Column

Jorrie de Buurtjunk wil naar Ethiopië

 

Eva HoekeBeeld Robin de Puy

Ik was op bezoek bij buurtjunk Jorrie, veelpleger en verhalenverteller, die zich na veertig jaar drank en drugs had laten opnemen in de Larense afkickkliniek Julianaoord. 'Wat een rust', dacht ik toen ik het Nivonhuis-achtige terrein kwam oprijden. 'Doe mij hier een weekje.'

Het was een fantasie die me ook altijd bekroop bij gevangenissen, een van eindeloos lezen, bijslapen, even helemaal niks. Maar eenmaal in het vergaderkamertje van de afkickkliniek maakte Jorrie met die illusie snel korte metten: afkicken was bepaald geen kattenpis. Goed, hij mocht nog steeds roken (veertig Braniff-sigaretten per dag) en hij kreeg de nodige valium, hetgeen verklaarde waarom zijn ogen op half zeven stonden, maar verder was het afzien.

Hij had een dagbesteding. Die dag begon al om acht - acht! - uur. Dan zeiden ze goedemorgen, was er ochtendgymnastiek en meteen daarna een groepsgesprek. 's Middags deden ze boodschappen of waren er dagactiviteiten ('plantenbakken maken of vogelkastjes timmeren') en daarna was er voorlichting. 'Maar ik kan hun meer leren dan zij mij.' Meteen na de dagsluiting begon het grote vervelen. Godzijdank had hij vriendinnen, vier stuks liefst, vrouwen die om beurten langskwamen in een bestel-wagen met een matras achterin.

Hij grijnsde.

'Hè?', zei ik. 'Je hebt toch je eigen kamer?'
'Ja, maar ze willen die meiden allemaal niet binnen hebben', zei Jorrie. 'Ze zijn doodsbang dat hier straks twintig koters rondlopen. En ik héb er al zes. Wist je dat ik weer een kleinkind heb gekregen? Een blanke, dit keer, Marinus heet-ie.'

Hij krabde weer aan zijn arm, een striem bloed liep via zijn pols naar zijn elleboog. Hij merkte het niet, ik deed alsof ik het niet merkte.

'Maar goed', zei ik. 'Waarom heb je me laten komen?'

De ogen gingen weer open.

'Er moest gewoon iets gebeuren. Op het laatst dronk ik veertig halve liters op een dag. Ik dacht, als ik zo doorga, ben ik over een halfjaar de pijp uit.' Hij keek me aan met een blik waarop hij die vier vriendinnen waarschijnlijk ook trakteerde. 'Ik begin er nooit meer aan', zei hij met kinderlijke overtuiging.

'Maar hoe kan ík je dan helpen?', vroeg ik weer.

'Nou', begon hij. 'Jij bent toch in Afrika geweest?'

Ik moest diep nadenken, Afrika, Afrika? Toen begon er iets te dagen. 'Toen met die mishandelde kindertjes. Daarover heb jij toch een verhaal geschreven? Ik dacht: ik moet iets te doen hebben als ik vrij kom, iets wézenlijks, anders sta ik binnen de kortste keren wéér voor de Appie. Dus toen dacht ik: misschien kan jij me in contact brengen met die organisatie.'

Ik die Jorrie de Buurtjunk in contact zou brengen met Amref Flying Doctors, zodat hij in Ethiopië voorlichting kon gaan geven aan stamoudsten over vrouwenbesnijdenis - er waren mensen die daarin graag wilden geloven, maar zo zat ik dan toch niet in elkaar. In plaats daarvan keek ik naar de klok en dacht ik aan de duizend dingen die ik vandaag nog moest doen. 'Ik moet toch wat', zei Jorrie weer.

De zon was al aan het zakken toen we even later bij mijn auto aankwamen. 'Wat ga je nu doen?', vroeg hij, terwijl hij zijn wandelstok op het dak legde.

'Werken', zei ik.

Hij trok een gezicht. 'Je gaat toch niet werken als je zwanger bent?'

Ik: 'Dan had ik een rijke papa moeten zoeken.'

Jorrie: 'Nee, dat had je moeder moeten doen.'

Hij had nog gelijk ook.

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden