opinie toekomstperspectief

Jongeren willen ook een toekomst: tijd voor verandering

Studieschuld, flexwerk en onbetaalbare woningen:  jongeren krijgen het slechter dan hun ouders. We pikken dat niet langer, zeggen de jongeren van de SP, de landelijke studentenvakbond en de FNV. Het is mooi geweest. Tijd voor verandering.

Studenten demonstreren op het Museumplein in Amsterdam tegen de bezuinigingen in het onderwijs. Beeld ANP

Vroeger was het een vanzelfsprekendheid dat jongeren het beter zouden krijgen dan hun ouders. Het was als een soort sociaal contract tussen jong en oud. Tegenwoordig is dat niet meer het geval. Dertigers van nu hebben het als eerste generatie sinds de Tweede Wereldoorlog slechter dan hun ouders. Voor de twintigers en tieners ziet het er nog minder rooskleurig uit. Dit komt door een samenspel van maatregelen. Zo zijn de drie essentiële bouwstenen voor een goede toekomst – goed en betaalbaar onderwijs, uitzicht op werk en een fatsoenlijk huis – steeds minder bereikbaar geworden. Het wordt zo voor jongeren steeds moeilijker om een toekomst op te bouwen door hoge kosten en weinig financiële zekerheid. Sinds wanneer zijn we dit normaal gaan vinden?

Het eerste probleem zit in het onderwijs. Ooit werd onderwijs gezien als collectief goed, een instrument voor maatschappelijke vooruitgang. Nu overheerst de ideologie van het rendementsdenken, waarbij studenten in een zo kort mogelijke tijd, tegen zo laag mogelijke kosten, worden klaargestoomd voor de arbeidsmarkt. De ultieme uiting hiervan is het afschaffen van de basisbeurs in 2015, door de VVD, PvdA, D66 en GroenLinks. Sindsdien is een opleiding een financiële investering in jezelf. Het gevolg is een enorme prestatiedruk bij studenten. Ze moeten meer werken naast hun studie en ervaren druk van de schuld die hen boven het hoofd hangt. Bovendien raakt de toegankelijkheid ernstig in het gedrang: juist de kinderen van ouders die zelf niet hebben gestudeerd, jongeren met een migratieachtergrond, jongeren met een functiebeperking en mbo-studenten die willen doorstuderen, zien door leenangst af van (door)studeren. Tot overmaat van ramp wil het kabinet de rente op studieleningen ook nog eens verhogen. Ons onderwijs heft ongelijkheid niet langer op, maar is steeds meer een bevorderaar van kansenongelijkheid geworden.

Dan de arbeidsmarkt, waar de flexibilisering volledig is doorgeslagen. Het aantal vaste contracten nam sinds 2012 met 365 duizend af, terwijl het aantal flexcontracten steeg tot bijna 2 miljoen. Maar liefst 70 procent van alle werkende jongeren tot 25 jaar heeft een onzeker contract. Maar uit onderzoek blijkt dat 90 procent van hen een vast contract wil. Het sprookje, dat flexwerk zorgt voor vrijheid, kan daarmee in de prullenbak. Jongeren weten dondersgoed dat 24 uur per dag klaarstaan voor je baas, in de hoop je huur te kunnen betalen, niks met vrijheid te maken heeft. Bovendien verdienen jongeren met een flexcontract per jaar gemiddeld 5.000 euro minder dan jongeren met een vast contract. De vrijheid bevindt zich aan de andere kant, bij het bedrijfsleven, dat op deze manier ondernemersrisico’s afschuift op de werknemer.

Het derde probleem is dat steden steeds minder bereikbaar zijn voor jongeren. Huisjesmelkers vragen absurde huren voor kleine kamers en studio’s. Vorig jaar riepen de wethouders van twaalf studentensteden het kabinet nog op om meer mogelijkheden te bieden om de woningnood aan te pakken. Toch wordt er nog steeds niet gehandhaafd door de overheid. Studenten worden uitgebuit, maar starters kunnen ook geen kant op. Er is een groot tekort aan betaalbare huurwoningen en doordat veel woningen op de toch al krappe woningmarkt worden opgekocht door investeerders, raakt deze helemaal oververhit.

ROOD, jong in de SP, LSVb, FNV jong, LAKS en JOB pikken het niet meer en protesteren zaterdag in Den Haag tegen het gebrek aan toekomstperspectief voor jongeren en specifiek tegen de lasten van het schuldenstelsel. Zij roepen politici op om iets te doen aan de valse start voor een hele generatie. En zij roepen alle jongeren, maar ook de generaties die lang hebben geprofiteerd van goedkoop onderwijs, aantrekkelijke arbeidscontracten en betaalbare woningen, op om ook te komen. Het is hoog tijd dat de stem van jongeren luider klinkt, zowel binnen de politiek als buiten op straat. En dat er erkenning komt voor de benarde positie waarin zij verkeren. Want zij zijn de toekomst.

Lisa de Leeuw – voorzitter van ROOD, jong in de SP, Carline van Breugel – Voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond, Bastiaan Meijer – Voorzitter van FNV Jong

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.