Opinie Joop den Uyl

Joop den Uyl, de ware sociaaldemocraat

Hij zou vrijdag 100 zijn geworden, Joop den Uyl. Hij verbond intellectualiteit aan alledaagse politiek, stelt Hans Wansink.

Breda, 1982, Joop den Uyl op verkiezingstoernee in Breda. Beeld Hollandse Hoogte / Piet den Blanken

Volgens de historicus Maarten van Rossem zijn de meeste politici ‘brave handwerks-lieden, al lang tevreden als zij de crisis van het moment met gelegenheidsknutselwerk hebben bezworen’. Intellectueel geïnteresseerd zijn politici maar zelden. Maar, vervolgt Van Rossem, dat is niet iets om verdrietig over te zijn, aangezien het meeste politieke handwerk zonder grote intellectuele vaardigheden kan worden verricht.

Toch moeten er een paar zijn die verder kijken dan hun neus lang is. Zo’n politicus was Joop den Uyl, vandaag honderd jaar geleden geboren. Van Rossem: ‘Als intermediair tussen wetenschap en politiek en tussen intellectuelen en politici had Den Uyl zijn gelijke niet in de naoorlogse politiek. Dat hij, zo lang de onbetwiste leider van de Partij van de Arbeid, tegelijkertijd de even onbetwiste intellectuele leider van zijn partij was, blijft een opmerkelijk fenomeen.’

Ideoloog

Van Rossem schreef dit in 1988 als inleiding op Inzicht en uitzicht, een bundel beschouwingen die Den Uyl tussen 1947 en 1978 had gepubliceerd. Als ideoloog van de Nederlandse sociaaldemocratie analyseerde Den Uyl de veranderende krachtsverhoudingen tussen arbeid en kapitaal met het doel het socialistische gedachtegoed programmatisch te vernieuwen. Hij deed dat aanvankelijk als directeur van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, en ging daarmee door als volksvertegenwoordiger, minister en premier.

Erkennend dat het kapitalisme door sociale wetgeving, overheidsbemoeienis en overleg tussen vakbeweging en werkgevers een menselijk gezicht had gekregen, formuleerde Den Uyl in de jaren vijftig als belangrijkste opdracht voor de sociaaldemocratie de spreiding van inkomens, kennis en macht. Op dat vlak is veel bereikt: armoede en rijkdom zijn dankzij ons progressieve belastingsstelsel in Nederland betrekkelijk marginale verschijnselen. Buitenparlementaire actie kon wat Den Uyl betreft heel goed bijdragen aan de hoognodige democratisering van de samenleving, mits het primaat van de parlementaire democratie zelf niet werd betwist.

Publieke domein

In de jaren zestig wees Den Uyl op de verwaarlozing van het publieke domein in een tijd van ongekende economische groei. Hij misgunde de arbeider een autootje en een tv-toestel niet, maar de volkshuisvesting, het openbaar vervoer en de toegang tot het hoger onderwijs waren toch een stuk belangrijker voor de kwaliteit van het bestaan. Democratisch getoetste gemeenschapsbeslissingen moesten de richting van de economische ontwikkeling bepalen, ook internationaal. Den Uyl noemde dat selectieve groei: het resultaat van ‘een bewust ordeningsproces’ dat ook vanwege milieubehoud geboden was.

In de vandaag bij Nieuw Amsterdam verschenen biografie van Den Uyl, De gedrevene, constateert journalist Dik Verkuil dat de PvdA onder Wim Kok ‘afscheid nam van het Den Uyl-socialisme. Er werd weinig meer vernomen van de kwaliteit van het bestaan, van het terugbrengen van de verschillen in inkomen, kennis en macht, van fundamentele maatschappijhervorming, van ordening en planning van de economie en van selectieve groei.’ Kok noemde in 1994 het afschudden van de ideologische veren een bevrijdende ervaring. Maar het aan de straat zetten van het sociaaldemocratische tafelzilver droeg er wel aan bij dat het aantal zetels van de PvdA in de Tweede Kamer tussen 1986 en 2017 daalde van 52 naar 9.

De econoom Paul de Beer zegt het (in Socialisme & Democratie van april 2019) zo: ‘Na Den Uyl is de PvdA ver meegegaan in het modieuze denken dat de publieke sector zich de marktsector ten voorbeeld moet stellen en primair moet worden beoordeeld in termen van efficiëntie, vraagsturing, prestatiemeting en klantgerichtheid. Hoewel er zeker reden was om het functioneren van de publieke sector kritisch te bekijken, heeft dit er per saldo toch toe bijgedragen dat het vertrouwen van de kiezer in de PvdA als de hoeder van het publieke belang is geschaad.’

De les van de financiële crisis van 2008 zou toch moeten zijn dat markten die teveel aan zichzelf worden overgelaten, enorme maatschappelijke schade kunnen veroorzaken. De Beer wijst er evenwel op dat ook na deze megacrisis het geloof in de mogelijkheid van sturing van de economie in maatschappelijk gewenste richting niet is teruggekeerd. Juist dat geloof onderscheidt de ware sociaaldemocraat van het ‘gelegenheidsknutselwerk’ van de huidige generatie politici.

Den Uyl waarschuwde er al veertig jaar geleden voor: ‘Wat ons in eigen land en elders vooral bedreigt is niet dat er in conservatieve of kapitalistische richting wordt gestuurd, maar dat in het geheel niet wordt gestuurd (…) dat onder de wattendeken van de sussende bezweringen het politiek bewustzijn wordt verdoofd.’

Hans Wansink is redacteur van de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden