Joost Zaat over leeftijdsverschillen en onvermijdelijk ouder worden

Column Joost Zaat, huisarts

Joost Zaat Beeld de Volkskrant

‘Ik denk dat jij heel oud bent’, zegt Yassin, een vijfjarige krullebol. Hij is 10 seconden binnen en hangt al op zijn knietjes op de stoel voorover op mijn bureau. Ik heb nog niks gevraagd. ‘Waarom denk je dat?’ ‘Je bent grijs en ik denk dus wel zeventig.’ ‘Zo oud nog niet, hoor’. ‘Vijftig dan?’ Hij kan goed tellen. We gaan alle cijfers af, tot dat we bij de 65 zijn. ‘Dat is toch hartstikke oud. Mag je dan wel werken?’ Goeie vraag, denk ik, maar nu moet ik eerst maar eens naar zijn verhaal luisteren. Het is een vrolijk consult, en met de oorpijn waarvoor hij komt valt het allemaal wel mee.

‘Ik denk dat jonge dokters soms niet goed begrijpen hoe heel oude mensen kunnen lijden onder hun beperkingen en dat die stapeling van aandoeningen genoeg zijn om euthanasie te willen’, zegt een specialist die ik dezelfde dag raad vraag over een moeilijk euthanasieprobleem van mevrouw Van Dam. ‘Hé, ik ben 65, zo jong is dat nu ook weer niet’, roep ik door de telefoon.

Later op de middag komt mevrouw Klasen vertellen wat de cardioloog gevonden heeft. We zijn even oud. ‘We kennen elkaar al bijna ons halve leven, dat vind ik wel prettig’, zegt ze bij het weggaan.

Voor Yassin ben ik dus te oud, voor mevrouw Van Dam te jong en voor mevrouw Klasen blijkbaar precies goed.

Toen ik zelf 5 was, was ik bang voor de koude handen van onze oude huisdokter, die toen waarschijnlijk net 40 was. Ik begrijp Yassin dus best, maar ook mevrouw Van Dam, want als ik nu jonge coassistenten in de praktijk zie, denk ik zelf ook: die moeten nog een heleboel leren.

Hoelang duurt het voordat je een beetje goede huisarts bent en tot hoe oud kun je het blijven doen? Daar zijn wel veel verhalen maar weinig harde feiten over te vinden. De huidige huisartsenopleiding is een stuk langer dan toen ik die in 1980 deed. Er zijn ‘competentieprofielen’ met eisen voor vakinhoudelijke kennis en handelen, voor omgaan met patiënten, voor samenwerking met andere hulpverleners en nog zo wat. Met alleen kennis ben je immers nog geen goede dokter. 

Omgaan met onzekerheid is een van de dingen die je moet leren en het duurt wel een jaar of tien voor je dat kunt en durft. Maar er is vast ergens een optimum. Stijgende leeftijd en dingen te weinig doen zijn wel degelijk een bedreiging voor de kwaliteit van zorg, zo lees ik in een recent overzichtsartikel; nascholing volgen of geven beschermt kwaliteit. Maar voor de patiënttevredenheid is leeftijd van de dokter helemaal niet zo’n belangrijke factor volgens een nogal oud overzichtsartikel. Eerdere ervaringen, een goede arts-patiëntrelatie én toegankelijkheid van zorg zijn daarvoor belangrijker. 

Pas overleed op zijn 93ste de oudste nog werkende huisarts van Nederland; hij was er altijd en volgde nascholing. Zolang als hij wil ik het niet en mag ik het van mijn collega’s ook niet. Maar zolang ik me naschool en grappen met patiënten maak, ben ik nog niet oud. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.