Opinie Stem van de jongeren

Jongeren hebben de toekomst, geef hen meer te zeggen dan ouderen

Jongeren hebben de langste toekomst, maar die bepalen vooral ouderen in de politiek. Dat moet anders, betoogt bankdirectievoorzitter Barbara Baarsma.

Jongeren met minister Wiebes in de Tweede Kamer tijdens het Nationaal Jeugddebat in april. Beeld ANP

Als het aan Britse jongeren had gelegen, zou er geen Brexit komen. En Amerikaanse jongeren kozen niet voor Donald Trump als president. De stem van jongeren betekent dus echt iets voor de uitkomst, ook in Nederland. Maar door ontgroening en vergrijzing verzwakt hun positie in ons land steeds verder.

Bij de Provinciale Statenverkiezingen in maart 2019 was meer dan de helft van de kiesgerechtigden ouder dan 50 jaar. De jeugd van 18 jaar en jonger maakt eenvijfde van de bevolking uit, maar heeft geen stem – in de Volkskrant werd hierover eerder bericht (‘Waarom er (nog) geen jongerenpartij is’, 15 augustus).

Niet alleen is het aandeel jongeren in het electoraat beperkt, ook hun ­opkomst is laag. Neem de Tweede ­Kamer-verkiezingen van maart 2017. Slechts 66 procent van de 18- tot 25-jarigen stemde, tegenover 89 procent van de 65-plussers.

In het Nationaal Kiezersonderzoek staat als reden voor deze lagere opkomst dat jongeren minder verkiezingen hebben meegemaakt. Het is als met het drinken van wijn of genieten van kunst: de eerste keer is niet lekker of leuk, maar na een paar keer stijgt de waardering. Ook voor stemmen moet een acquired taste ontstaan, een verworven smaak.

Jonger stemmen

Onderzoek laat zien dat hoe vaker mensen al hebben gestemd in hun leven, hoe waarschijnlijker het is dat ze dat opnieuw zullen doen. Een voor de hand liggende oplossing is de verlaging van de stemgerechtigde leeftijd naar 16 jaar. In sommige landen bestaat dit al, zoals in Oostenrijk, Brazilië en sommige Duitse deelstaten. Ook stond het al vaker in enkele verkiezingsprogramma’s in Nederland. Zo schokkend is het voorstel dus niet.

Vooralsnog is er weinig animo bij politieke partijen om de stemgerechtigde leeftijd naar 16 jaar te verlagen (daarvoor zou ook een Grondwetswijziging nodig zijn), maar dan heb ik nog wel een ander voorstel. Het zal niet bij iedereen in de smaak vallen, maar zet wel aan het denken en daar is het primair voor bedoeld.

Jongeren tot 18 jaar hebben nog een lange toekomst voor zich, maar kunnen daar in de politieke arena niet over meepraten. Ouderen wel, al hebben ze veel minder toekomst voor zich. Wat als we de stem die de meeste toekomst vertegenwoordigt een ­hoger gewicht geven? Dus de stem van een 18-jarige telt zwaarder dan een van een 28-jarige, en die van iemand van 28 jaar heeft weer een hoger gewicht dan iemand van 38 jaar, en zo verder tot 113 jaar, de leeftijd van de oudste Nederlander. Of een variant, die mogelijk op nog meer weerstand stuit: als jongeren tot 18 niet mogen stemmen, is de spiegel daarvan dat mensen de laatste achttien jaar van hun statistische levensverwachting ook niet meestemmen. In 2018 was de levensverwachting bij geboorte gemiddeld 81,8 jaar. Dat zou betekenen je vanaf 63,8 jaar niet meer kan stemmen. Dat klinkt natuurlijk absurd en dat is het ook.

Barbara Baarsma.

Jongerenparlement

Beide gedachtenexperimenten laten zien hoe vreemd het is groepen uit te sluiten. Toch doen we dat met jongeren. Misschien toch niet zo’n gek idee de leeftijdsgrens wat te verlagen, naar 16 jaar? En er is dan misschien geen jongerenpartij, het heuglijke nieuws is dat er wel een jongerenparlement komt. Het kabinet heeft dat vlak voor de zomer in reactie op het rapport van de staatscommissie ‘Parlementair stelsel’ besloten.

Het jongerenparlement wordt nu uitgewerkt en hopelijk nog dit jaar ingevoerd. Mijn voorstel is een jongerenparlement met leden van 16 tot en met 25 jaar. Bij de verkiezingen mogen jongeren in die leeftijdscategorie voor dit parlement ook een stem uitbrengen. Het jongerenparlement is geen schaamlap, maar moet echt ­invloed hebben en krijgt daarom ­adviesrecht bij zaken die voor jongere generaties van belang zijn. Een advies dat politici in de Tweede Kamer serieus nemen. Voor het geval ze dat niet doen, moet er ook een recht van amendering zijn. Dat is des te belangrijker als het gaat om besluiten die jongeren in negatieve zin treffen.

Dit wordt geen jongerenparlement dat alleen over studiefinanciering mag meepraten, maar juist over zaken als de AOW-leeftijd en het pensioenstelsel, klimaatbeleid, de positie van flexwerkers, het lidmaatschap van de EU en het zorgstelsel. Die zaken bepalen de toekomst van jongeren. Geef ze een stem om die mede vorm te geven.

Barbara Baarsma is directievoorzitter van Rabobank Amsterdam en hoog­leraar toegepaste economie, UvA.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden