijlijn heb geleverd, vind ik dat het nu tijd is om mee te denken over de oplossing.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.